Volledig scherm
Foto ter illustratie. © ANP XTRA

Arbeidsparticipatie onder niet-westerse migranten stijgt flink

De arbeidsparticipatie onder personen met een niet-westerse migratieachtergrond is gestegen, meldt het CBS. In 2018 was 60,9 procent van deze groep aan het werk, bijna net zoveel als voor de crisis. Het gat met werkenden met een Nederlandse achtergrond blijft echter groot. Van hen heeft 69,1 procent werk.

Van de personen tussen de 15 en 75 jaar met een Nederlandse achtergrond hadden in 2018 zo’n 6,9 miljoen mensen werk. Van de personen met een niet-westerse migratieachtergrond waren dat er 972.000.

Tijdens de crisis nam de arbeidsparticipatie van niet-westerse migranten relatief het sterkst af van alle groepen. In 2014, middenin de crisis, had van de personen met een Nederlandse achtergrond 66,5 procent werk. Voor de groep met een niet-westerse achtergrond was dit percentage harder gedaald, naar 55,2 procent. Een opvallend grote terugval, aldus CBS-onderzoeker Peter Hein van Mulligen. ,,Dat deze groep het hardst getroffen werd in de crisis heeft meerdere verklaringen. Zij zijn gemiddeld vaak jonger en zijn vaak lager opgeleid. Die werknemers hebben eerder een flex- of oproepcontract en raken ook makkelijker hun baan kwijt.’’

Andere groepen migranten zijn er meer op vooruitgegaan. De arbeidsparticipatie van personen met een Turkse (61,2 procent) of Marokkaanse achtergrond (57,4 procent) was in 2018 hoger dan op het hoogste punt voor het begin van de crisis.  

Voorsprong

Voor sommige groepen niet-westerse migranten - die met een Antilliaanse, Arubaanse of Surinaamse achtergrond - blijft de arbeidsparticipatie juist achter vergeleken met de periode voor de crisis. Het percentage werkenden onder mensen met een niet-westerse achtergrond is echter wel nog steeds het hoogst bij Surinamers. ,,De groep is al langer in Nederland dan Turkse en Marokkaanse migranten en dat geeft ze een voorsprong. Ze zijn beter geïntegreerd in de Nederlandse arbeidsmarkt. Maar je ziet dat Turkse en Marokkaanse migranten nu een slag maken.’’

In het onderzoek is alleen gekeken naar het totaal van de eerste en tweede generatie migranten in een groep. ,,Maar er zijn altijd wel duidelijke verschillen tussen hoe de eerste en tweede generatie migranten het doen op de arbeidsmarkt. De tweede groep is vaker hoogopgeleid en kent een grotere arbeidsparticipatie dan de eerste generatie.’’

Wie zijn onderzocht?
In het onderzoek worden onder ‘personen met een migratieachtergrond’ mensen verstaan die óf zelf in een ander land dan Nederland geboren zijn óf waarvan in ieder geval een van beide ouders in een ander land geboren is en een andere nationaliteit heeft dan de Nederlandse. ,,In dit onderzoek kijken we naar de eerste en tweede generatie migranten. Hoewel mensen in de derde generatie - met een grootouder die elders geboren is - misschien niet altijd zo gezien worden, scharen we hen in het onderzoek onder personen met een Nederlandse achtergrond.’’

Lees de beste artikelen op het gebied van werk en carrière via onze wekelijkse nieuwsbrief