Volledig scherm
Jan Jaap Linstra zaagt de gaten voor de 92 tanden in het nieuwe onderwiel voor de Aarlanderveense Bovenmolen. © Peter Franken

Aarlanderveense bovenmolen zoekt nieuw onderwiel: maar hoe maak je die?

De Aarlanderveense Bovenmolen krijgt volgende maand een nieuw onderwiel, cruciaal om het bouwwerk uit 1823 de polder te laten bemalen. Bij molenmaker Verbij in de Hoogmade leggen ze er de laatste hand aan. Stichting Molenviergang Aarlanderveen zoekt intussen nog ruim twee ton voor een totale opknapbeurt van de molen.

Quote

Het is zwaar werk, maar een prachtige ervaring

Jaap Jan Linstra

Projectleider Bart Dooren van molenmaker Verbij is in de werkplaats amper verstaanbaar, want collega Jaap Jan Linstra boort gaten in het onderwiel. Daarin komen 92 tanden die de Bovenmolen weer soepel moeten laten draaien. De vloer ligt vol zaagsel. De Bovenmolen heeft het nieuwe wiel hard nodig, verzekert Dooren.

Hij kan het weten, want hij is ook reserve-molenaar op deze molen, één van de vier die in Aarlanderveen op een rij staan en al heel lang zorgen dat velen droge voeten houden. Dat zulke molens nog polders bemalen, is vrij uniek, aldus Dooren. Maar dat deze klus voorrang kreeg, heeft een andere reden. ,,Het huidige wiel is ruim een eeuw oud en gewoon op, terwijl de molen in bedrijf is. Steeds is er wel iets opgeknapt, er zijn zelfs nieuwe tanden in het wiel gezet. Toch houden we speling, waardoor de molen niet optimaal maalt.''

,,Meestal beginnen wij pas aan een klus als de financiering echt rond is. Dat is nu niet zo (zie kader). Dit tekent het spoedeisend belang. Deze molen vormt ook de hoofdbemaling van de polder.''

Scheurvorming

Een nieuw molenwiel maken is geen routineklus, vertelt Dooren trots. Dat begint al met het mahoniehout waarvan het wiel grotendeels wordt gemaakt. ,,Dit ligt niet bij de Gamma. Het is heel hard. Je kunt eikenhout kiezen, maar dat gaat werken en trekken, dus is er meer kans op scheurvorming. Ons hout, acht kuub, komt van een zagerij in Harlingen.''

Nu ligt het wiel nog plat, in de molen staat het rechtop en is zes meter hoog. Op twee karretjes ernaast liggen flinke palen van mahoniehout. ,,Daaruit zagen we de tanden'', meldt Dooren. De truc is alle 92 tanden op de juiste plek in het wiel te steken. ,,De afstand tussen de tanden moet precies gelijk zijn. We 'wandelen' met een passer over het wiel - ja, dat is handwerk - en het kost enkele pogingen om het goed te krijgen.''

Dooren voelt zich bevoorrecht met deze klus: ,,Dat je een nieuw wiel mag maken, komt weinig voor. Vaak hergebruik je zoveel mogelijk historisch materiaal. Dat doen ze ook als ze de Nachtwacht in het Rijksmuseum gaan restaureren. Want wat je weghaalt, komt niet meer terug. Bovendien is de Bovenmolen voor mij een speciale plek, omdat ik er zelf soms maal. Gaaf dat deze molens nog echt polders bemalen. De meeste molens staan maar mooi te zijn, ook als ze kunnen malen. Dit werkend brok historie is het schoolvoorbeeld van hoe heel West-Nederland aan het water is onttrokken. Dat moeten we in stand houden.''

Zodra het wiel af is, wordt het weer uit elkaar gehaald. Dooren: ,,Anders krijgen we het niet de molen in. Dit wordt een bouwpakket met tientallen onderdelen. Als het oude wiel is gedemonteerd, zit de molen enkele weken zonder wiel. Dan gaan hulpgemalen aan.''

Alphenaar Jaap Jan Linstra (28) hoopt dat hij straks bij de opbouw van het wiel mag zijn. ,,Dit is voor mij dé kans om dit ambacht van een ervaren collega te leren. Dit is pas de tweede keer dat ik aan een wiel werk en de eerste keer dat ik het hele proces meemaak. Het is zwaar werk, maar een prachtige ervaring.”