Volledig scherm
De Turkse president Erdogan. © EPA

'Geen bewijs voor lange arm van Ankara'

Er zijn geen harde bewijzen dat Ankara Turkse organisaties in Nederland aanstuurt of financiert. Maar dat wil niet zeggen dat er geen 'lange arm' van de Turkse overheid is, stelt minister Lodewijk Asscher (Integratie).

Onderzoekers van RadarAdvies stellen dat er geen ‘aantoonbaar strakke aansturing’ van de organisaties vanuit Turkije plaatsvindt. ,,Daarmee is niet gezegd dat Turkije dit niet probeert, of dat hier geen sprake van is’’, schrijft Asscher in een brief aan de Tweede Kamer. Ook schrijft hij dat het op basis van dit onderzoek niet mogelijk is ‘harde conclusies’ te trekken.

Dat komt door de opzet van het onderzoek, zo meldt RadarAdvies zelf ook. Het is vooral gebaseerd op gesprekken met Turks-Nederlandse organisaties, niet op bijvoorbeeld een onderzoek naar financiële boeken.

Quote

Daarmee is niet gezegd dat Turkije niet probeert aan te sturen, of dat hier geen sprake van is

Lodewijk Asscher

Uit interviews met Turkse Nederlanders blijkt dat zij zich niet laten beïnvloeden door de onderzochte organisaties Islamitische Stichting Nederland (Diyanet), Stichting Islamitisch Centrum Nederland, Milli Görüş en Hizmet. Ze weten vaak niet dat moskeeën verbonden zijn aan bepaalde clubs of waar die precies voor staan. Sociale media en Turkse televisiestations lijken veel meer invloed te hebben.

Diyanet

Toch springt een van de organisaties er wel uit: de Islamitische Stichting Nederland (ISN), waar 143 moskeeën bij zijn aangesloten. De daar prekende imams zijn in dienst van Diyanet, dat onder de Turkse premier valt. Diyanet heeft volgens het onderzoek een ‘informeel algemeen bestuur’ dat vanuit Ankara toezicht houdt op ISN. Dit komt jaarlijks bijeen en houdt zich bezig met de financiën, het beleid en statuutwijzigingen van de Nederlandse stichting.

Daarnaast is een diplomaat van de Turkse ambassade in Den Haag formeel nog steeds voorzitter van de Islamitische Stichting Nederland. Nadat hierover in de winter ophef was ontstaan, is hij teruggeroepen naar Ankara, maar er is sindsdien geen opvolger benoemd. Volgens de Kamer van Koophandel staat hij nog steeds aan het hoofd van de stichting.

,,We zien niet dat moskeeën dagelijks vanuit Turkije worden aangestuurd, maar als Erdogan kwaad zou willen zijn de mogelijkheden er wel. Daar maken we ons grote zorgen over'', zegt Omar Ramadan, directeur van RadarAdvies.

De Turkse overheid verstrekt bovendien projectsubsidies aan Turkse Nederlanders. Die zijn volgens het onderzoek bedoeld om de binding met het thuisland te onderhouden en het beeld van Turkije in het buitenland te bevorderen.

Hizmet

Een ander pijnpunt is de houding van veel Turkse Nederlanders ten aanzien van de Hizmet-beweging, de sympathisanten van Gülen. De vier onderzochte clubs zeggen dat ze niet door Turkije onder druk zijn gezet om de banden met Hizmet te verbreken. Asscher noemt het echter opvallend dat de organisaties wel een-op-een de lijn van de Turkse overheid volgen. Turkije ziet Hizmet immers als een terroristische organisatie.

Het onderzoek, gedaan op verzoek van de Kamer, laat dus vooral zien dat Turks-Nederlandse organisaties zelf geen probleem zien. Het kabinet blijft echter zorgen houden. Asscher vreest dat Turkse invloed de integratie niet ten goede komt. De verhouding tussen de overheid en de clubs is de laatste jaren uiterst moeizaam. De Islamitische Stichting Nederland, Stichting Islamitisch Centrum Nederland en het Europese islamitische verbond Milli Görüş hebben zelfs twee keer hun medewerking aan het onderzoek gestaakt. Uiteindelijk zijn ze toch weer om tafel gegaan.

De organisaties golden jarenlang als belangrijke gesprekspartner van de overheid, maar het wederzijdse wantrouwen is nu groot. Asscher probeert ze geregeld met harde taal te dwingen achter de Nederlandse normen en waarden te gaan staan. Hij wilde de clubs in 2014 zelfs 'monitoren', waarmee hij zijn toenmalig partijgenoten Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk tegen zich in het harnas joeg. Het gevolg is bekend: ze stapten op en begonnen met succes hun eigen partij Denk. Vooral Turkse Nederlanders voelen zich daar thuis.

Het nieuwe kabinet zal moeten uitmaken hoe het voortaan met de Turks-Nederlandse organisaties om zal gaan. Er ligt in elk geval nog een lastige motie op de plank, die uitgevoerd moet worden. Daarin roept de Kamer de regering op om te zorgen dat moskeeën niet meer worden gefinancierd via Diyanet. De oproep kwam van twee heren die nu aan de formatietafel zitten: CDA-leider Sybrand Buma en Gert-Jan Segers van de ChristenUnie.