Volledig scherm
© Shutterstock

Nieuwe regels arbeidsmarkt volgend jaar van kracht: ontslag minder omslachtig

De Eerste Kamer heeft ingestemd met nieuwe regels voor de arbeidsmarkt. Met de nieuwe wet moeten de verschillen tussen vaste en flexibele arbeid kleiner worden. De meeste maatregelen worden volgend jaar van kracht. 

Met de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) wil minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken het voor werkgevers goedkoper maken om mensen in vaste dienst te nemen én flexibele contracten minder aantrekkelijk maken. Zo is een van de maatregelen in de nieuwe wet dat werkgevers straks een hogere ww-premie betalen voor werknemers met een flexibel contract. 

Daarnaast hebben alle werknemers straks vanaf de allereerste werkdag recht op een ontslagvergoeding, nu is dat pas na twee jaar. Met de WAB maakt minister Koolmees niet alleen flexwerk iets minder voordelig, tegelijkertijd geeft hij werkgevers iets meer ruimte om contracten met personeel sneller te beëindigen.

Zo mogen werkgevers gewoon drie jaar tijdelijke contracten geven in plaats van twee jaar. Een andere maatregel is de introductie van een nieuwe ontslaggrond, de zogenaamde cumulatiegrond. Kortweg tellen daarbij verschillende factoren op tot één ontslaggrond, wat ontslag minder omslachtig moet maken.

‘Belangrijke stap’

Koolmees ziet de wet als ‘een belangrijke stap naar een sterke en goed functionerende arbeidsmarkt’. Een groot deel van de oppositie in de senaat is een andere mening toegedaan. PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50PLUS, SP en PVV konden hun zegen niet geven aan het wetsvoorstel. Ze zijn onder meer bezorgd dat payrollers op grote schaal verder zullen gaan als uitzendkracht.

Ook werkgeversorganisaties zijn kritisch. MKB-Nederland en VNO-NCW noemen de WAB ‘twee stappen vooruit en één stap terug én een wet van plussen en minnen'. ,,Met de noodzakelijke aanpassingen in het ontslagrecht en de ketenbepaling worden twee stappen vooruit gezet, maar tegelijk wordt een stap teruggezet door tijdelijk werk duurder te maken voor ondernemers die geen andere keus hebben, zoals recreatie- en horecabedrijven”, zo luidt hun kritiek.