Exclusief

Het beste van het AD

In AD+ vind je een selectie van onze beste verhalen. Elke dag alles van het AD lezen? Neem dan een abonnement.

Volledig scherm
Joost Prinsen, presentator © Jacqueline de Haas

Joost Prinsen is 75 en heeft nog steeds speeldrift

Een hele generatie kent hem vooral als Erik Engerd. Echt trots is Joost Prinsen (75) daar niet op. Over veel van zijn andere prestaties is hij beter te spreken. ‘Ik ben geen Laurence Olivier of Robert De Niro, maar ik hoef me niet te schamen.’

De screensaver van de laptop toont een foto van een vrolijk gezelschap. ,,Ik laat eerst even mijn familie zien; kunnen we daarna aan de slag. Dit was in juni, op mijn 75ste verjaardag. Ik heb toen getrakteerd op rijsttafel.’’ Vrouw Emma, twee dochters met hun mannen, een kleindochter, een kleinzoon (‘mijn oogappels’) en Joost Prinsen zelf. De acteur ontvangt in zijn tweede huis aan de West-Vlaamse kust. Daar zit hij ’s zomers een maand of vier.

Hij serveert vandaag groentesoep met stokbrood. ,,Heeft Emma gemaakt.’’ Emma - met wie hij al 44 jaar is getrouwd - zit op het terras te lezen. Een buikoperatie met complicaties bij haar was de reden dat Prinsen in 2015 met stille trom van de televisie verdween. Na achttien jaar had de quiz Met het mes op tafel ineens een andere presentator. ,,De ziekenhuisverhalen slaan we over, maar toen het heel slecht met haar ging, was ik nogal overstuur. Mijn vrouw is alles voor mij. Als het haar niet goed gaat, panikeer ik. Op het toneel niet - als ik een black-out krijg, klets ik er wel omheen. En in het dagelijk leven panikeer ik ook niet gauw, maar als er iets met Emma is, zak ik vrij snel door het ijs.

,,Mijn zus uit Zwitserland was overgekomen om op me te passen. Zij vond dat ik me moest laten vervangen. Ze zeiden altijd dat dat spel een beetje hing op mij, als quizmaster. Maar als invaller hield Herman van der Zandt het makkelijk overeind, ook qua kijkcijfers. Hij twitterde erbij en zo, dat kan ik helemaal niet. Dus toen Emma uit het ziekenhuis kwam, ik was inmiddels 73, ben ik naar Jan Slagter gegaan en heb gezegd dat ik het prima vond als Herman het zou blijven doen. Misschien was Slagter wel een beetje opgelucht, dat weet ik niet. Herman heeft veel talent. Een beetje dwars, dat moet je zijn. Een houding van ‘stik de moord’, anders wordt het allemaal te heilig.’’

Quote

Ik ben geen Robert De Niro, maar ik hoef me niet te schamen

Joost Prinsen

Mist u het werken voor televisie?

,,Nee. Wat ik zou missen is als ik niet meer af en toe toneel kan spelen. Presenteren van Met het mes op tafel niet, dat heb ik vierhonderd afleveringen gedaan, dat kan ik. Een rol is elke keer nieuw. Al is het een kleine rol, een onnozele of een grote rol, elke rol moet je veroveren. Ik wil niet meer negentig keer door het land, maar ik zou het erg vinden als ik helemaal niet meer zou kunnen spelen.

,,Loes Luca zegt altijd: ‘Ik vraag niet naar het stuk, maar naar de mensen die erin zitten’. Dat doe ik ook. Ik wil alleen nog spelen met mensen die wat kunnen. Ik ben liever de slechtste bij goede mensen dan de beste bij slechte. Als je ziet dat je met Frits Lambrechts of zo werkt, zoals onlangs voor een tv-serie, dan weet je dat het wel goedkomt. Maar er zijn ook mensen met wie je niet wilt staan; een rolletje in Onderweg naar Morgen of Goede Tijden zou ik niet aannemen. Daar acht ik mijzelf te goed voor.’’

Volledig scherm
© Jacqueline de Haas

Wanneer raakte u overtuigd van uw eigen kunnen?

,,Tot mijn schande moet ik zeggen dat ik dat altijd heb gehad. Ik werd toegelaten op de toneelschool in Maastricht en Amsterdam. Ik was in de klas zeker niet de minste, ik kon overal waar ik speelde goed meekomen. Ik ben geen Laurence Olivier of Robert De Niro, maar ik hoef me niet te schamen. Heb ik nooit gedaan.

,,Dat betekent niet dat je niet bij iedere rol kunt denken dat het een ramp kan worden, maar ik heb er nooit aan getwijfeld dat ik iets aan het beroepstoneel heb te zoeken. Ik heb ook geen zin meer om modieus quasibescheiden te zijn. Daar waar ik bescheiden moet zijn, ben ik het. Dat ik niet meer een bridgetoernooi kan winnen dat een week duurt, oké. Maar ik kan nog steeds heel behoorlijk toneelspelen.’’

Quote

Als je geen speeldrift voelt, waarom zou je dan acteur worden?

Joost Prinsen

Wat maakt spelen zo belangrijk?

,,Het is speeldrift. Zoals mensen per se onder de douche willen zingen, zo wil ik spelen. En het is meer. Dat je in een acteurscafé komt en dat je iedereen nog kent. Ik heb twee jaar geleden nog honderd voorstellingen met Bram van der Vlugt gedaan, Oude Meesters. Dan sta je zelf in de grote zaal en een ander in de kleine zaal, of andersom, Paul de Leeuw of zo, weet je wel. Je blijft in dat milieu. Ik speelde laatst een rolletje in een serie voor tv, dan kom je toch weer Cas Enklaar tegen, en een actrice die ik les heb gegeven. Je hebt dan het gevoel dat je ergens bij hoort, dat is mijn wereld.

,,En wat betreft die speeldrift: als je die niet voelt, waarom zou je dan acteur worden? Ik ben het met je eens dat daar ook voor een deel bewijsdrift in zit, maar ieder wil zich toch op zijn eigen manier laten gelden? Daar is niets op tegen. Mijn vrouw laat zich gelden omdat ze een goede gastvrouw is, mijn oudste dochter kan goed organiseren. So what? Ik schrijf ook graag. Dat kan ik ook wel aardig.

Wil je nog een pistolee?’’

Zijn er dingen die u niet zo aardig, of misschien zelfs slecht kunt?

,,Ja, natuurlijk. Vrij veel. Iemand zei eens: ‘Als er in je leven twee rollen zijn geweest waarvan vriend én vijand zeggen dat het prachtige rollen waren, dan heb je een mooie carrière gehad.’ Dat is waar; een goede rol neerzetten is moeilijk hoor. Het zijn er bij mij drie of vier. Niet dat ik over de andere ontevreden was - het waren er in het theater een stuk of tachtig - maar er waren lelijke bij, dat is onvermijdelijk.’’

Uw eigen kinderen waren nog te klein, maar een hele generatie kent u als Erik Engerd van de Stratemakeropzeeshow en J.J. de Bom, roemruchte programma’s die in het collectief geheugen zitten.

,,Doordat er bijna geen televisie was. Dan is het makkelijk om tot dat geheugen door te dringen. Kijk, de Stratemaker werd uitgezonden terwijl op het andere net koorzang was van de NCRV. Met alle respect voor koorzang, maar je moet dan wel erg religieus zijn om niet naar de Stratemaker te kijken.

,,Klokhuis was ook een roemrucht programma hoor, vergis je niet. We hadden jaren met zes- à zevenhonderdduizend kijkers. In de Stratemaker en J.J. de Bom speelde en zong ik alleen. Bij Klokhuis was ik veel meer betrokken bij de totstandkoming van het programma, had functies achter de schermen. Dat is beroepsmatig interessanter.’’

Volledig scherm
© Jacqueline de Haas

U bent vast heel lang nageroepen: ‘Hé, Erik Engerd!’

Quote

Alles wordt minder naarmate je ouder wordt

Joost Prinsen

,,Ja, heel lang. Daar had ik een hekel aan, maar mijn oudere broer zei dat hij dat raar vond. ‘Je bent acteur en je hebt een rol gespeeld waar mensen tien jaar later nog over spreken. Dan moet je toch gewoon heel trots zijn?’ Toen dacht ik, ja, laat ik het maar zo bekijken. Maar diep in mijn hart denk ik nog steeds: er was op het andere net gewoon niks te zien, en zo moeilijk was die rol niet.

,,Ik heb inmiddels op tv en in het theater zoveel andere dingen gedaan. Die had ik niet kunnen doen als ik tien jaar was doorgegaan met Erik Engerd. Het is een belangrijke leidraad voor mij geweest: bij successen ophouden, en ze meenemen naar nieuwe dingen. In succes blijven hangen is levensgevaarlijk. Nooit gedaan.

,,Erik Engerd was een populaire figuur die ik nog jaren had kunnen uitventen, maar ik heb hem buiten de studio nooit gespeeld. Ik heb geen winkel geopend, geen stuiver verdiend. Omdat ik niet aan dat soort leven wilde wennen, aan dat soort geld. Dat was niet goed voor hoe ik verder wilde met het toneel. Ik ambieerde een langjarige carrière, ik wilde geen Swiebertje worden. Dus toen het programma stopte, vond ik dat niet erg.’’

Hij richt zijn grote lijf op om - op verzoek - te zoeken naar zijn boek De scharrelaar, een mix van gepubliceerde columns en gebeurtenissen uit zijn dagelijks leven. Hij gaat langs de boekenkast en de stapeltjes op de salontafel, ondertussen voor zich uit pratend. ,,Oude dame aan de kust, dat vind ik toch wel een mooie column van mezelf, een van de betere. Aha, daar is het.’’ En leest vervolgens het hele verhaaltje voor, met zijn karakteristieke donkere stem.

,,Zo’n vrouw die haar stand ophoudt, met een bontje om de hals en een vaag blauw drankje op haar tafeltje aan de boulevard... een soort verwantschap voel ik met zo’n dame. Een beetje een scharrelaar, net als ik. Het heeft te maken met dat je jezelf niet helemaal serieus neemt. Een schijnwereld ophoudt. Mijn bridgeboek heet ook Een goede speler is niet eerlijk. Alles wat te maken heeft met een schijnwerkelijkheid, oplichterij, bedriegen, heeft een soort sympathie van mij. Het is moeilijk te benoemen wat dat is. Glaasje wijn?’’

Kaatje, een wollige bastaard, begint te blaffen. Emma komt binnen, met ‘iets lekkers voor de lunch’. Hij: ,,Maar ik had al iets lekkers gekocht, lieverd.’’ Zij: ,,Ik wou een gevuld tomaatje maken.’’ Hij: ,,Aahh, tomates crevettes, dat is hier aan de kust een bekend gerecht.’’

U leert toneelteksten, speelt bridge, kent gedichten die u uit het hoofd voordraagt. Daar is een goed geheugen voor nodig. Bent u bang dat dat slechter wordt?

Volledig scherm
Belgie, Oostduinkerke, 25 juli 2017 Joost Prinsen, presentator © Jacqueline de Haas

,,Alles wordt minder naarmate je ouder wordt. Als ik op dit tijdstip van de dag op internet ga bridgen, ben ik tien keer beter dan wanneer ik dat om 11 uur vanavond doe. Ik herinner me nog het WK in 2011 in Veldhoven. Ik deed daar mee aan een zijtoernooi, ik was 69. De eerste wedstrijd was tegen het Australisch seniorenteam. Dat wonnen we. Volgende wedstrijd tegen de Canadese senioren. Wonnen we weer. Vier dagen later, de laatste wedstrijd, was tegen een Japans damesteam. Die dames zaten daar alleen omdat hun echtgenoten het echte toernooi zaten te spelen. Ze konden er niks van. Toch verloren we. Ik was zó moe. Dat had ik niet toen in 35 was. Ik kon dagen achter elkaar spelen en mijn niveau daalde niet veel. Het is niet mijn geheugen dat mij in de steek laat, het is de vermoeidheid die toeslaat.’’

Bridget Emma ook?

,,Ja, ik heb het haar geleerd, en ze doet het niet slecht. Maar ze speelt niet met goede spelers. Zij wil niet met mij spelen. Ik zeg haar: ‘Je wordt alleen maar slechter. Als je nou met mij gaat spelen, kunnen we naar toernooitjes. In Juan-les-Pins, Madeira of Deauville.’ We zouden dat als partners wel kunnen. Ik zie fouten lang van tevoren aankomen en calculeer ze in. Dat vind ik niet erg. Wél als ik met een goede partner bridge, dan wil ik nog weleens kwaad worden. Niet bij mijn vrouw, dan zeg ik: ‘Never mind, partner’. Maar dat zint háár dan weer niet.’’

Sinds vorige maand zit u in het panel van Oldskool, de vragenrubriek in dit magazine. Uw motto is: ‘Het is geen weer om te zeuren’.

,,Zeuren is toch altijd vervelend. Van niemand kan ik dat hebben. Mijn moeder zong nog weleens: ‘Ik hiet Arjaneke, lee niet te zaniken’ - mijn moeder komt uit Tilburg. Kennelijk zeurde ik als kind. Maar het is zonde van de tijd. Never cry over spilled milk, daar geloof ik in.’’

Richting de keuken: ,,Wat een goed idee schat, die tomatendinges.’’

Toen u voor het Oldskoolpanel werd gevraagd, haalde u Nescio aan: ‘Het leven heeft mij, goddank, bijna niets geleerd’.

,,Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Maar voor veel mensen is er niks zo vervelend als oude mensen die wijze raad gaan zitten geven. Ik doe dat bij mijn kinderen ook niet. Bij leerlingen heb ik vaak gedacht: ik kan dat nou wel zeggen, maar je gelooft me toch niet.

,,Je hebt vast een oude oom... In Brabant had ik heel veel oude ooms, die zeiden dingen als: ‘Jongen, je hebt duizend vrouwen, maar maar één moeder. Denk daar altijd aan’. Wat moet ik met die tegeltjeswijsheid? Zo wil ik niet worden. De enige wijze raad die ik jou geef, is dat je straks via Aalter, Maldegem en Terneuzen naar Goeree kunt rijden. Lijkt mij de beste route.’’

Paspoort Joseph Jules Thomas Prinsen

Geboren: Vught, 9 juni 1942 als burgemeesterszoon.
Opleiding: Gymnasium A. Toneelschool Amsterdam.
Loopbaan: Begint bij Wim Sonneveld in een musical. Gaat naar Toneelgroep Amsterdam en daarna naar Globe en het Amstel Toneel. Speelt als freelancer in diverse vrije producties. Doceert aan de Theaterschool. Is voor het eerst op tv in 1969 in het satirische programma Hadimassa. Daarna volgen onder meer de kinderprogramma’s Stratemakeropzeeshow (1972-1974), J.J. de Bom (1979-1981) en Het Klokhuis. Is medebedenker en tot 2015 presentator van de blufquiz Met het mes op tafel.
Schrijft twee boeken (De scharrelaar en Een goede speler is niet eerlijk) en maakt columns voor het Haarlems Dagblad. Schrijft over bridge en wielrennen en is de stem aan het begin en het eind van radioprogramma Kunststof.
Privé: Getrouwd, twee kinderen, twee kleinkinderen.