Exclusief

Het beste van het AD

In AD+ vind je een selectie van onze beste verhalen. Elke dag alles van het AD lezen? Neem dan een abonnement.

Volledig scherm
Wessel Penning. © Joost Hoving

Patserseizoen

ColumnHet wordt zomer, de zonnige dagen stapelen zich op, dus dan weet je wat er in Rotterdam begint: Het patserseizoen. Nooit van gehoord? Dan leg ik het even uit.

Quote

Ik weet toevallig dat je eigen grote bek op den duur gaat vervelen

De patser is een man van 35-plus, die na zakelijk succes van hemzelf (of van papa) goed in zijn slappe was zit, en dat graag op onze terrassen breed uitdraagt. Zijn luide stem domineert een gebied van zeker honderd vierkante meter. In elke drie zinnen komt een duur automerk, een lucratieve vastgoeddeal of de naam van een verworven of nog te veroveren dame voorbij. Vaker dan de gemiddelde Nederlandse man zit de patser graag onderuitgezakt, met zijn overhemd ver open en de benen wijd, waardoor niets hem nog in de weg zit en hij dus lekker vaak aan zijn ballen kan krabbelen.

Koning
De patser waant zich koning. Hij zwaait met grote glazen wijn en doet joviaal naar serveersters. Als ze, na het opnemen van de bestelling van hem weglopen, fungeert de patser tijdelijk als vleeskeurder. De resultaten bespreekt hij met zijn tafelgenoten.

Niemand maakt hem wat. De man maakt een zeer tevreden indruk. Maar ik heb meelij met zijn vrouw, zijn kinderen en ook met hemzelf. Want het patserschap, dat lijkt me eigenlijk best wel treurig, eenzaam en vermoeiend. Ik weet toevallig dat je eigen grote bek op den duur best gaat vervelen en dat praatjesmakers diep van binnen vaak kleine, bange jongetjes zijn.

Goed. Toen ik eergisteren weer eens de pech had dat een stel van die gasten aan het zonnige tafeltje naast me gingen zitten, werd ik eerst chagrijnig. Maar daarna kreeg ik een goed idee, dat ik de horecabazen van Rotterdam hierbij graag wil voorleggen: Is het een optie om speciale uren voor deze heren te organiseren, voor patsers only?

Dan hebben zij, onder elkaar, een fijn hengstenbal en weten wij, gewone stervelingen, wanneer we lekker thuis op de bank moeten blijven.