Dekker vertelde dat hij het met Boogerd op een zuipen had gezet

Volledig scherm
Renate Verhoofstad.
 
Nu vraag je je af: Hoe naïef kun je zijn? Ook ik wist dat Cecchini een beroemde dopingdokter werd genoemd, met directe lijntjes naar discutabele sportartsen als Ferrari en Fuentes. Maar moest je Dekker en Hamilton eens bevlogen over Cecco horen vertellen, de gepensioneerde Toscaan die toch maar mooi elke dag in zijn Smart stapte om tijdens urenlange, afmattende trainingsritjes met ingenieuze schema's en SRM-systemen zijn wielrenners vanuit de auto aan te moedigen tegen de ultrasteile Monte Serra omhoog.

In de naschok van alle dopingonthullingen van deze week, moest ik denken aan die keer dat ik met Tyler Hamilton en Thomas Dekker - ooit twee gevestigde dopingnamen maar inmiddels voorvechters van de schone zaak, tégen doping - op het terras zat van bar Turandot in mijn toenmalige woonplaats Lucca. Het was de zomer van 2007. Aan de voet van mijn eigen Toscaanse appartement op drie hoog achter, keek ik hoogzwanger over de piazza uit, tegen de façade van de kerk van San Michele aan, met die prachtige witmarmeren engel boven op het dak die neer leek te kijken op ons zondaars. Het was allemaal te mooi om waar te zijn. We leefden alle drie op onze eigen manier de Italiaanse droom, in het beloofde (wieler-)land. De Amerikaan Tyler, mijn Nederlandse 'buurman' Thomas Dekker en ik.

Hamilton, de op bloeddoping betrapte olympisch kampioen van 2004 en een wat rare snuiter als je het mij vraagt, was een paar dagen op bezoek in Lucca en zat vanwege mogelijke betrokkenheid bij Operacion Puerto in non-actieve toestand met mijn hondje Bibi op schoot. Maar over de Spaanse dopingdokter Fuentes tijdens het aperitivo met de twee renners geen woord. Laat staan dat tijdens het wegprikken van een olijfje de bijnaam 'classicomano Luigi' viel. In plaats daarvan haalde Hamilton zijn eigen trouwe viervoeter aan, een golden retriever als ik me niet vergis, die hij onlangs had moeten laten afmaken. En hoe kapot Hamilton daar wel niet van was. En ik geloofde hem.

Thomas Dekker ondertussen, een soort huisvriend omdat ook hij Lucca als standplaats had, was pas teruggekeerd vanuit de Tour de France en likte aan tafel zijn wonden. Omdat het een stevige klap in zijn gezicht was geweest toen de Rabobank geletruidrager Rasmussen naar huis had gestuurd. Over doping werd niet gesproken. Maar Dekker vertelde wel dat hij het diezelfde nacht samen met Michael Boogerd flink op een zuipen had gezet en dat ploegleider Breukink had moeten lullen als Brugman om de twee meesterknechten van die Tour de volgende ochtend weer op de fiets te krijgen. Omdat het gevoel nu eenmaal overheerste dat hen onrecht was aangedaan. Dat Boogerd en Dekker in feite voor niets drie weken lang hun ballen eraf hadden gedraaid. Tyler Hamilton knikte instemmend. En ik geloofde hen. Tuurlijk. Waarom niet?

Nu vraag je je af: Hoe naïef kun je zijn? Ook ik wist dat Cecchini een beroemde dopingdokter werd genoemd, met directe lijntjes naar discutabele sportartsen als Ferrari en Fuentes. Maar moest je Dekker en Hamilton eens bevlogen over Cecco horen vertellen, de gepensioneerde Toscaan die toch maar mooi elke dag in zijn Smart stapte om tijdens urenlange, afmattende trainingsritjes met ingenieuze schema's en SRM-systemen zijn wielrenners vanuit de auto aan te moedigen tegen de ultrasteile Monte Serra omhoog. Volgens Hamilton en Dekker klopte er weinig van het beeld dat in de media van die alleraardigste Cecchini werd geschetst. Voor geld hoefde Cecco het niet te doen, ze vonden hem een kei van een trainer. En waarom zou je dat eigenlijk niet geloven?

Misschien omdat ik in de maling genomen wílde worden, door Thomas, Tyler en al die anderen. Ik vermoed omdat de waarheid en niets anders dan de onverbloemde, soms verschrikkelijke waarheid achter de sluier van de sport, mijn geloof, hoop en liefde voor het wielrennen in de weg zou kunnen staan. Vijf jaar later maakte Hamilton met zijn onthullende boek 'de wielermaffia' schoon schip en heeft ook Dekker de onderste steen boven beloofd. Maar ondertussen woedt er in mijn hoofd een tsunami werkelijk, vanwege de stortvloed aan dopingonthullingen. Wát moet ik voelen, hóe moet ik me voelen? Want de vraag blijft namelijk: wie besodemietert nu eigenlijk wie in het wielertheater dat wij met z'n allen hebben gecreëerd?