Volledig scherm
© Mirte Gratama

Kwaliteitsverschil Nederlandse scholen gaat ten koste van leerling

De kwaliteit van scholen in Nederland verschilt zo sterk, dat leerlingen met dezelfde talenten op verschillende opleidingsniveaus terecht komen. Ook als ze uit dezelfde milieus komen.

Het verschil in de kwaliteit van lagere scholen in Nederland is zo groot, dat leerlingen die even slim en vaardig zijn en uit hetzelfde milieu komen, toch op verschillende niveaus op de middelbare school terechtkomen. Soms is het verschil wel twee opleidingsniveaus. Er zijn té grote kwaliteitsverschillen tussen scholen en daardoor wordt veel talent verspild. Dat constateert de Inspectie voor het Onderwijs in het jaarrapport De staat van het onderwijs.

Er zijn basisscholen die gemiddeld scoren op de eindtoets, ondanks dat 40 procent van de kinderen laagopgeleide ouders heeft. Zelfs op basisscholen in één wijk met dezelfde samenstelling van leerlingen kunnen de gemiddelde eindscores wel tien tot twintig punten verschillen. Dat zijn één tot twee opleidingsniveaus. Er zijn ook lagere scholen met vrijwel alleen maar kinderen uit gemiddelde of hoogopgeleide gezinnen die ver onder gemiddeld presteren op de eindtoets. Vooral voor die laatste groep is er volgens de inspectie werk aan de winkel.

Achterstand

Voor de kinderen is het cruciaal op welke basisschool ze hun schoolcarrière beginnen. Leerlingen die op een zwakke basisschool hebben gezeten, halen hun achterstand niet meer in op het voorgezet onderwijs. De inspectie: 'Een leerling van een zwakke basisschool die op de mavo zit, had met een betere basisschool wellicht havo kunnen doen.'

Quote

Een leerling van een zwakke basisschool die op de mavo zit, had met een betere basisschool wellicht havo kunnen doen

Inspectie voor het Onderwijs

De prestatieverschillen tussen scholen zijn te zien bij basisscholen, middelbare scholen, maar ook mbo’s en hbo’s. Op de basisschool komen ze tot uiting in de hoogte van schooladviezen. Op middelbare scholen is het zichtbaar in het niveau waarop leerlingen slagen en de kans om überhaupt met een diploma van school te gaan. Het verschil in kans op een diploma kan wel 20 procent zijn. Bij de beroepsopleidingen blijkt het ook uit de kans om een diploma te halen.

Europa

Nergens in Europa zijn de verschillen tussen scholen groter dan in Nederland, stelt de inspectie vast op basis van internationaal vergelijkend onderzoek. Overigens is het niet duidelijk of in die vergelijking ook particuliere scholen zijn meegenomen, of alleen scholen die door de overheid worden gefinancierd.

Dat de verschillen tussen scholen groot zijn, heeft te maken met de vrijheid die scholen in Nederland hebben om het onderwijs naar eigen inzicht in te richten. In landen waar is vastgesteld wat en hoe leerlingen moeten leren, zoals Finland, presteren scholen min of meer gelijk. Daarnaast maakt het volgens de inspectie veel uit wat de kwaliteit van de leraren op een school is, welke lesstof leerlingen aangeboden krijgen en wat het leerklimaat op school is. Met dat laatste wordt bedoeld hoe de school is ingericht, hoe groepen zijn samengesteld en hoe leerlingen hun leraren zien.

Quote

In landen waar is vastgesteld wat en hoe leerlingen moeten leren, zoals Finland, presteren scholen min of meer gelijk

Goede school

Op goede scholen werken volgens een analyse van de inspectie leraren die hun lessen goed voorbereiden, duidelijke uitleg geven en taakgericht werken. Ook zijn de lerarenteams op die scholen hecht en hebben de scholen een duidelijke visie.

Een hoger lerarensalaris is volgens de PO-raad, sectororganisatie voor het basisonderwijs, dan ook van groot belang voor goed onderwijs. Zo laten zij weten in een reactie op het rapport van de Inspectie van het Onderwijs.

,,Dat maakt het vak aantrekkelijker voor zittende en nieuwe leerkrachten. Die zijn hard nodig want het primair onderwijs stevent af op een tekort van tienduizend voltijds leerkrachten in 2025'', aldus de raad.

De inspectie concludeert dat de kansen voor kinderen in Nederland nog altijd ongelijk zijn. Enerzijds komt dat doordat kinderen van laagopgeleide ouders minder kansen krijgen, omdat ze vaker een lager schooladvies krijgen, maar ook doordat het er veel toe doet naar welke school kinderen gaan.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs laten weten dat ze zich ‘grote zorgen’ maken over de verschillen tussen scholen en opleidingen. Ze vinden dat schoolbesturen moeten ingrijpen. ‘Lastige keuzes’ over financiën of personeel moeten daarbij niet uit de weg worden gegaan als ze nodig zijn.