Volledig scherm
Het apparaat kan tevens bij longkankerpatiënten voorspellen of zogenoemde immunotherapie aanslaat © AMC

Elektronische neus van AMC ruikt longziekte

Onderzoekers van het AMC hebben een elektronische 'neus' ontwikkeld die op basis van stoffen in de uitgeademde lucht bepalen welke longziekte iemand heeft.

Negen van de tien keer stelt het apparaat de juiste diagnose, zo blijkt uit het onderzoek dat woensdag wordt geprestenteerd. 

De slimme 'neus' kan ook verschillende typen van een ziektebeeld onderscheiden en bij longkankerpatiënten voorspellen of dure immunotherapie aanslaat. In de zorg zijn de 'slimme neuzen' die ziekten 'ruiken' in opmars. Er waren al apparaten die longziekten konden opsporen, maar de SpiroNose is accurater, stellen de onderzoekers. Ook is hij 'gebruiksklaar' voor de huisartsenpraktijk.

Nadelige gevolgen
Bij longklachten is het vaak lastig om een juiste diagnose te stellen, waardoor de goede behandeling vaak te laat begint. Dat heeft nadelige gevolgen voor longkankerpatiënten, maar ook voor mensen met astma of COPD.

Quote

De slimme neus stelt in negen van de tien gevallen de juiste diagnose

Onderzoeker

"Voor veel nieuwe en dure medicijnen bestaat geen test om te bepalen welk middel bij welke patiënt aanslaat. De behandeling is dan een tijdrovende en kostbare zoektocht," zegt onderzoeksleider en technisch geneeskundige Rianne de Vries.

Toekomst
Het is dus zaak in een vroeg stadium een juiste diagnose te stellen. De Vries heeft de afgelopen twee jaar in samenwerking met verschillende ziekenhuizen en huisartsenpraktijken de ademgegevens van 2.700 longpatie¿nten verzameld.

Deze gegevens zijn opgeslagen in de online database BreathCloud, die artsen kunnen raadplegen bij het stellen van een diagnose. De Vries: "Bij een ontsteking, infectie of longtumor, bevat de uitgeademde lucht specifieke stoffen die de SpiroNose binnen een minuut detecteert."

In de toekomst moet de slimme neus bij de huisarts liggen. Nadat de patiënt in het apparaat heeft geblazen, worden de ademgegevens van de patiënten vergelijken met die van de circa 2700 andere patiënten in de database. Daar rolt dan een diagnose uit. De hoop en verwachting is dat binnen vijf jaar de eerste neuzen bij de huisartsen liggen.