Volledig scherm
PREMIUM
Projectvergadering in het RCE. Geheel links Jos Bazelmans. © Nico Brons

Oerbos kan theorie plotse ijstijd bevestigen

OnderzoekBegin maart werd bekendgemaakt dat in Den Treek in Leusden de restanten van een oerbos zijn aangetroffen. De Amersfoortse archeoloog Jos Bazelmans stond even vol in de schijnwerpers van de landelijke media. Een halfjaar later is het meeste stof neergedaald, maar achter de schermen draait het onderzoek op volle toeren.

Sedimentonderzoek

Jeroen Schokker (TNO) en Hans van Hateren (Vrije Universiteit) onderzoeken de opbouw van de ondergrond in Den Treek waarin het oerbos is aangetroffen.

Dit gebied maakt deel uit van een grote kom die achterbleef na terugtrekking van een honderden meters dik pakket landijs, dat tijdens de voorlaatste ijstijd (Saale) de noordelijke helft van het land bedekte. Aan de rand groeven ijstongen zich in en stuwden lagen uit de ondergrond op tot wat nu de Utrechtse Heuvelrug en Veluwe zijn. Van Hateren maakt met moderne lasertechnieken analyses van de korrelgrootte en –vorm van het zand uit de bovenste meters van de bodem. Zo kan worden vastgesteld waar het zand vandaan komt en hoe het getransporteerd is.

Schokker boort in diepere lagen (tot wel 54 meter) en stelt de afwisseling vast van zandlagen (koude periode) en veenlagen (warmere periode met begroeiïng). Nu al is duidelijk dat deze vindplaats een prachtig opgebouwde en onverstoorde opbouw van geologische grondlagen laat zien. Niet uniek, maar wel heel bijzonder. En uiterst nuttig voor geologisch onderzoek.

Het uitgraven en transporteren van de resten van het oerbos uit het Leusder bosgebied was een hele klus. Maar het échte werk begon pas daarna. Achter de schermen wordt nog steeds uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de herkomst en betekenis van de 160 grove dennen uit de laatste ijstijd.

Projectleider Jos Bazelmans, die zelf de boomresten ontdekte tijdens een hardlooprondje door Den Treek, denkt dat het nog wel twee tot drie jaar kan duren, voordat de resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd.

Want het onderzoek naar de bomen is groot opgeschaald. Niet alleen de goed geconserveerde houtresten worden onderzocht, maar ook het zand en veen in de bodem waarin de bomen werden aangetroffen, worden aan minutieus onderzoek onderworpen.  

En daar is niet alleen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan het Smallepad bij betrokken, maar ook de universiteiten van Utrecht, Amsterdam (VU en UvA), Groningen en Wageningen, de Geologische Dienst Nederland van TNO, het bedrijf MiArc en de stichting voor boomonderzoek RING.

In samenwerking met indebuurt Amersfoort