George Onderdelinden (staand) en organist Cees Willem van Vliet kijken naar de pijpen in de opengemaakte orgelkast in de lutherse kerk in Amersfoort.
Volledig scherm
George Onderdelinden (staand) en organist Cees Willem van Vliet kijken naar de pijpen in de opengemaakte orgelkast in de lutherse kerk in Amersfoort. © Saskia Berdenis van Berlekom

Nog 70.000 euro nodig voor restauratie oudste stadsorgel

Hij ziet er niet uit, zucht en kraakt en is soms niet om aan te horen. Maar er zit nog zoveel schoonheid en warmte in de 249-jarige, dat het de moeite loont hem weer te laten gloriëren.

Quote

Het zou mooi zijn als het orgel eind volgend jaar z'n 250ste verjaardag in een nieuw jasje mag vieren

George Onderdelinden, stichting Bätzorgel Amersfoort

Kost wel wat, de restauratie van het oudste kerkorgel van Amersfoort, het Bätzorgel uit 1766 in de lutherse kerk aan de Langestraat: 175.000 euro.

,,Het zou mooi zijn als het orgel eind volgend jaar z'n 250ste verjaardag in een nieuw jasje mag vieren,'' zegt George Onderdelinden uit Hoogland, voorzitter van de stichting Bätzorgel Amersfoort. ,,We hebben al 105.000 euro binnen, dus nog 70.000 te gaan. Dat moet komen van fondsen en giften.'' Met een publiekscampagne doet de kerk een beroep op iedereen die het culturele erfgoed van de stad een warm hart toedraagt. Het orgel wordt teruggebracht in de staat waarin het in 1873 verkeerde; toen werd het uitgebreid met een tweede klavier.

Wat wordt er opgeknapt?

De windbalgen. Als organist Cees Willem van Vliet de motor aanzet die de windbalgen vol lucht laat lopen, schiet hij in de lach: ,,Veel storm en een groot gedruis,'' zegt hij. ,,Windlekkage. Een van de twee balgen doet het niet eens.''

Pijpwerk. Alle pijpen - sommige doen het niet meer - worden gedemonteerd en schoongemaakt en zo nodig vervangen wegens een deuk of een scheurtje. Het register Flageolet, dat nu 'gilt als een dolle' volgens adviseur Peter van Dijk uit Utrecht, krijgt een nieuwe klank: ,,Alsof er kleine belletjes klingelen.'' Ook de bijbehorende registerknoppen worden opgeknapt en er komt een mooi historisch naamplaatje bij.

Mechaniek. Wil de organist een toonladdertje spelen, dan blijven zijn vingers geheid haken achter de toetsen op het bovenklavier. Ze staan niet meer mooi strak naast elkaar, maar zijn door slijtage gaan verspringen. Ze worden zoveel mogelijk hergebruikt.

De treden. Bijzonder aan het orgel is dat de originele treden nog aanwezig zijn waarmee het orgel werd bediend voordat er elektriciteit bestond. Een of twee orgeltrappers bedienden deze twee hefbomen door erop te gaan staan. ,,Dat was een vermoeiend karwei,'' zegt Van Vliet. ,,Het leuke aan dit orgel is dat ze er nog zitten. Ze worden in ere hersteld, zodat ze zijn te gebruiken.'' Volgens Van Dijk klinkt het orgel zelfs mooier als de motor uit staat.

Schilderwerk. Op het oog ziet de voorkant van het orgel er in het schemerdonker van een herfstige middag nog mooi uit. Wie dichterbij komt, ziet achterstallig verfwerk. En rond de speeltafel is dat helemaal goed te zien: een schilder kan hier iets prachtigs verrichten, want het ziet er niet uit.

Accessoires. Boven het hoofd van de organist zijn een provisorisch gemonteerd videoschermpje en een luidspreker aangebracht, zodat de organist kan horen en zien wat er in de kerkzaal gebeurt. Met loshangende elektriciteitsdraadjes zijn ze provisorisch vastgeschroefd. ,,Erg amateuristisch,'' geeft Onderdelinden toe.

In samenwerking met indebuurt Amersfoort