Volledig scherm
De uit de hand gelopen demonstratie in Rotterdam. © Joris van Gennip

Nét voor 15 maart barst de bom

Jarenlang wilde premier Rutte zich niet laten provoceren door het regime in Ankara. Maar een paar dagen voor de verkiezingen was de maat vol. En dat komt hem goed uit.

Zoveel eensgezindheid zagen we deze campagne nog nooit. Van GroenLinks tot PVV, allemaal vinden ze dat het kabinet geen andere keuze had dan twee Turkse bewindslieden te weren uit Nederland. Op DENK na staat de Nederlandse politiek als één man achter de regering. ,,We moeten ons nu niet uit elkaar laten spelen", zo verwoordt D66-leider Alexander Pechtold het algemene ongenoegen over de Turkse verdeel-en-heers-diplomatie.

Volledig scherm
© Joris van Gennip

De brede steun komt voor coalitiepartijen VVD en PvdA als geroepen. Hun campagnes lopen stroef, voor de PvdA dreigt een historische afstraffing. Partijleiders Mark Rutte en Lodewijk Asscher kunnen even ontsnappen aan het onophoudelijke gebeuk op een kabinet dat 4,5 jaar geleden bijna niemand wilde, maar er wel kwam. Ze laten zien waar ze voor zijn aangesteld: regeren. Ook als het moeilijk is.

Vooral Rutte grijpt zijn kans om inhoud te geven aan één van zijn belangrijkste verkiezingsboodschappen: geen experimenten nu. Uitgerekend zijn uitdagers Buma en Pechtold, die hem in de peilingen op de hielen zitten, onderstrepen ongewild diens leiderschap. Tekenend is hoe CDA en D66 het effect van de diplomatieke rel op de campagne geringschattend proberen af te doen. ,,Op straat hebben we hier niemand nog over gehoord'', klinkt het in beide kampen. Maar dat kan na dit turbulente weekend zomaar anders zijn.

De snelle escalatie van het conflict laat zich moeilijk rijmen met de vier jaar lang stoïcijns uitgedragen weigering van dit kabinet om 'megafoondiplomatie' te voeren. Niet laten provoceren, was het devies. Ook nu zegt Rutte uit te zijn op deëscalatie, maar het kwaad lijkt al geschied.

Campagne

Opvallend is dat de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavusoglu in mei 2015 nog ongehinderd campagne kon voeren voor de AK-partij van president Erdogan in Rotterdam. In de media bleef het bezoek destijds vrijwel onopgemerkt, politiek gekrakeel ontbrak eveneens. Amper twee jaar later is de situatie omgekeerd: de komst van de Turkse bewindsman was van meet af aan omstreden, omdat er sinds de mislukte coup grote zorgen zijn over spanningen tussen Turken in Nederland en de Turkse rechtsstaat.

Volledig scherm
© Joris van Gennip

Omstandigheden bepalen vaak of diplomatieke kwesties hoog opspelen of in de kiem worden gesmoord. In dit geval lijken de verkiezingen in Nederland en het referendum in Turkije eraan te hebben bijgedragen dat een verschil van mening zo uit de hand kon lopen. In de Nederlandse campagne speelt identiteit een belangrijke rol. De komst van een Turkse minister die campagne wil voeren onder Turkse staatsburgers in Nederland, laat zich nou eenmaal lastig verenigen met een pleidooi voor een samenleving waarin iedereen mee kan of moet doen.

Hier speelt ook mee dat partijen het PVV-leider Geert Wilders niet gunden om in deze kwestie een afwijkend standpunt in te nemen om daarmee zijn stempel op de verkiezingen te drukken. Wilders probeerde nog vergeefs de Kamer terug te roepen van reces om te spreken over de kwestie.

Sancties

Op het Binnenhof wordt alom verwacht dat Wilders in de laatste campagnedagen zijn steun voor het kabinetshandelen zal inruilen voor een oproep tot verdere escalatie, bijvoorbeeld door als Nederland sancties uit te vaardigen tegen Turkije. Met een dergelijk geluid kan de PVV-leider zich toch nog onderscheiden van de rest en misschien wat zetels pakken.

Tot dusver houden belangrijke Europese landen zich op de vlakte over de Nederlandse actie. Nu een harde boodschap is afgegeven aan de Turken, wil premier Rutte met 'een bord eten' de verhoudingen met de Turken normaliseren. Dat zal nodig zijn. Het bondgenootschap met Turkije is domweg te belangrijk, alleen al om de door Merkel en Rutte uitgedokterde vluchtelingendeal overeind te houden.