Ahoy strooide vorige week aas voor de ingang waar een Pokéstop is. Ze kondigden het evenement aan met een video.
Volledig scherm
Ahoy strooide vorige week aas voor de ingang waar een Pokéstop is. Ze kondigden het evenement aan met een video. © Fotomontage AD

Bedrijven liften mee op de Pokémonhype

Bedrijven en culturele instellingen in de Rotterdamse regio spelen handig in op de Pokémonrage. Pokémonmarketing wordt het al genoemd. ,,Zo kunnen we een jonger publiek trekken.''

Ahoy strooide vorige week aas voor de ingang waar een Pokéstop is, een plek waar punten te halen zijn. Het gevolg: tientallen jongeren op de stoep bij Ahoy, precies de doelgroep die het sport- en evenementencomplex in Rotterdam-Zuid wil aanboren.

,,Het was in een middagje bedacht en het kostte bijna niets'', vertelt Ahoy-woordvoerder Susanne Blaas. Het filmpje waarin spelers worden uitgenodigd om bij Ahoy Pokémon te komen vangen, is opgenomen met een mobiele telefoon. Daarin weet een collega, verkleed als Pikachu, te ontsnappen. Het filmpje werd 20.000 keer bekeken.

Leuk, maar wat levert dat Ahoy eigenlijk op? Blaas: ,,Het is niet zo dat we nu ineens meer kaarten hebben verkocht, maar met dit soort acties hopen we een jonger publiek aan ons te binden. Het zorgt voor meer naamsbekendheid en een leuke uitstraling.''

Best bekeken

Dat was zeker ook het geval bij de Rotterdamse webwinkel Coolblue. De video die zij maakten over de Pokémonrage was hun best bekeken filmpje ooit. Daarin steekt het bedrijf de draak met de verdeeldheid tussen Pokémonfans enerzijds en mensen die de trend zat zijn anderzijds. Te zien is hoe een dame een Pokémonvanger vangt met een enorme Pokébal. Coolblue annuleerde een paar vergaderingen om de film te maken. En niet voor niets. "We hebben meer dan 5 miljoen mensen bereikt'', aldus een woordvoerder.

Musea profiteren ook van de Pokémonrage. "Wow, onze tentoonstelling over 100 jaar Volkspark is een PokéStop'', schrijft stichting Mooi Werk uit Schiedam op Facebook. "Superleuk'', vindt Eveline Lamphen. "De tentoonstelling loopt al een jaar en nu zien we ineens allemaal jongeren bij de standbeelden staan.''