Exclusief

Het beste van het AD

In AD+ vind je een selectie van onze beste verhalen. Elke dag alles van het AD lezen? Neem dan een abonnement.

Volledig scherm
© AD Sportwereld

De open zenuw van de omerta

ColumnAD-columnist Thijs Zonneveld is na het verschijnen van zijn biografie over Thomas Dekker sprakeloos over het feit dat we nog steeds discussiëren over de vraag of een wielrenner volledige openheid van zaken mag of moet geven.

Quote

Ik ben verbaasd over de hoeveelheid reacties, over de enorme steun aan Thomas' adres, maar ook over de heftigheid van sommige negatieve reacties

Het was maandagochtend en het begon te stormen. In deze krant verscheen een voorpublicatie van de biografie van Thomas Dekker en meteen stortregende het reacties. Telefoontjes, mails, appjes, brieven, berichten op sociale media, voicemails: het was een vloedgolf. En die hield niet op.
 
Voor het uitkomen ervan had ik verwacht dat het boek wel iets teweeg zou brengen, maar ik had nooit gedacht dat het zoveel zou losmaken. Ik ben verbaasd over de hoeveelheid reacties, over de enorme steun aan Thomas' adres, maar ook over de heftigheid van sommige negatieve reacties. Dat er een aantal personen hun hakken in het zand zou zetten kon je van tevoren uittekenen, maar ik ben sprakeloos over het feit dat we nu - na alle dopingaffaires van de afgelopen jaren en na alle schandalen in de sport - nog steeds discussiëren over de vraag of een wielrenner volledige openheid van zaken mag of moet geven.

Er is de afgelopen jaren, na de val van Lance Armstrong, heel vaak gesproken over de omerta - de deken van zwijgplicht waaronder jarenlang alles kon gebeuren dat het daglicht niet kon verdragen. Renners, ploegleiders, managers, artsen, maar soms ook journalisten en fans - iedereen werkte er aan mee. In alle eerlijkheid: ik dacht dat de omerta vooral iets was uit het verleden. Dat had ik mis.

Quote

Transparantie is de enige manier waarop het wielrennen zijn ge­loof­waar­dig­heid kan herstellen

In zijn biografie vertelt Thomas Dekker hoe hij ontspoorde. Hij slacht in de eerste plaats zichzelf, maar hij brengt ook tot in detail in kaart hoe het systeem werkte: hij noemt iedereen die bijdroeg aan zijn waanzin rond doping, drugs en seks met naam en toenaam. Renners, managers, artsen, dealers, wegkijkende ploegleiders. Het is de enige manier hoe hij zijn gehele verhaal kan doen én die transparantie is de enige manier waarop het wielrennen zijn geloofwaardigheid kan herstellen. Overigens vertelt Dekker in het boek óók hoe het wielrennen tijdens zijn carrière veranderde: in de laatste jaren van zijn loopbaan heerste er een andere mores in (een deel van) het peloton dan in zijn eerste seizoenen.
 
Blijkbaar raakt de biografie een open zenuw. Er wordt niet alleen gesproken over de inhoud van het boek, maar ook over de vraag of de inhoud naar buiten had moeten komen. Die discussie woedt in het wielrennen, maar ook daarbuiten. Bij de renners, bij de fans, bij mensen die nog nooit een wielerkoers hebben bekeken - en tot mijn verbazing zelfs bij journalisten. Er vielen termen als erecode - niet meer dan een eufemisme voor omerta.
 
Iedereen mag van het boek vinden wat hij of zij wil. De inhoud is verre van mooi: Dekkers verhaal is rauw en smerig. Maar de hoeveelheid positieve reacties en de heftigheid van de negatieve reacties hebben voor mij meer dan ooit duidelijk gemaakt dat de omerta nog altijd heerst. Een deel van de sport, de fans en het journaille wil nog altijd het liefst dat de deksel van de beerput dicht blijft. Het sterkt me alleen maar in een overtuiging die Thomas Dekker en ik al jaren hebben: dat deze biografie geschreven moest worden.

Volledig scherm
© ANP