Advocaten ‘Millie’ laken bewijsvoering voor schietpartijen en eisen vrijspraak

De rechtbank moet Emylio ‘Millie’ G. (26) vrijspreken van een liquidatiepoging plus een schietpartij begin 2018 in Amsterdam-Zuidoost – en niet tot 18 jaar cel veroordelen, zoals justitie wil. Dat betoogden zijn advocaten Kerem Canatan en Sylvester Römer dinsdag en donderdag in hun pleidooi.

Volledig scherm
© Reinder van Zaanen

De belangrijkste verdenking draait om de poging tot liquidatie van ‘Meo’ H. in de avond van 18 januari 2018 op de Maarsenhof. Hij werd met een pistoolmitrailleur neergeschoten en raakte zwaargewond. Volgens justitie was Emylio G. de schutter, aangestuurd door de vanwege andere liquidatiedossiers in Zuidoost beruchte Randall D. (38).

De verklaringen van het slachtoffer vormen het ‘kernbewijs’ tegen G., maar die zijn volgens de raadslieden onbetrouwbaar. Advocaat Canatan somde een lange reeks aanwijzingen op waaruit volgens hem blijkt dat de beschuldigingen totaal onbruikbaar zijn als bewijs.

Meteen na de schietpartij, op straat, en in het ziekenhuis zei de zwaargewonde H. dat hij niet wist wie op hem had geschoten. Pas dagen later wees hij de verdachte aan – toen hij volgens de advocaten al vertrouwelingen had gesproken. De verklaringen moet de rechtbank daarom niet gebruiken.

Bovendien zijn, tegen de regels, van belangrijke verhoren geen opnames gemaakt. Camerabeelden van betrokkenen van die avond, voornamelijk opgenomen bij hun hangplek aan het Holendrechtplein, zijn belabberd en volgens de raadslieden te schimmig om bruikbaar te zijn.

Dat de telefoon van Emylio G. kort voor het schieten vanaf het Holendrechtplein naar de Maarsenhof bewoog, zoals de recherche stelt, is niet door deskundigen onderbouwd. De advocaten zien daarvoor zelfs contra-indicaties.

In afgeluisterde gesprekken, veelal gevoerd in straattaal en slecht te verstaan, hoort de recherche wat die wil horen, betogen de advocaten. Als Randall D. met een ander over ‘die torie’ (het gebeurde) spreekt, bespreken ze bovendien niet wat ze zelf weten, maar wat is vernomen uit de hoek van ‘die boy zijn crew’: uit de omgeving van het onbetrouwbare slachtoffer H. zelf dus.

Zelfde wapen

Een van de redenen waarom justitie stelt dat het weer G. moet zijn geweest die op 9 februari 2018 de ex van zijn nieuwe vriendin beschoot – weer op de Maarsenhof – is het gegeven dat daarbij dezelfde pistoolmitrailleur is gebruikt als bij het schieten op H. Maar, stellen de advocaten, ‘een wapen is niet onlosmakelijk verbonden aan een persoon’. Bovenal voldoet G. volgens zijn verdediging niet aan het signalement van de schutter.

De rechtbank doet op 19 februari uitspraak.