Volledig scherm
Gerrit Jan van Otterloo. © ANP

De man die hier de gebedsoproep mogelijk maakte, is er nu tegen

Als PvdA-Kamerlid regelde Gerrit Jan van Otterloo in 1986 dat de versterkte islamitische gebedsoproep, de azan, een plek in de wet kreeg. Als Kamerlid van 50Plus stemde hij deze week voor een verbod op de oproep.

In 1986 leverde het inmiddels beroemde amendement hem nauwelijks publiciteit op, herinnert Van Otterloo zich. Dat jaar was hij een van de drijvende krachten achter een aanpassing van de Wet openbare manifestaties, waarin geregeld werd dat religieuze instellingen in de openbare ruimte zowel klokgelui als versterkte oproepen tot gebed mochten laten horen. Destijds waren er maar een paar moskeeën in Nederland.

Van Otterloo handelde niet op verzoek van islamitische organisaties. Als humanist stoorde hij zich aan de dominante positie van het christendom in het maatschappelijk leven. Zo mocht een herdenking bij het beeld van Pieter Jelles Troelstra in zijn woonplaats Den Haag pas na 13.00 uur beginnen, omdat de zondagsrust openbare activiteiten voor dat tijdstip verbood. “Het ging mij om de voorkeurspositie van kerken”, zegt hij nu.

Hernieuwde orthodoxie

Het beknotten van religie is moeilijk, de confessionele partijen zaten en zitten in Nederland nog altijd stevig in het zadel. Maar andere religies gelijkstellen aan het christendom, dat kon wel. Gemeenten moesten instrumenten krijgen om geloofstradities te reguleren, vond Van Otterloo. “Die oproep tot gebed mocht toch wel vanwege de vrijheid van godsdienst, maar wij wilden dat gemeenten juridische beperkingen konden aanbrengen aan die vrijheid. Mijn drijfveer was altijd, elk geloof moet dezelfde behandeling krijgen.”

Toch stemde hij deze week voor een motie van Forum voor Democratie-Kamerlid Thierry Baudet, die de gebedsoproep wil verbieden. Die motie werd overigens verworpen. De steun van Van Otterloo – die deze zomer terugkeerde in de Kamer, nu voor 50Plus – was symbolisch, zegt hij, want de in de grondwet verankerde vrijheid van godsdienst kun je natuurlijk niet met een motie beknotten. “Ik begrijp het gevoel van onvrede wel, dat mensen zich bedreigd voelen als die Arabische teksten door de wijk schallen. Dat moeten we serieus nemen.”

Volgens Van Otterloo wordt de gebedsoproep door veel moskeebesturen niet gebruikt vanwege de traditie, maar om de verschillen te benadrukken. “Het is een vorm van hernieuwde orthodoxie en daar worstel ik mee.”