Volledig scherm
Amerikaan Benny Montanez (links) in een legertruck op de voormalige vliegbasis in Soesterberg © Saskia Berdenis van Berlekom

Commandobunker uit de Koude Oorlog roept het gevoel op van een spionagefilm

Spannend en geheimzinnig. Die indruk laat de Koude Oorlog achter na een bezoek aan Park Vliegbasis Soesterberg. Atoombunkers en schuilkelders gingen dit weekeinde op een kier.

Loodzwaar moet de meer dan dertig centimeter dikke deur zijn die toegang verschaft tot bunker 600. Verscholen tussen de bossages achter de landingsbaan van de vliegbasis. Dit was de Amerikaanse commandobunker uit de tijd van de Koude Oorlog. Bestand tegen alles wat Russisch was: chemische wapens, biologische wapens en atoomwapens. Zouden ‘de Russen’ beslissen tot een aanval, dan konden hier 65 hooggeplaatste militairen drie tot vier weken verblijven. Ver van de bewoonde wereld.

Het commandocentrum blijkt een klein complex van verschillende ruimten met indrukwekkende grauwgroene metalen deuren. En tot de verbeelding spreken doet het. ,,Zie die tegeltjes op de grond, gewoon van die sportfondsenbadtegeltjes’’, grinnikt een man tegen twee vrienden bij het douchegedeelte van de bunker. De enorme buizen in de omkleedruimte herkennen ze. Uit spionagefilms. ,,Daar moest de radioactieve kleding in. Geen idee waar dat dan blijft.’’

Om bezoekers een idee te geven dat de Koude Oorlog toch echt meer is dan en script van een spannende film, siert een bijzondere handleiding de muren. Wat te doen als ‘de bom’ valt? Het maakt direct duidelijk dat de communistische dreiging in Nederland in de jaren vijftig, zestig en zeventig én tachtig zeer serieus genomen werd.

‘Als de bom gevallen is en uw huis nog staat, hoeft u niet meer bang te zijn. (…) behalve voor radioactieve neerslag.’ Ook aan het vee is gedacht. ‘Bij besmetting kan het vee worden gereinigd door wassen met zo mogelijk warm water en zeep.’

Vijfhonderd meter van de Amerikaanse commandobunker komt het aanvankelijk wat onwezenlijke Koude Oorlog-gevoel nóg een stukje dichterbij. Onder de grond werd een schuilplaats gebouwd waar een grote groep soldaten zich kon verschuilen voor een chemische aanval. Van enige privacy is geen sprake. De britsen om op de slapen hangen slechts centimeters van elkaar tegen de muren en de twee wc’s kunnen niet op slot: kloppen voor gebruik.

De 41-jarige Arie Peelen uit IJsselstein is onder de indruk. ,,Het doet me denken aan een onderzeeër.’’ Heel bewust maakte hij de Koude Oorlog niet mee. Daar waar was hij naar eigen zeggen te jong voor. ,,Natuurlijk hoorde je wel eens over De Russen, maar hoe en wat dan precies dat ging toch langs me heen. Eigenlijk net als de oorlog nu rond Syrië. Mijn kinderen hebben ervan gehoord, maar daar blijft het verder bij.’’

De jonge bezoekers van het voormalige vliegbasisterrein worden vooral blij van de legervoertuigen waarin ritjes mogelijk zijn. En van de hamburgers bij de foodtrucks, die voor een lichtelijk festivalgevoel moeten zorgen.

Het staat ver af van de dagelijkse werkelijkheid waarin de 72-jarige Amerikaan Benny Montanez tussen 1967 en 1970 op de vliegbasis werkte. Midden in de Koude Oorlog. Lopend over het terrein komen zijn herinneringen weer boven, die hij maar wat graag deelt met iedereen die hem aanspreekt vanwege zijn opvallende verschijning. Hij was als chef met zijn team verantwoordelijk voor het gevechtsklaar zetten van F102-straaljagers en later van de F4e’s. ,,Eerst woonde ik op de basis zelf. Later ging ik in Soestdijk wonen. Dan kwam ik op mijn solex aangereden. Een half uur deed ik erover.’’

Wanneer de vliegtuigen na oefenvluchten weer landden op Soesterberg, was het opnieuw aan Montanez en zijn crew om de gloeiend hete vliegtuigen weer op te vangen en te ontmantelen.,,Een keer stonden we zonder shirt te werken. Dat leverde meteen een reprimande op. Maar toen we als team het record verbraken van het mobiliseren van een F102 – in 4 minuten – toen was grote trots ons deel’’, glundert Montanez, die ook zelf wel eens een staaljager naar de juiste plek taxiede. ,,Dat was natuurlijk eigenlijk niet mijn taak. Ik ben ook geen piloot. Maar leuk was het wel.’’

Een van zijn beste herinneringen? Dat we op sommige ochtenden tussen negen en tien uur ’s ochtends niets mochten laten vliegen. ,,Weet je waarom? Omdat dan het prinsje zijn ochtendslaapje deed. Jullie koning van nu. Dan moest het dus stil zijn. Hadden wij lekker een uurtje vrij.’’

In samenwerking met indebuurt Amersfoort

Amersfoort