Exclusief

Het beste van het AD

In AD+ vind je een selectie van onze beste verhalen. Elke dag alles van het AD lezen? Neem dan een abonnement.

Volledig scherm
© AD

Voortaan heet dit Mollemalen

Columnist Thijs Zonneveld over de harkende, stoempende, duwende, trekkende, slingerende Bauke Mollema.

Quote

Mollema bezit een extra reservoir dat hij kan aanspreken als het écht moet

De wind stond recht in zijn bakkes. Het asfalt zoog aan zijn wielen. Het was smerig heet. Zijn tong hing op zijn voorwiel, zijn helm stond scheef en in de wallen onder zijn ogen kon je een buslading Japanse toeristen verstoppen.

Maar zo heeft Bauke Mollema het ’t liefst. En dus viel hij aan.

Er was nog 30 kilometer te rijden. De rest van de kopgroep keek naar elkaar. Niemand reageerde. Ze zagen hem rijden, 100 meter verderop. Die Mollema zou vanzelf wel terug komen waaien. Dat was een inschattingsfout. Maar dan wel eentje die ik kan begrijpen. Ik was erbij, miljoenmiljard jaar geleden, toen Mollema zijn eerste rit won in een Spaans etappekoersje – en het ging precies op dezelfde manier. Hij nam 100 meter voorsprong, we zagen hem zwoegen in de verte, we dachten dat hij wel zou breken. Sterker nog: we lachten hem uit. Met zijn scheve helm, zijn flaporen en die slinger-de-slanger-stijl van hem.

Wel, we weten hoe het afliep. Mollema won die rit in dat Spaanse rondje, groeide uit tot een van Nederlands beste klassementsrenners ooit en reed gisteren naar zijn eerste etappezege in de Tour. Hij deed het op zijn Mollema’s: met alles wat hij had. Harkend, stoempend, duwend, trekkend, slingerend. Maar het is zó eigen, zó authentiek, dat ik zou willen voorstellen om het voortaan Mollemalen te noemen.

Laten we wel wezen: niemand verwachtte veel van Mollema in deze Tour. Zijn benen had hij aan gort gereden in de Giro, zijn kopman (Contador) lag in de eerste week meer op het asfalt dan op de massagetafel. Maar waar de andere klassementsrenners uit de Giro (onder wie Quintana en Pinot) mentaal en fysiek braken, daar rechtte Mollema zijn rug. Hij bleef plannen maken. Hij bleef het proberen. In de eerste week werd hij weggeblazen.

In de tweede week begon hij langzaam steeds later en later te lossen. Hij sprong mee in tal van kopgroepjes, zonder dat het ergens toe leidde. Maar dat leek hem geen lor te interesseren. Hij had na elke etappe hetzelfde commentaar (,,Joaah, ging wel hoor!) en deed verder waar hij goed in is: alles van zich af laten glijden. Hij las een goed boek, dronk een glas wijn en donderde in slaap waar hij wilde. Gisteren is geweest, en als het vandaag niet lukt, dan is er altijd nog morgen. Of overmorgen.

Ik weet niet waar hij het vandaan haalde, die solo van gisteren. Maar er moet ergens een extra reservoir in hem zitten dat hij kan aanspreken als het écht moet en als het écht kan. Het is iets rebels, iets onverzettelijks, iets wat hem kan laten Mollemalen tot hij zwarte sneeuw ziet.

Als zijn benen niet goed zijn, dan doet hij het wel met zijn hoofd. 

Volledig scherm
© AFP