Discussie om Haga Lyceum zet zich voort in de rechtbank

De slag om het Cornelius Haga Lyceum was maandag verplaatst naar de rechtbank van Amsterdam, die zich buigt over de vraag of het stopzetten van de financiering van de school gerechtvaardigd is.

Volledig scherm
© ANP

In september dit jaar gelastte onderwijsminister Arie Slob directeur van het Haga Lyceum Soner Atasoy op te stappen. Toen dat een maand later nog niet was gebeurd, kondigde de minister aan de financiering van de school te staken. In de rechtszaak staat de ‘aanwijzing’ uit september centraal: had de minister genoeg reden om Atasoy weg te sturen wegens wanbeleid? Het antwoord daarop bepaalt ook de vraag of Slob de bekostiging mag stoppen.

Volgens Atasoy is de basis onder dat besluit weggevallen nu de wettelijke toezichthouder op de AIVD heeft vastgesteld dat belangrijke beschuldigingen tegen hem en zijn broer, onder andere over contacten met een islamitische terreurorganisatie, onvoldoende zijn onderbouwd. Landsadvocaat Jannetje Bootsma betoogde dat niet de waarschuwingen van de inlichtingendienst reden waren om Atasoys vertrek te gelasten, maar een nadien verschenen rapport van de Onderwijsinspectie. Daarin is sprake van belangenverstrengeling en financieel wanbeleid. Voor de Inspectie was het AIVD-bericht slechts de trigger voor nader onderzoek, aldus Bootsma.

Radicale figuren

Atasoy moest zich in de rechtbank verweren tegen een beschuldiging van de AIVD die overeind is gebleven: dat een vijftal meer of minder radicale figuren – ‘salafistische aanjagers’ – ruim baan krijgen in de school. De rechters probeerden te achterhalen waarom zij daar welkom zijn.

Atasoy kwam met verschillende antwoorden. Het wegsturen van iemand als Arnoud van Doorn – raadslid in Den Haag voor een islamitische partij – zou grote onrust te weeg brengen in de moslimgemeenschap. “Als die man door mij de deur wordt gewezen, wijs ik 8000 mensen de deur,” zei hij in een verwijzing naar Van Doorns kiezers. Bovendien hebben salafisten ook rechten, aldus Atasoy, en is iedereen op zijn school welkom.

“Wij hebben nu een advocaat die gewoon homo is,” zei hij om zijn ruimdenkendheid te onderstrepen. “In een andere procedure. Het gaat niet om meneer Pors,” zei hij tot hilariteit van aanwezigen over zijn raadsman bij deze zitting, Wouter Pors.

Atasoy weersprak beschuldigingen van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, dat de ‘aanjagers’ antidemocratische opvattingen hebben. En als dat wel zo zou zijn, leren de leerlingen bij maatschappijleer dat de rechtsstaat leidend is.

Strafblad

Twee van de vijf aanjagers vormen een minder groot risico, omdat zij niet of nauwelijks op de school komen, erkende landsadvocaat Bootsma. De drie die er wel geregeld zijn of waren, zijn naast Arnoud van Doorn de Turks-Amsterdamse prediker Abdullah Özütürk en geschiedenisdocent Kasim Tekin. Van Tekin is slechts vastgesteld dat hij een salafistische publicist is.

Van Doorn heeft een strafblad wegens drugshandel met minderjarigen en heeft volgens de NCTV een geschiedenis van provocatieve en opruiende teksten op sociale media. Prediker Özütürk heeft volgens de AIVD mogelijk jongeren geronseld om naar Syrië te gaan. Hij verzorgde regelmatig de preek op vrijdag op school. Volgens Atasoy kwam daar een einde aan toen NRC over de verdenkingen van de geheime dienst publiceerde. Dat was niet vanwege de ernst van de verdenkingen. Die zijn niet bewezen, benadrukte de schooldirecteur, en zolang dat niet het geval is gaat hij uit van Özütürks onschuld.

Advocaat Bootsma raakte in de defensief toen ze moest verklaren hoe het kon dat de accountant van de school geen enkele onregelmatigheden in de jaarrekening heeft ontdekt, terwijl de Onderwijsinspectie 170.000 euro terugvordert en gewag maakt van zelfverrijking en onrechtmatige uitgaven.

Advocaat Pors van het Haga Lyceum zei post-voor-post de uitgaven te zijn nagelopen met de accountant, die zou hebben bevestigd dat de administratie keurig op orde is.

Ook werd Bootsma doorgezaagd over verschillen tussen een voor het Haga Lyceum uiterst positief conceptrapport van de Inspectie van eind 2018 en het vernietigende definitieve rapport van dit voorjaar. Ze moest zich in bochten wringen om uit te leggen dat er wel degelijk nieuwe feiten waren opgedoken, die de harde conclusies rechtvaardigen.

De rechtbank doet uiterlijk 20 januari uitspraak.

De Utrechtse hoogleraar cross-cultureel recht Tom Zwart is volgens Soner Atasoy sinds kort verbonden aan de school als toezichthouder. In de rechtszaal vertelde de directeur van het Cornelius Haga Lyceum dat een ‘dwingend adviesorgaan’ is gevormd ‘als het gaat om beslissingen van Atasoy’. Het is een reactie op kritiek van de Onderwijsinspectie, dat Atasoy onvoldoende weerwerk krijgt in de school. Volgens Atasoy zal Zwart meer toezichthouders aandragen.

Zwart meldt desgevraagd dat het iets anders ligt. Hij hoopt op een ‘minnelijke schikking’ tussen de school en het ministerie van Onderwijs. “Als onderdeel van zo’n schikking heb ik voorgesteld een Adviesraad in te stellen die de directeur-bestuurder bindend advies kan geven. De school heeft mij gevraagd of ik voorzitter van die raad zou kunnen worden. Dat wil ik wel doen, maar dan met steun van het ministerie en de Inspectie.” Van dat laatste is (nog) geen sprake; beide instanties weten van niets.

Volledig scherm
Tom Zwart © Iris Bergman