John de Wolf en Rob Witschge in 1993 bij Oranje.
Volledig scherm
John de Wolf en Rob Witschge in 1993 bij Oranje. © anp

Hoe John de Wolf vier Ajacieden wilde bedriegen

Het is in de succesvolle loopbaan van John de Wolf nog altijd een zwarte bladzijde: het kaartincident bij Oranje. Waarom bedroog hij teamgenoten bij het pokeren? De ex-prof is er eerlijk over in zijn biografie, die vrijdag verschijnt. Vandaag in AD Sportwereld een voorpublicatie.

John de Wolf.
Volledig scherm
John de Wolf. © anp
De Wolf in duel met Frank de Boer tijdens Ajax-Feyenoord.
Volledig scherm
De Wolf in duel met Frank de Boer tijdens Ajax-Feyenoord. © anp
Volledig scherm
© anp
Volledig scherm
© ANP
Volledig scherm
© AD

Aan de kaarttafel zitten vijf winnaars. Vier Amsterdammers, en ik. Robbie (Witschge, red). Aron Winter. De broertjes De Boer. Het is stil tussen hen en mij.

Poker is het spel dat we spelen. In dit geval: poker met een joker erbij. Ook wel Five of a Kind genoemd, een pokervariant waarbij een extra kaartcombinatie mogelijk is. De hoogste combinatie in het spel is vier azen - plus die ene joker. We schudden om de beurt, Winter mag beginnen.

Ook ligt er geld op tafel. Serieus geld. Een eerste potje begint met zo'n honderd, soms vijfhonderd gulden. Het kan oplopen tot enkele duizenden.

Ik weet niet waarom ik het ga doen. Omdat ik het al eens eerder heb gedaan? Omdat ik er toen toch ook mee wegkwam? Nu zit ik hier, op een congresstoel van Huis ter Duin, en overweeg ik serieus het te gaan doen. Overmoed? De kick van het risico?

Top of the bill
Het suist in mijn hoofd. Ik hoor bij het grote Oranje. Ik had dat niet verwacht. Mooier bestaat niet, ik ben nu top of the bill - en dat wil ik weten ook. Anders kan ik het niet verklaren.

Frank is aan de beurt om te schudden. Hij zit daar en ik zit hier. Hij is Ajax, ik ben Feyenoord. Ik moet zo niet denken, maar ik doe het toch. Ben ik de underdog, ondanks alles wat ik heb bereikt? Samen hebben zij vieren meer dan honderd caps. Ik heb er pas zes. Ze bouwen aan vermogens met zo veel meer nullen dan ik - dat soort slechte gedachten komen steeds maar terug, hoe hard ik ze ook wegduw. Wil ik ook een keer het mannetje zijn? De verklaring komt niet eens bewust in me op, het scheert langszij.

Voor Amsterdammers zijn ze verdacht stil. Verbeeld ik het? Voeren ze iets in hun schild? Er speelt iets. Maar ik weet niet wat. Ik denk iets te zien, iets te voelen, maar ik kan het niet onder woorden brengen voor mezelf.

Die o zo bedrukte pokerfaces van de twee broertjes. Winter is stil als altijd. En ook de smile van Robbie is niet anders dan anders. Gaan zij mij iets aandoen? Ronald is aan de beurt om te schudden. Om de tafel hangen andere spelers rond. Ed de Goey, wat Amsterdammers. Ze kijken mee. Zodra we straks worden weggeroepen voor de massage, nemen zij gretig onze plaats in. Alwetend kijken ze naar het spel op tafel, ze kijken in mijn kaarten. Waarom zou ik het doen? Wat win ik ermee?

Het is mijn beurt om te schudden. Terwijl ik de kaarten verzamel, stel ik vast waar de joker ligt, en schud hem fluks naar boven. Ik tel. Een, twee, drie, vier, vijf. De joker steek ik op de vijftiende plek. Kan niet missen, bij het uitdelen valt-ie zo dadelijk bij mij. Ik kan niet geloven wat ik aan het doen ben. Ik ben aan het quasi schudden, en niemand die het doorheeft. Dat alleen al geeft zo'n kick.

Als ik nu een aas trek, kan ik mijn geld blind inzetten, en is die hele pot daar voor mij. Bij deze gedachte overvalt een gevoel van zinloosheid me. Waar leidt dit toe? Rijk word ik er niet van. Een beter mens evenmin.

Klootzakken
Voetballers kennen drie regels. Een: je komt niet aan elkaars vrouw. Twee: je zegt niks lelijks over elkaars kinderen. Drie: je steekt niet met kaarten. Ik zit hier keihard te steken, ik zit ze ongehoord te klootzakken. Maar het is niet zo dat ik hun iets wil flikken, ik wil geloof ik alleen mezelf beschermen. Tegen hen. De aanval als beste verdediging, zoiets.

Ik win de pot, vooral ten koste van de hoge inleg van Robbie. Ik had verwacht dat ik me slecht zou voelen. Dat is niet zo. Ik kom ermee weg, ik zie niets aan hun kalme gezichten dat me zou moeten verontrusten. Die constatering alleen al biedt troost. Ik schuif de kaarten over tafel naar Robbie. Hij neemt ze aan, schudt voor een nieuw potje. Alles is weer normaal, en ik word weggeroepen voor een heerlijke massage.

De bundel groene en bruine briefjes prop ik weg in mijn trainingsbroek, ik sta mijn plek af aan een andere winnaar. Op weg naar de kamers, in gedachten verzonken, merk ik dat de De Boertjes achter me aan zijn gekomen. In slowmotion draai ik me naar hen om. Robbie duikt achter de twee op. Het is alsof hij de dood in de ogen kijkt. Frank en Ronald nemen het woord.

'Jij hebt gestoken, makker.' Het dikke hoteltapijt wordt onder mijn voeten vandaan getrokken. 'En niet voor de eerste keer. Bij Feyenoord schijn je dit ook te flikken. Voor hoeveel heb je de boel opgelicht? Nou?'

'Bewijs maar,' zeg ik stoer. Mijn hete hoofd zit dan al vol met watten, weinig van wat ze tegen me zeggen dringt werkelijk tot me door. Ik verlang naar een stil, koel, donker plekje. Het liefst zit ik twintig meter onder de grond.
 
'We hebben getuigen. O, en John? Koeman (aanvoerder, red.) hebben we ook al ingelicht.'

'De Wolf, John' - Jeroen Siebelink. Uitgeverij Nieuw Amsterdam Verschijnt: 28 februari 2014. ISBN: 9789046816530

Live Voetbal

home logo VitesseVIT
20:00
FC UtrechtUTR
away logo