Volledig scherm
De Decembermoorden werden zaterdag voor de 37e keer herdacht. © anp

Amsterdamse ondernemer voor rechter om Decembermoorden

De Amsterdamse ondernemer John Hardjoprajitno moet zich komende maandag alsnog melden bij de rechtbank in Suriname op verdenking van betrokkenheid bij de Decembermoorden van 1982.

Dat vertelde de Surinaamse advocaat Hugo Essed zaterdag via een videoboodschap aan de aanwezigen op de herdenking in Amsterdam van de Decembermoorden, waarbij vijftien vooraanstaande critici van het militaire regime werden gemarteld en omgebracht. 

De nu 66-jarige Hardjoprajitno was een van de sergeants die in 1980 een staatsgreep pleegden in Suriname. Ten tijde van de moorden was hij minister van Defensie. Meteen na de slachtpartij in Fort Zeelandia werd hij zelf in de gevangenis gezet vanwege zijn kritische houding.

Eethuisjes
Eind jaren negentig kwam hij naar Nederland waar hij eerste bij de belastingdienst werkte en daarna twee Javaanse eethuisjes begon in Amsterdam-Zuid. Hardjoprajitno was een van de weinige coupplegers die de Decembermoorden heeft veroordeeld. 

Bij de voorbereidingen voor het proces tegen de verdachten van de Decembermoorden verscheen de naam van Hardjoprajitno op de lijst met verdachten, maar de inmiddels genaturaliseerde Nederlander werd nooit gedagvaard. Dat is nu alsnog gebeurd, volgens Essed op verzoek van de nabestaanden.

De naam van Hardjoprajitno dook enkele jaren geleden op in verband met de dood van de Surinaamse militair Fred Ormskerk. Deze criticus van het regime werd in 1980 levenloos in zijn cel gevonden. Journalist Rudie Kagie publiceerde in 2012 het boek Bikkel over deze zaak.

Gerechtigheid
De Decembermoorden werden zaterdag voor de 37e keer herdacht. Namens het stadsbestuur waren de wethouders Rutger Groot Wassink en Touria Meliani aanwezig. Voorafgaand aan de herdenking werden bloemen neergelegd bij de plaquette op de Mozes en Aäronkerk. 

Na 36 jaar hopen de nabestaanden nog steeds op gerechtigheid. Het proces tegen Desi Bouterse en de andere verdachten is na elf jaar nog niet afgerond. Tegen de hoofdverdachten is twintig jaar cel geëist. De krijgsraad zal in 2019 uitspraak doen, is de verwachting.