Geen langdurig bed meer voor Oost-Europeanen in daklozenopvang

De daklozenopvang in Amsterdam is vanaf 1 december niet meer voor langere periode open voor kwetsbare Oost-Europeanen. Het stadsbestuur hoopt daarmee de druk op de opvang te verminderen. 

Volledig scherm
© Lin Woldendorp

Het Leger des Heils kan de buitenlandse daklozen helpen te repatriëren naar een zorginstelling in het land van herkomst. Tegelijkertijd wordt de winteropvang uitgebreid voor kwetsbare daklozen die werken aan hun herstel en perspectief hebben in Amsterdam.

In de afgelopen jaren kregen alle daklozen van 1 december tot 1 april een gratis slaapplek in de winteropvang op de Transformatorweg, maar daarmee trekt Amsterdam vooral mensen aan van buiten stad en land: 71 procent van de daklozen was niet-Nederlands, zo bleek uit recent onderzoek van de GGD. Kort na sluiting van de winteropvang in april verlieten ze de stad vaak weer.

Volgens het nieuwe beleid mag iedere dakloze in eerste instantie tien dagen in de winteropvang slapen. Als na screening blijkt dat iemands perspectief op herstel niet in Amsterdam ligt, moet diegene de opvang verlaten. De gemeente kan vertrek naar het thuisland niet afdwingen, maar het recht op opvang vervalt als mensen niet willen meewerken aan vertrek naar een instelling in het land van herkomst.

Extreem koude dagen

Er geldt een uitzondering voor extreem koude dagen, waarop vanwege het risico op bevriezing iedereen welkom is in de winteropvang op de Transformatorweg 6. Daar staan bijna vierhonderd bedden.

Om aan de hulpvraag van daklozen te voldoen, wordt de winteropvang na 1 april uitgebreid naar een permanente crisisopvang. De huidige capaciteit van de crisisopvang is 291 bedden, maar die wordt uitgebreid tot 395 bedden. De daklozen die na screening als hulpbehoevend worden beoordeeld, mogen gebruik maken van de voorziening. Ze moeten werken aan hun herstel, door bijvoorbeeld mee te werken aan een ggz-behandeling of deel te nemen aan een schuldsaneringstraject. Mensen die na screening niet als hulpbehoevend worden beoordeeld, zijn aangewezen op passantenpensions, hun eigen netwerk of de straat.

“De daklozen gaan ons aan het hart, maar we kunnen helaas niet iedereen helpen,” aldus wethouder Simone Kukenheim (Zorg). “We moeten een onderscheid aanbrengen in de groep daklozen met en zonder zorgvraag, hoe aangrijpend de individuele verhalen ook zijn. We zijn er niet voor mensen die alleen een huis zoeken, maar voor de meest kwetsbare daklozen die bijvoorbeeld kampen met verslaving, schulden en psychiatrische ziektes.”

Het aantal daklozen in Nederland is de afgelopen tien jaar gestegen van 18.000 naar 40.000, aldus het CBS. Volgens de Amsterdamse GGD zijn in Amsterdam 500 tot 1000 daklozen.