Volledig scherm

Schone naald voor de junk, cel voor de dealer

Schone naalden, op school vertellen over drugs, de gebruiker niet als crimineel zien. In een speech bij de Verenigde Naties in New York zal staatssecretaris Martin van Rijn de wereld vertellen dat in Nederland de gezondheid van de drugsgebruiker voorop staat, maar dat wij geen 'softies' zijn.

Volledig scherm
Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid). © anp
Quote

We hanteren een twee­spo­ren­be­leid, handhaving én hulpverlening. Dat werkt relatief goed

Staatssecretaris Van Rijn

Het Nederlandse drugsbeleid krijgt wereldwijd steeds meer navolging. Toch moeten onze politici zich nog altijd verantwoorden voor het 'vertroetelen van junks'. Aan staatssecretaris Martin van Rijn woensdag de taak om de Verenigde Naties te overtuigen van 'ons' gelijk.

Kern van de Nederlandse, en nu ook Europese, drugsbestrijding is de 'zachte' benadering. Volksgezondheid staat centraal in de aanpak. Die varieert van preventie (voorlichting op scholen) en behandeling (klinieken) tot het voorkomen van gezondheidsschade voor gebruikers (geven van schone naalden).

Aantoonbaar minder drugsgebruik
,,Deze methode is zeer succesvol in Nederland, en andere Europese landen blijken het ook heel interessant te vinden'', constateert Van Rijn. ,,Hierdoor is er aantoonbaar minder gebruik van drugs, zijn er minder verslaafden en loopt het aantal infectieziekten echt terug.''

Maar het pleidooi gaat veel verder: de internationale drugsverdragen mogen de toegang tot essentiële medicijnen nooit belemmeren. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de gebruiker als mens en niet als crimineel. Zo moeten de hoogte van straffen en alternatieven daarvoor bespreekbaar zijn.

Quote

Pak drugs­cri­mi­na­li­teit keihard aan, maar denk ook aan de grote gevolgen voor de volksgezondheid

Staatssecretaris Van Rijn

Regels verhinderen hulp
Volgens Van Rijn verhinderen de regels rond de 'war on drugs' in veel landen dat verslaafden worden geholpen. ,,Wij zeggen: scheid dat nou! Pak drugscriminaliteit keihard aan, maar denk ook aan de grote gevolgen voor de volksgezondheid.''

Is dit nu het beste voor de hele wereld? Van Rijn: ,,Ieder land moet kijken naar de eigen situatie om te zien wat goed werkt. Venezuela bijvoorbeeld, dat land moet zich richten op arme boeren die drugsoogsten gebruiken om nog wat te verdienen. Dan kun je wel met schone naalden aankomen, maar zij hebben compleet andere prioriteiten.''

Toch zie je al in meerdere landen een verschuiving van het beleid, zeker als het gaat om softdrugs. Uruguay is inmiddels het land met de meest liberale wietwetgeving ter wereld. Daar mag de plant ook in grote hoeveelheden voor consumptie geproduceerd worden, iets wat in Nederland nog taboe is. En in meerdere Amerikaanse staten is gebruik van een jointje al toegestaan.

Lopen we nog voorop?
De vraag is terecht of wij nog wel voorop lopen als het gaat om een modern drugsbeleid. De coffeeshop mag wél wiet verkopen, maar niet inkopen. En het testen van xtc op feesten is in de ban gedaan.

Volgens de staatssecretaris zoekt ook Nederland door naar de optimale balans om drugsproblemen te bestrijden. ,,Zo is de illegale productie in Noord-Brabant echt een groot probleem dat ontwrichtend werkt en allerlei levensgevaarlijke criminaliteit oplevert. Daar moeten lokale bestuurders vooral de tanden laten zien en dat gebeurt ook al.''

Moet Nederland überhaupt de rest van de wereld wel de maat nemen bij de Verenigde Naties? Ons land is volgens recente rapporten nog steeds de spil in de doorvoer van en handel in drugs binnen Europa.

Quote

Pamperen zit niet in mijn vocabulaire. Waar het mij louter om gaat: wat werkt het beste?

Staatssecretaris Van Rijn

Tweesporenbeleid
Van Rijn: ,,Natuurlijk moeten we alert blijven. Waar meer handhaving nodig is, moeten we daar aan werken en dat doen we ook. Zo is de politie druk bezig met het opsporen en oprollen van de xtc-labs in Brabant. Maar we hanteren een tweesporenbeleid, handhaving én hulpverlening. Dat werkt relatief goed.''

Telkens komt de bewindsman op Volksgezondheid zo weer terug bij de 'zachte' benadering. Toch zou Van Rijn het beleid zelf niet als geitenwollensokkenaanpak bestempelen. ,,Pamperen zit niet in mijn vocabulaire. Waar het mij louter om gaat: wat werkt het beste? U mag het noemen hoe u wilt, als ik maar zie dat de zorgelijke cijfers dalen.''