Exclusief

Het beste van het AD

In AD+ vind je een selectie van onze beste verhalen. Elke dag alles van het AD lezen? Neem dan een abonnement.

Hanina Ajarai.
Volledig scherm
Hanina Ajarai. © Marco de Swart

Mijn nicht in Marokko, dat had ik kunnen zijn

ColumnHanina Ajarai schrijft wekelijks over wat haar bezighoudt.

Quote

Terwijl ik mij verder ontwikkelde op de middelbare school en vervolgens de universiteit, takelde mijn nicht af door het harde werken en het geringe perspectief op een betere toekomst

Ergens in Marokko woont een vrouw met een leven dat het mijne had kunnen zijn. Mijn parallelle bestaan, zou je kunnen zeggen. Telkens als ik moeilijkheden ervaar, denk ik aan haar.

Onze vaders zijn broers en door het lot belandde de een in Nederland terwijl de ander zijn leven lang in het geboortedorp in Marokko is gebleven. De boerderij van mijn opa moest draaiende gehouden worden in diens afwezigheid (ook mijn opa was in Nederland) en dat was keihard werken voor mijn oom en zijn gezin.

Zeker ook omdat het dorp niet is aangesloten op elektriciteit of water. Elk gezinslid, hoe jong ook, moest bijdragen. Er moesten schapen gehoed worden, groenten verbouwd, water gehaald, koeien gemolken, brood gebakken, kleding gewassen in het beekje aan de voet van het dorp en nog veel meer.

Mijn oom heeft veel dochters gekregen en een van hen is ongeveer van mijn leeftijd. Terwijl ik leerde lezen op basisschool Klavertje Vier met juf Tineke, moest zij in alle vroegte opstaan om hout bij elkaar te sprokkelen. Terwijl ik in de pauze mijn boterham opat, moest zij in de hete zon werken op het land. Terwijl ik na school keek naar CartoonNetwork, moest zij te paard water bij de bron gaan halen, soms wel drie keer per dag. Hoe ouder ze werd, hoe zwaarder haar taken.

Eens in de twee jaar, wanneer we elkaar zagen, vergeleken we onze levens. Zij tastte mijn zachte witte huid met haar eeltige, licht gebarsten vingers, zongebruind door al het werken in de open lucht. Ik onderzocht haar plekje in het huis, niet meer dan een lade waarin haar kleren opgeborgen waren en het matrasje waarop ze sliep. Elke avond rolde ze dat uit, om die in de vroege ochtend weer op te ruimen. Thuis had ik weliswaar ook geen eigen kamer, maar ik had op zijn minst mijn eigen bed.

Mijn kleren staken felkleurig en nieuw af tegen haar fletse outfit. Kleding was duur en schaars in dat dorp, eens in de zoveel tijd kwam de klerenman op zijn ezel langs de huizen om zijn waar te verkopen. Alleen de oudere nichten mochten iets kopen, de jongere meisjes kregen de afdankertjes.

Terwijl ik mij verder ontwikkelde op de middelbare school en vervolgens de universiteit, takelde zij af door het harde werken en het geringe perspectief op een betere toekomst. Toen ik financiële onafhankelijkheid bereikte met allerlei bijbaantjes, bracht me dat veel vrijheid en geluk.

Mijn nicht heeft dat tot nu toe niet mogen ervaren. Uiteindelijk belandde ze in een huwelijk dat nauwelijks haar eigen keus genoemd kan worden. Het huwelijk bracht haar niet de gehoopte toekomst, het was simpelweg dezelfde levensstijl, maar dan in een dorp verderop. Nu kwam daar ook nog een man bij aan wie ze gehoorzaam moest zijn en een stroom kinderen die haar gezondheid met elke bevalling verder deden verslechteren.

Dat had ik kunnen zijn. Voor hetzelfde geld had ik ook nooit leren lezen, financiële afhankelijkheid gekend, luxe en vrijheid. Was ik nooit journalist geworden. Het is een pijnlijke gedachte waar ik mezelf af en toe aan moet onderwerpen. Daarna kan ik er weer tegenaan.

Mijn oom heeft veel dochters gekregen en een van hen is ongeveer van mijn leeftijd. Terwijl ik leerde lezen op basisschool Klavertje Vier met juf Tineke, moest zij in alle vroegte opstaan om hout bij elkaar te sprokkelen. Terwijl ik in de pauze mijn boterham opat, moest zij in de hete zon werken op het land. Terwijl ik na school keek naar CartoonNetwork, moest zij te paard water bij de bron gaan halen, soms wel drie keer per dag. Hoe ouder ze werd, hoe zwaarder haar taken.

Eens in de twee jaar, wanneer we elkaar zagen, vergeleken we onze levens. Zij tastte mijn zachte witte huid met haar eeltige, licht gebarsten vingers, zongebruind door al het werken in de open lucht. Ik onderzocht haar plekje in het huis, niet meer dan een lade waarin haar kleren opgeborgen waren en het matrasje waarop ze sliep. Elke avond rolde ze dat uit, om die in de vroege ochtend weer op te ruimen. Thuis had ik weliswaar ook geen eigen kamer, maar ik had op zijn minst mijn eigen bed.

Mijn kleren staken felkleurig en nieuw af tegen haar fletse outfit. Kleding was duur en schaars in dat dorp, eens in de zoveel tijd kwam de klerenman op zijn ezel langs de huizen om zijn waar te verkopen. Alleen de oudere nichten mochten iets kopen, de jongere meisjes kregen de afdankertjes.

Terwijl ik mij verder ontwikkelde op de middelbare school en vervolgens de universiteit, takel­de zij af door het harde werken en het geringe perspectief op een betere toekomst. Toen ik finan­ciële onafhankelijkheid bereikte met allerlei bijbaantjes, bracht me dat veel vrijheid en geluk.

Mijn nicht heeft dat tot nu toe niet mogen ervaren. Uiteindelijk belandde ze in een huwelijk dat nauwelijks haar eigen keus genoemd kan worden. Het huwelijk bracht haar niet de gehoopte toekomst, het was simpelweg dezelfde levensstijl, maar dan in een dorp verderop. Nu kwam daar ook nog een man bij aan wie ze gehoorzaam moest zijn en een stroom kinderen die haar gezondheid met elke bevalling verder deden verslechteren.

Dat had ik kunnen zijn. Voor hetzelfde geld had ik ook nooit leren lezen, financiële afhankelijkheid gekend, luxe en vrijheid. Was ik nooit journalist geworden. Het is een pijnlijke gedachte waar ik mezelf af en toe aan moet onderwerpen. Daarna kan ik er weer tegenaan.

Exclusief

Het beste van het AD