Exclusief

Het beste van het AD

In AD+ vind je een selectie van onze beste verhalen. Elke dag alles van het AD lezen? Neem dan een abonnement.

Volledig scherm
Thijs Zonneveld © AD

Topsportland op basis van toeval en uitschieters

Thijs ZonneveldVoorlopig valt de Nederlandse medailleoogst in Rio tegen. Daar kunnen we verbaasd over doen, maar het is niet heel vreemd. Het succes van exceptionele talenten zoals Dafne Schippers, Ranomi Kromowidjojo en Epke Zonderland heeft niets met beleid te maken.

Quote

We zijn als klein land bovengemiddeld goed in sport, maar dat is niet te danken aan beleid

Volledig scherm
Dafne Schippers © EPA

Ze zat op tennis. Heel goed was ze niet. Dafne Schippers sloeg af en toe een balletje en dat was het wel. Dat ze hard kon lopen wist ze eigenlijk niet, totdat ze een keer meedeed aan een sponsorloop van de tennisclub. Toen, rennend voor nieuwe netten en tennisballen, ontdekte ze haar talent. Bij stom toeval.

Het is symptomatisch voor de Nederlandse sport. We zijn als klein land bovengemiddeld goed in sport, maar dat is niet te danken aan beleid. We hebben nauwelijks programma's voor talentherkenning, we doen weinig aan talentontwikkeling, we bezuinigen al jaren op breedtesport en we investeren vergeleken met andere rijke landen relatief weinig in topsport. Ter illustratie: de Franse en Australische overheden steken tien keer meer in topsport, de Britse nog veel meer. 

Uitschieters

Als een land succes wil hebben in sport, dan kost dat geld. Uiteraard is er afhankelijkheid van talent, geluk en visie, maar het begint met de wil om te investeren. In topsport én in breedtesport. Voor een deel is succes maakbaar. In bijvoorbeeld Groot-Brittannië realiseren ze zich dat. Toen er slechts één gouden medaille werd gehaald bij de Spelen van Atlanta (1996) is er een systeem opgezet, gefinancierd door opbrengsten uit de goed lopende nationale loterijen, om talentvolle sporters op school al te herkennen en ze naar de top te begeleiden. Het resultaat: de Britse sporters wonnen 19 keer goud in Peking en 29 keer goud in Londen.

Quote

Als Nederlands sporttalent ben je vooral aangewezen op je ouders

Als Nederlands sporttalent ben je vooral aangewezen op je ouders. Die moeten betalen voor lidmaatschappen en materiaal, die moeten je door het hele land rijden, die moeten weekend na weekend opofferen voor de sportcarrières van hun kroost. Max Verstappen, Epke Zonderland, Bas Verwijlen: allemaal haalden ze de top omdat hun ouders extreem veel over hadden voor hun sport.

Volledig scherm
Ranomi Kromowidjojo © ANP

Op latere leeftijd is er een tweede pad naar de top: via ploegen en teams die door het bedrijfsleven worden gefinancierd via sponsoring. Dáárom zijn we goed in schaatsen en in wielrennen: talenten krijgen in professionele ploegen de kans zich volledig op hun sport te richten.

We zijn afhankelijk van incidentele uitschieters. Van exceptionele talenten, van toeval, van sporten die interessant zijn voor Nederlandse sponsors, van een geweldige trainer, van een sportbond met visie, van roeimeisjes die via hun studentenclub toevallig in een boot terecht zijn gekomen. Er wordt in Nederland vóór elke Spelen geroepen dat de medailleoogst van Sydney (25 medailles, 12 keer goud) gaat worden overtroffen, maar we vergeten erbij te zeggen dat we daar volledig afhankelijk waren van een handvol vedetten die goed waren in sporten waarbij ze meerdere gouden medailles konden scoren.

Quote

Nederlandse politici staan vooraan in de rij als er sportsucces gevierd mag worden, maar ze hebben de afgelopen jaren vooral bezuinigd op sport

Volledig scherm
Epke Zonderland © ANP

Bezuinigd
Nederlandse politici staan vooraan in de rij als er sportsucces gevierd mag worden, maar ze hebben de afgelopen jaren vooral bezuinigd op sport. Schoolzwemmen is geschrapt, er wordt op school nauwelijks nog gegymd en sportclubs moeten meer belasting betalen. Het is geen toeval dat kinderen in Nederland dikker worden en dat er weinig goede Nederlandse zwemmers zijn in de leeftijd tussen 18 en 23 jaar: dat is de eerste generatie die niet meer zwom op school. De investeringen in topsport bleven achter, terwijl landen om ons heen wél investeerden. De toelages voor olympische sporten zijn gekoppeld aan de opbrengst van de nationale loterijen, maar die zijn in Nederland veel minder groot dan elders en lopen bovendien sterk terug. De reserves van NOC*NSF zijn de afgelopen jaren verdampt. De sportkoepel heeft er na Londen noodgedwongen voor moeten kiezen om alleen nog substantiële bijdrages te geven aan sporten met medaillekansen op de korte termijn.

In veel olympische sporten hebben sporters en coaches de afgelopen jaren elk dubbeltje moeten omdraaien. Sommige sporters (onder wie Jeffrey Wammes, die er de Spelen mee haalde) hebben crowdfundingsacties moeten opzetten om hun sportcarrière te kunnen financieren. Anderen merkten het vooral in hun voorbereiding. Er was bestuurlijke en organisatorische chaos bij de judobond en zwembond. Succescoach Jacco Verhaeren vertrok naar Australië, judoka's moesten noodgedwongen coaches delen, de toelage van schermer Bas Verwijlen werd stopgezet omdat hij zijn eigen trainer wilde kiezen, de ploegenachtervolgers moesten wedstrijden afzeggen omdat ze de tickets niet konden betalen, de baansprinters rijden op verouderd materiaal en moesten het op trainingskampen doen met minimale middelen en minimale ondersteuning.

Nu al maken veel sporters en coaches zich zorgen over de volgende olympische cyclus. Er is nog geen alternatief gevonden voor de teruglopende loterijopbrengsten; waar het geld voor successen in Tokio vandaan moet komen is een raadsel.

Quote

Iedereen heeft het wel over 'Kromo' en Dafne, maar wat zijn topprestaties ons eigenlijk waard?

Debat
Eigenlijk zou er een politiek en maatschappelijk debat moeten worden gehouden over wat we nu eigenlijk willen met sport. Willen we dat onze kinderen bewegen? Willen we succes op grote toernooien? Willen we daarvoor betalen? En zo ja: hoeveel? En hoe? Iedereen heeft het wel over 'Kromo' en Dafne, maar wat zijn topprestaties ons eigenlijk waard?

Misschien is de uitkomst wel dat we sport niet belangrijk genoeg vinden om erin te investeren. Maar dan moeten we ook ophouden om keer op keer naar de medaillespiegel te kijken.