De Dokwerker, het monument dat in 1952 werd onthuld ter nagedachtenis aan de Februaristaking.
Volledig scherm
De Dokwerker, het monument dat in 1952 werd onthuld ter nagedachtenis aan de Februaristaking. © anp

Brief van Februaristaker Willem Kraan opgedoken

Na een oproep van het Stadsarchief Amsterdam is de afscheidsbrief van een van de initiatiefnemers van de Februaristaking van 1941 opgedoken.

De brief is van Willem Kraan, die op 19 november 1942 werd gefusilleerd door de Duitse bezetter.

De brief werd door een kleindochter van Kraan, Ellen Hettinga, aan het Stadsarchief Amsterdam overhandigd. Dat deed ze nadat het Stadsarchief vorig jaar een oproep had gedaan in een poging foto's en persoonlijke verhalen van de Februaristakers boven water te krijgen.

De afscheidsbrief van Willem Kraan is nu in het bezit van het Verzetsmuseum.

Willem Kraan, op 2 augustus 1909 in Amsterdam geboren, was een stratenmaker en lid van de Communistische Partij Nederland (CPN).

Actief in verzet
Samen met stads- en partijgenoot Piet Nak, een vuilnisman, was hij de aanstichter van de Februaristaking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die staking, op 25 en 26 februari 1941, was een protest van de Amsterdamse bevolking tegen de eerste razzia's, waarbij Joodse burgers werden opgepakt.

Massaal werd het werk neergelegd, en het verzet sloeg over naar andere delen van Nederland. De staking werd met veel geweld door de Duitsers gebroken.

Na de staking bleef Willem Kraan actief in het verzet, tot hij op 16 december 1941 werd gearresteerd voor zijn aandeel in de Februaristaking. Elf maanden later zou er een einde komen aan zijn leven. Vanuit de gevangenis schreef hij een afscheidsbrief. Dat deed hij op de dag dat hij terechtgesteld zou worden.

Angst en verdriet
Het is bijna onthutsend te zien hoe rustig, zorgvuldig en regelmatig zijn handschrift is, enkele uren voor hij zal worden vermoord.

'Donderdagmorgen om 11 uur kregen wij, dat is 14 man, de boodschap dat ons vonnis bestendigd is en dat 't vonnis 's middags om 3 uur geveld zal worden.'

In de brief wist Willem Kraan - 'Ik heet Kraan en ik wil en ik zal tot aan de laatste seconde toe een Kraan zijn' - angst en verdriet buiten zijn boodschap te houden; dat zijn vrouw goed voor hun dochter zal zorgen, en haar later zal vertellen 'waarvoor of ik val'. '(...) en dat doe je vast hoor, Bets, want anders zou zij zich nog schamen voor haar Pappie en dat hoeft niet hoor, want een verrader ben ik niet, ik val voor mijn ideaal, en ik hoop dat dit niet voor niets is.'

Een paar uur later werd Willem Kraan, samen met die veertien andere stakers, op het vliegveld van Soesterberg doodgeschoten.