Foto ter illustratie. 'Zoom-moeheid' is een van Thijs z'n favoriete coronawoorden.
Volledig scherm
Foto ter illustratie. 'Zoom-moeheid' is een van Thijs z'n favoriete coronawoorden. © Shutterstock

Raamzwaaien, huidhonger of toekomstverdriet: wat vind jij het mooiste coronawoord?

Psycholoog Thijs Launspach is stressexpert en auteur van het boek Fokking druk. Hij verwondert zich over het moderne werken en geeft elke week tips voor meer geluk en minder stress in je werk. Wekelijks schrijft hij een column voor deze nieuwssite. Vandaag: de mooiste coronawoorden

Nu de eerste paniek voorbij is en de ic’s stilletjes aan wat leger worden, begint de tijd van reflecteren. Corona heeft ons leven wellicht voorgoed veranderd, en dat zie je ook terug in de taal. We hebben er de afgelopen maanden een sloot aan nieuwe coronawoorden bijgekregen om uitdrukking te geven aan de praktische en psychologische gevolgen van de pandemie. Hieronder daarom tien van mijn favorieten, in willekeurige volgorde.

Toekomstverdriet.  Een woord uit de koker van Ronald Giphart. Een vorm van liefdesverdriet over hoe het leven in de nabije toekomst had moeten zijn (hetgeen helaas niet doorgaat).

Huidhonger. Fysiek contact is een eerste levensbehoefte. Het biedt troost, geruststelling en geborgenheid. Gebrek eraan zorgt voor verdriet en missen: voor huidhonger, dus.

Corona-crew. Woon je alleen, vorm je geen huishouden, dan heb je volgens de regels vette pech en komt er niemand in je anderhalve meter. Tenzij je een selecte ‘corona-crew’ samenstelt, met wie je wél knuffelt, terwijl je de rest netjes op afstand houdt.

Quarantinderen. Daten in coronatijden, het is bepaald niet makkelijk. Wandelen of fietsen lukt nog wel, maar een stiekeme zoen is op afstand onmogelijk. Misschien wordt dat het nieuwe liefdesritueel: ‘jij mag mijn anderhalve meter in, leukerd!’.

Voetkussen (werkwoord). Een maand of drie geleden gaven we elkaar nog handen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Maar nu: bah! Besmetting! Dan maar ongemakkelijk die voeten of ellebogen tegen elkaar duwen.

1,5 metersamenleving. Ik vind het een treurig idee, leven op anderhalve meter verwijderd van anderen. Om het virus in te dammen zitten we er helaas voorlopig aan vast.

Zoom-moeheid. Nee, geen naaiterm, dit betreft het computerprogramma met die naam. Als je na videovergadering nummer vijf je collega’s achter het behang kan plakken en alleen nog maar sarcastisch uit de hoek kan komen, weet je dat je hieraan lijdt.

Groepsvorming. ‘Three is a crowd’ gold traditioneel al voor relaties, maar nu voor het hele leven. Was je voorheen met anderen om je heen nog gewoon een mens, nu ben je vooral ‘een groep’. Samenkomen met een handjevol anderen is anno 2020 levensgevaarlijk. Tenzij je een groot gezin vormt, natuurlijk. Dan mag het uiteraard wel.

Hoestschaamte. Verkoudheid, hooikoorts, een rookgewoonte of een vliegje in de windpijp: allemaal mogelijke aanleidingen voor een hoest. Maar kuch je momenteel, dan gaat iedereen ervan uit dat je een drager bent. Wegslikken of je adem inhouden is dan ook het veiligst.

Raamzwaaien. Tragisch genoeg vaak nog de enige manier om een ‘kwetsbaar’ familielid te begroeten. Dat wordt al snel saai. Mijn advies: een handkus, gekke bek of moonen zorgt voor een welkom verrassingseffect.

Thijs Launspach is psycholoog en stressexpert. Hij schreef hierover de boeken Fokking druk (2018), Werken met millennials (2019) en Werk kan ook uit (2020).

In onderstaande video vertelt Thijs Launspach hoe je je wapent tegen een burn-out.