Volledig scherm
Waterpartijen zoals deze in het Haagse Bos maken het aantrekkelijk voor vleermuizen. Sommige soorten jagen kort boven het water op insecten. © Nico Schouten

Vleermuis kraamt in stadsbos

Staatsbosbeheer is tevreden over de uitkomsten van een zoogdierenonderzoek, vooral gericht op vleermuizen, in het Haagse Bos. Het stadsbos blijkt 'bijzonder soortenrijk'.

Volledig scherm
Boswachter Jenny van Leeuwen © Daniella van Bergen

,,Vleermuizen zijn best lastig te spotten'', vertelt Jenny van Leeuwen, de boswachter van het Haagse Bos. Bij een eerder zoogdierenonderzoek in 2013 waren deze beestjes buiten beschouwing gebleven.

Ultrasoon
Maar tijdens de meest recente studie, gehouden tussen april en december vorig jaar, bracht het door Staatsbosbeheer ingehuurde bedrijf Regelink Ecologie & Landschap allerlei apparatuur mee om eindelijk eens te weten te komen wat in het schemer en de nacht rondfladdert in het stuk Haagse Bos tussen Malieveld en Laan van NOI.Een van de apparaten was de zogeheten batdetector. Met zo'n vleermuis-opsporingsapparaat wordt het voor mensen onhoorbare ultrasone geluid dat deze vliegende zoogdieren produceren omgezet in iets dat wij wel kunnen horen.

,,Vleermuizen kijken in feite met hun oren. Door ultrasoon geluid te maken 'lezen' ze het landschap op basis van het terugkaatsende geluid. Zo weten zij precies waar een obstakel of prooi zich bevindt. De diverse soorten zitten ook op verschillende ultrasone frequenties '', legt Van Leeuwen uit. ,,Als je met een batdetector luistert, klinkt een laatvlieger als een soort handgeklap en de ruige dwergvleermuis als een galopperend paard.''

Boomcamera's
Verder werden boomcamera's en luisterkastjes opgehangen. Op pad gingen de onderzoekers ook, daarbij voorzien van ladder, zaklamp en boomspiegel. Met dat laatste kan achter loszittende schors of in boomholtes worden gekeken: de favoriete slaap- en kraamplekken van vleermuizen.

Tot slot werden in enkele avond- en ochtendschemeringen gewerkt met mistnetten. Daarbij zijn ook vleermuizen gevangen die anders moeilijk op te sporen zijn. Na het bepalen van de soort en het opmeten werden ze snel weer losgelaten.

Jonkies
De vondst van een kraamkolonie van watervleermuizen noemt de boswachter het mooist. ,,Daar in die beuk zijn enkele tientallen jonkies ter wereld gekomen.''  

Alles bij elkaar telt het Haagse Bos zes vleermuissoorten. Naast de genoemde watervleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis zitten daar ook de rosse vleermuis, meervleermuis en gewone dwergvleermuis bij.

,,Het is kennelijk een goede plek om te foerageren en om kraam- en slaapplekken te vinden, want ze hebben er waterpartijen waar veel insecten boven vliegen, oude bomen en dicht in de buurt ook nog eens gebouwen om zich overdag in terug te trekken.''

Van Leeuwen denkt overigens dat zo rond paleis Huis ten Bosch - in het deel van het Haagse Bos dat níet is onderzocht - de omstandigheden voor vleermuizen nog iets gunstiger zijn. ,,Daar is nog meer water en daar staan ook de meeste oude bomen.''

Bunzingen
De Staatsbosbeheer-medewerker erkent dat vleermuizen van de twee zoogdieren die er deze keer zijn onderzocht - de andere waren marterachtigen; het Haagse Bos herbergt bunzingen, wezels en boommarters - het minst bekend zijn bij het publiek. Ook hebben vleermuizen een beetje een moeilijk imago. Ze ogen niet knuffelig, zoals een rode eekhoorn dat veel meer heeft, en van oudsher hangt er ook nog eens een onterechte vampierassociatie omheen. ,,Maar ze zijn uiterst nuttig, want iedere vleermuis vangt honderden insecten per nacht. Zonder hen zouden meer muggen jouw slaapkamer weten te vinden.''

Met de nieuwste kennis over de vleermuispopulatie op zak, kan Staatsbosbeheer de werkzaamheden in het bos aanpassen. ,,We houden de waterpartijen goed open en als we klussen hebben in het bos houden we rekening met de vleermuisplekken en de manier waarop ze het Haagse Bos gebruiken.''

Bewust
Jenny van Leeuwen zelf benut de informatie om via de site boswachtersblog.nl/zuid-holland Hagenaars bewust te maken van de natuur in hun stad. ,,Mensen weten vaak niet wat er leeft in het bos waar ze bij wijze van spreken pal naast wonen.''

Uit het zoogdierenonderzoek dat Staatsbosbeheer en de gemeente in 2013 lieten uitvoeren in de grotere groengebieden van de stad, bleek al dat het drukbezochte Haagse Bos op Meijendel na de meeste zoogdiersoorten telt. Van Leeuwen: ,,Als ik over zulke onderzoeksresultaten praat via de blog, letten ze de volgende keer beter op in het bos en zien ze ook meer.''

Volledig scherm
© HansPeter Stutz

In samenwerking met indebuurt Den Haag

poll

Moet schoolzwemmen terugkomen in Den Haag?

Moet schoolzwemmen terugkomen in Den Haag?

  • Ja (85%)
  • Nee (12%)
  • Weet ik niet/geen mening (3%)
1787 stemmen