Volledig scherm
DE ooievaars op het dak bij afvalstation Sita aan de Schans in Alphen aan den Rijn © Martin Sharott

Babyboom: Vele ooievaars in het Groene Hart

Wie nu door het Groene Hart rijdt, kan volop ooievaars en ooievaarsnesten spotten. Dat was nog geen 50 jaar geleden wel anders, want toen was de broedvogel bijna geheel verdwenen uit Nederland. Een project van de vogelbescherming heeft ervoor gezegd dat het ooievaarsbestand weer op peil is en steeds meer ooievaarsstations overbodig raken.

Volledig scherm
© Martin Sharott

,,Het klopt, de ooievaar is weer volop aanwezig in het Groene Hart'', vertelt Jaap Wansinck, voorzitter van stichting Ooievaars Zegveld. ,,Dat is het gevolg van het herintroductieprogramma dat de Vogelbescherming in 1969 is begonnen om het ooievaarsbestand weer op peil te brengen.''

In Groot-Ammers werd kweekstation Het Liesvelt opgericht. Het ooievaarsdorp in de Alblasserwaard werd gebruikt als kraamkamer van het ooievaarsproject. Daarnaast werden verspreid door Nederland twaalf buitenstations opgericht, waarvan drie in het Groene Hart: Alphen, Haastrecht en Zegveld. Aanvankelijk werden hier ooievaars gefokt en in de omgeving uitgezet. Zo ontstonden de eerste lokale populaties ooievaars. In de jaren daarop werden de broedgebieden steeds groter en gingen ze elkaar zelfs overlappen.

Het buitenstation in Zegveld is in 1980 geopend. ,,De eerste jaren hebben we ontzettend ons best gedaan om het jong uit ieder ei in leven te houden. Daarvoor hebben we soms best kunstgrepen uitgehaald. Een nest telt meestal drie tot vijf eieren. Uit het eerste ei komt altijd het grootste ooievaarsjong. Het jong uit het ei daarop is kleiner en uit het laatste ei komt het kleinste jong. Dit jong heeft daardoor de grootste kans om het niet te overleven. Daarom hebben we jarenlang het kleinste jong van het nest afgehaald en met de hand gevoerd.''

Kwaliteit
De methode vergrootte de overlevingskans van ooievaars, maar had wel invloed op de kwaliteit van de ooievaar. ,,We hielden zwakke ooievaarsjongen in leven, die het anders niet hadden gered. Maar deze ooievaars gaan ook weer broeden en brengen jongen voort. Dat is niet altijd goed. Daarom hebben we zo'n 15 jaar geleden de methode omgedraaid en zijn we het grootste jong van het nest gaan halen. Op die manier wisten we zeker dat we goede jongen overhielden. Het enige nadeel was dat de jongen teveel gewend raakten aan de mens.''

Nu het ooievaarsbestand op een gezond niveau zit, wordt er niet meer ingegrepen bij de nesten. ,,We hebben nu de luxe om de natuur z'n werk te laten doen," legt Wansinck uit. ,,De grootste schreeuwlelijk in het nest heeft daarbij de grootste overlevingskans.''

Toch krijgt de ooievaar nog wel hulp van stichting Ooievaars Zegveld. ,,We voeren wat bij met eendagskuikens. Zeker als het voedselaanbod gering is,'' zegt Wansinck. ,,Maar verder kunnen ze in de omgeving voldoende voedsel vinden. Vooral als de boeren net gemaaid hebben. Dan zie je ooievaars soms bijna achter de maaimachine aanlopen om torren, kevers, wormen, jonge grutto's en kieviten te verorberen die gesneuveld zijn in de messen." Voor een overschot aan ooievaars hoeven we volgens Wansinck niet bang te zijn. ,,Dat reguleert zich vanzelf. Wanneer het voedselaanbod minder is, zie je bijvoorbeeld dat het aantal eieren in een nest vermindert.''

Dat het goed gaat met de ooievaar blijkt ook uit het feit dat de buitenstations in Alphen en Haastrecht inmiddels zijn gesloten. De Aarhorst in Alphen is van 1989 tot 2006 een ooievaarsstation geweest. Hoewel het ooievaarsdorp in het Zegerslootgebied is opgeheven, zijn er op het terrein nog steeds drie bewoonde nesten en ook in de omgeving zijn verscheidene nesten te vinden.

Bij het afvaloverslagstation Sita aan de Schans in Alphen merken ze goed hoeveel ooievaars de stad telt. Soms zitten er wel tien op het dak, tussen de meeuwen. ,,Elders zien we dat helemaal niet'', zegt Pauline Hoekstra van Sita. ,,De laatste tijd is het sterk toegenomen. We vinden het wel gezellig, maar weten niet wat voor voedsel ze hier zoeken. Als we er last van krijgen, gaan we expertise inwinnen bij Avifauna. Er mogen geen mensen op het terrein komen om de vogels te fotograferen, dat is te gevaarlijk.''

In Haastrecht weten ooievaars de nesten ook nog steeds te vinden. Het Doove Gat, waar in 25 jaar tijd meer dan driehonderd ooievaars zijn uitgevlogen, is al gesloten sinds 2007. Dat er naast de voormalig buitenstations steeds meer ooievaarsnesten opduiken, heeft nog een oorzaak. ,,Je kunt bij ons ook nestpalen bestellen en die zelf neerzetten,'' vertelt Wansinck. ,,We zien steeds vaker dat mensen dat doen, waardoor er in de omgeving ook broedparen ontstaan. Hierdoor gaan we steeds meer toe naar vroeger, toen bijna elk dorp een eigen ooievaarsnest had.''

Toch zijn er volgens de voorzitter nog geen concrete plannen om ook het buitenstation in Zegveld op te heffen. ,,Maar het herintroductieprogramma is wel gestart om ervoor te zorgen dat wij met ons ooievaarsstation straks overbodig zijn en dat gaat de goede kant op."

poll

POLL: Welke fastfoodketen zou je (meer) in het Groene Hart willen zien?

  • 'Good old' McDonald's natuurlijk! (19%)
  • Doe mij maar Burger King (31%)
  • Ik ga voor KFC (27%)
  • Subway is my way (16%)
  • Anders, in te vullen op de Facebook-pagina van AD Groene Hart (8%)
727 stemmen