Femke Halsema: ‘Drugshandel moet lokaal zoveel mogelijk verstoord’

Burgemeester Halsema wil een einde maken aan de onverschilligheid ten opzichte van harddrugs door vooral de dealers harder aan te pakken. Gebruikers hebben vooralsnog weinig te vrezen.

Volledig scherm
© ANP

Met een nieuw pakket maatregelen probeert Halsema een zorgelijke trend te keren. Tussen 2015 en 2018 daalde het aantal registraties van drugsgebruik, -handel en -vervaardiging in de politiesystemen. Dit lijkt positief, maar is dat niet. Volgens de burgemeester had het onderwerp drugs geen prioriteit, omdat er bij de handel en productie meestal geen slachtoffers vallen. “Er lijkt eerder sprake van afname van de inzet dan van de drugscriminaliteit zelf.” De afgelopen jaren was er wel veel aandacht voor liquidaties in het criminele circuit, maar de drugshandel als achterliggende oorzaak kreeg steeds minder aandacht.

De tijd dat drugshandelaren ongestoord hun gang konden gaan, is wat burgemeester Femke Halsema betreft voorbij. Drugsbendes moeten op de huid gezeten worden om de handel en de aantrekkingskracht op jongeren te verminderen. “Het elimineren van de drugshandel is geen realistisch doel,” zegt Halsema. “Wel kan de drugshandel lokaal zoveel mogelijk worden verstoord.”

Een greep uit de maatregelen die Halsema in petto heeft: de Top 600, waarin verschillende instanties gezamenlijk en intensief proberen jonge criminelen bij te sturen, wordt opengesteld voor drugscriminelen. Eerder kwamen vooral jonge plegers van ‘high impact crimes’ zoals overvallen en geweldsmisdrijven hiervoor in aanmerking. Ook wil de burgemeester dat agenten de straathandel weer actief gaan verstoren, om Amsterdammers het vertrouwen te geven dat de stad optreedt. Tegelijk moeten rolmodellen zoals voormalige drugsdealers in hardnekkige ‘zwijgwijken’ de bewoners laten zien dat er ook alternatieven zijn voor de misdaad. Verder komt er veel aandacht voor doorgroeiers, jongeren die schijnbaar vanuit het niets gerekruteerd worden voor zware misdaden zoals liquidaties.

Buurtniveau

Naast alle maatregelen erkent de burgemeester volmondig dat de stad nog altijd weinig feiten in handen heeft over de drugscriminaliteit. Voordat grootschalig ingrijpen mogelijk is, moet er eerst veel meer onderzoek worden gedaan op buurtniveau. Op hoofdlijnen zien het stadhuis en de politie wel dat er in Nieuw-West, Zuidoost en Centrum (vanwege de uitgaansgelegenheden) veel drugsproblematiek speelt, maar details ontbreken. In de Wildemanbuurt loopt momenteel een grootschalig onderzoek om precies in kaart te brengen hoe de drugshandel in z’n werk gaat. Ondertussen wil Halsema al wel beginnen met het ondersteunen van actiegroepen en bewonersverenigingen die verandering willen in hun buurt.

De landelijke overheid en de nationale politie hebben sinds enkele jaren ook de gewoonte om drugsgebruikers aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor de drugscriminaliteit. Op dit vlak is Halsema veel terughoudender dan minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) of landelijk korpschef Erik Akerboom. Van haar dus geen harde verwijten als ‘yogasnuivers’, maar de belofte om meer onderzoek te doen naar een methode om gebruik te ontmoedigen. “We weten dat massamediacampagnes met een belerende boodschap over drugsgebruik ook een averechts effect kunnen hebben, omdat mensen op ideeën worden gebracht,” schrijft Halsema. “De komende tijd wordt onderzoek gedaan om de sociale bewustwording onder drugsgebruikers te vergroten.” Wel merkt Halsema op dat het drugsgebruik onder Amsterdammers relatief hoog is in vergelijking met de rest van Nederland.

De maatregelen om de drugshandel in te perken, zijn een reactie op de problematiek die op verzoek van Halsema werd beschreven in een recent rapport van onderzoekers Pieter Tops en Jan Tromp. Zij schetsten een onthutsend beeld van de omvang van de drugsproblematiek in Amsterdam en het gemak waarmee de harddrugswinsten hun weg vinden in de bovenwereld.