Volledig scherm
De Disneyversie van Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen © ANP Kippa

Welke van de zeven dwergen ben jij op het werk?

Sprookjes en het werk, die twee kunnen toch nooit veel met elkaar te maken hebben? Toch wel, ontdekte de Amerikaanse onderzoeker Sharon Livingston. In de vergadering of het teamoverleg blijken we ons te gedragen als een van de zeven dwergen (ja, die van Sneeuwwitje).

Een gedragsmodel gebaseerd op de zeven dwergen, je moet er maar op komen. Toch is het volgens Livingston, die gedragsdynamiek bestudeert, niet zo gek als het lijkt. ,,Dit model heb ik jaren geleden ontwikkeld na talloze focusgroepen en vergaderingen geleid te hebben. In het gedrag van mensen dat ik observeerde begon ik patronen te zien die overeenkwamen met de plek waar zij zaten.’’

Dat wilde Livingston vertalen naar een model om in haar trainingen voor leidinggevenden te gebruiken. Daar kwamen de dwergen om de hoek kijken. ,,Het model moest makkelijk te begrijpen is en te onthouden zijn voor leiders. De zeven dwergen uit de animatiefilm zijn door Disney strategisch gekozen en staan voor verschillende karaktertypes.’’ Livingston diepte de personages uit als sociale rollen binnen het groepsproces. Haar gedragsmodel beschrijft de houdingen die mensen aannemen in de groep, de drijfveren daarachter en hoe je het best met iedere ‘dwerg’ kan samenwerken.

Quote

De afgelopen dertig jaar heb ik dit model zelf toegepast op meer dan 50.000 mensen.

Sharon Livingston

Verschillende posities

Belangrijk is volgens Livingston dat de dwergen gezien worden als houdingen en niet als persoonlijkheidstypes. In verschillende omstandigheden kunnen mensen immers verschillende posities in de groep innemen. ,,De rol die ik bijvoorbeeld op me neem als expert en leider – Doc – is anders dan wie ik ben in een ondersteunende rol – Giechel.’’

Sterker nog, volgens Livingston verandert de houding die iemand aanneemt vanzelf als hij of zij op een andere plek in de ruimte plaatsneemt. Als iemand zich niet goed inzet tijdens een vergadering, kan iets simpels als hem of haar op een andere plek laten zitten een groot effect hebben.

Livingstons gedragsmodel sloeg aan. Inmiddels geeft ze dwergtrainingen over de hele wereld. ,,De afgelopen dertig jaar heb ik gedurende mijn loopbaan dit model zelf toegepast op meer dan 50.000 mensen. De kracht van het model schuilt in de herkenbaarheid. ,,Wat het volgens mij beter maakt dan andere modellen is dat het makkelijk is voor anderen om toe te passen. De dwergen hebben duidelijke behoeftes, die je door makkelijke stappen te volgen effectief kan vervullen.’’

Dwergentest

Nieuwsgierig welke dwerg jij en je collega’s zijn binnen de groep? Hieronder vind je de zeven dwergen en bijbehorende houdingen. Livingston heeft ook een dwergentest ontwikkeld (vooralsnog alleen beschikbaar in het Engels).

Doc
Een natuurlijke leider met een stevige mening. Doc wil dat iedereen weet dat hij een expert is. Hij gaat aan tafel tegenover de leider te zitten om makkelijk oogcontact te kunnen maken. Doc vraagt anderen om het met hem eens te zijn en kan intimiderend zijn. Hij zou kunnen proberen de leiding over de vergadering over te nemen. 

Volledig scherm
Doc © Nicescene / Shutterstock.com

Beste benadering:
Leiders houden de controle door zijn expertise te erkennen en vervolgens de druk bij hem weg te nemen met een opmerking als ‘Wij willen ons werk ook doen, jij hoeft niet op alles antwoord te geven.’ Doc moet aangemoedigd worden om zijn ideeën op papier te zetten. Leiders moeten oogcontact vermijden en hem als laatste aan het woord laten.

Bloosje (Engelse naam: Bashful)
Bloosje lijkt verlegen, bloost vaak en kijkt vaak naar de grond. Bloosje vermijdt oogcontact met de leider. Hij hoopt dat er geen beroep op hem wordt gedaan en wil eerst de mening van anderen horen voor hij zelf iets zegt. Bloosje is erg opmerkzaam, goed in het oppikken van de gevoelens van anderen en werkt hard.

Volledig scherm
Bloosje © N Azlin Sha / Shutterstock.com

Beste benadering:
Leiders kunnen Bloosje uit zijn schulp laten kruipen door eerst een makkelijke, neutrale vraag te stellen, Bloosje aan iemand anders te koppelen en hem zijn antwoorden eerst op te laten schrijven voor hij ze uitspreekt. Bloosje functioneert het best in een gestructureerde omgeving.

Stoetel (Engelse naam: Dopey)
Stoetels zijn flexibel en gebruiken humor om spanningen binnen de groep te ontmantelen. Ze zijn goed in het vinden van praktische oplossingen. Stoetels lijken misschien lichthartig maar nemen het leven zeer serieus. Stoetel zit in het midden van de groep en zegt alleen iets als er tegen hem gesproken wordt. Hij praat alles na wat de expert van de groep zegt.

Volledig scherm
Stoetel © N Azlin Sha / Shutterstock.com

Beste benadering:
Een Stoetel kun je managen door te wijzen op praktische toepassingen en voordelen voor anderen. Je stelt hem gerust door te zeggen dat ieder antwoord een goed antwoord is. Stoetel moet zijn ideeën eerst op papier zetten en reageert positief als de leider lacht om zijn grappen.

Grumpie (Engelse naam: Grumpy)
Grumpie zit vaak tegenover de leider en zegt vaak ‘nee’. Hij zit vaak weggeleund van de tafel en heeft zijn armen over elkaar. Hij ziet er geïrriteerd uit en is kritisch. Grumpie hecht waarde aan competentie, efficiency en snelle resultaten. Hij is assertief, zelfverzekerd en doet zijn best om aan verwachtingen te voldoen.

Volledig scherm
Grumpie © N Azlin Sha / Shutterstock.com

Beste benadering:
Leiders gaan het beste om met Grumpie door hem specifieke opdrachten met logische stappen te geven. Grumpie is misschien een chagrijn, maar als je een sales pitch of goed argument nodig hebt kan je op hem rekenen.

Giechel (Engelse naam: Happy)
Giechel – de naam zegt het al – lacht veel naar de leider. Hij maakt oogcontact met de leider en zit direct rechts naast hem. Giechel is warm, energiek en helpt de leider graag bij wat hij vraagt. Giechel doet prompt alles wat hem opgedragen wordt. Maar daar zit een keerzijde aan: Giechel doet zo zijn best om het goed te doen en ‘het goede antwoord’ te geven dat zijn input misschien niet authentiek is.

Beste benadering:
Leiders kunnen Giechel helpen door een luchtige, spontane omgeving te creëren op het werk en hem erkenning en steun te bieden. De leider kan het beste eerst Giechel aanspreken – hij zal het eng vinden om uit zichzelf zijn mening te geven – wat ervoor kan zorgen dat deelnemers die minder graag willen meewerken aan de opdracht ook betrokken raken.

Volledig scherm
Giechel © N Azlin Sha / Shutterstock.com

Niezel (Engelse naam: Sneezy)

Niezel vind je links van de leider, al dan niet een beetje ziekjes. Hij laat iedereen weten dat hij niet lekker is en onderbreekt de bijeenkomst voortdurend door te hoesten, niezen en andere geluiden te produceren. Hij klaagt over het kantoorklimaat (‘het is te koud’) en zegt vaak ‘Ja, maar…’ Niezel is georganiseerd en methodisch en heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij is eerlijk en respecteert de regels.

Volledig scherm
Niezel © N Azlin Sha / Shutterstock.com

Beste benadering:
De leider kan Niezel bij de groep betrekken door het doel van de bijeenkomst uit te lijnen, Niezel te vragen om feiten en details en Niezel iets van verantwoordelijkheid te geven binnen de groep.

Dommel (Engelse naam: Sleepy)
Dommel herken je meteen. Hij verveelt zich, staart uit het raam en verstopt zich gapend in het midden van de groep. Dommel is rationeel, logisch en leert het beste door te doen. Dommel beschikt ook over een rijke fantasie.

Volledig scherm
Dommel © N Azlin Sha / Shutterstock.com

Beste benadering:
Leiders lokken Dommel uit hun isolement door hem te vragen naar zijn mijmeringen, die onbewust gericht kunnen zijn op het oplossen van het huidige probleem. De leider moet hem vragen naar de logische en praktische implicaties en hem aanmoedigen samen te werken en zijn ideeën over technische toepassingen te delen.

Lees de beste artikelen op het gebied van werk en carrière via onze wekelijkse nieuwsbrief!

  1. ‘Een mijlpaal’: aantal werklozen voor het eerst lager dan voor economische crisis

    ‘Een mijlpaal’: aantal werklozen voor het eerst lager dan voor economi­sche crisis

    Het aantal werklozen in Nederland is voor het eerst lager uitgekomen dan voor de economische crisis in 2008. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘Een mijlpaal’, aldus minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Werkgevers zouden staan te springen om extra handen. ,,Ik heb goede hoop dat dat kansen biedt aan degenen die nu nog langs de kant staan”, zo zegt hij.