Badr Hari in beroep tegen veroordeling

Kickbokser Badr Hari gaat in hoger beroep tegen zijn veroordeling door de rechtbank. Dat heeft zijn advocaat Bénédicte Ficq woensdag tegen het ANP gezegd. 'Mijn cliënt is het oneens met alle beslissingen die de rechtbank heeft genomen', zei Ficq, die onder meer vrijspraak voor Hari heeft bepleit.

Badr Hari
Volledig scherm
Badr Hari © ANP

Hari kreeg op 21 februari veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf, waarvan een half jaar voorwaardelijk. De kickbokser zat acht maanden in voorarrest en zou dus nog vier maanden moeten zitten.

Volgens de rechtbank is de voormalige wereldkampioen schuldig aan vijf geweldsmisdrijven in het Amsterdamse uitgaansleven. Het Openbaar Ministerie had vier jaar geëist.

Hevige gevoelens
Het spoor van geweld dat Hari trok heeft hevige gevoelens van onveiligheid in de samenleving teweeggebracht, oordeelde de rechtbank. De rechter sprak over 'ernstige misdragingen' en noemde een mishandeling een 'vuige kopstoot'. De zware mishandeling van zakenman Koen Everink tijdens dancefeest Sensation in de Amsterdamse Arena in juli 2012 heeft het meeste stof doen opwaaien.

Hari heeft een enkele mishandeling bekend. Een kopstoot, die was vastgelegd door een camera, en hij heeft toegegeven Everink een 'corrigerende tik' te hebben verkocht in de Arena. De rechtbank acht dat weinig aannemelijk. Everink werd zwaar toegetakeld en liep fracturen op in zijn gezicht. Zijn voet bungelde aan zijn onderbeen toen hij de skybox van het stadion werd uitgewerkt.

Broer
In Club Air heeft Hari de eigenaar mishandeld. Hij sloeg hem tegen de grond en schopte twee tanden uit zijn mond. Dat het Hari's broer was, die tekeer was gegaan, vond de rechtbank niet geloofwaardig. Die was in oktober opgeroepen als getuige en nam de schuld op zich, waarna het OM hem ter plekke liet oppakken voor meineed.

De rechtbank rekent het Hari zwaar aan dat hij heeft geprobeerd getuigen te beïnvloeden. In een geval heeft hij een slachtoffer afgekocht. Het OM vindt dat die strafverzwarende omstandigheid niet doorklinkt in de straf.