Het was de grootste brand in Amsterdam van na de oorlog

GeschiedenisblogNu geschiedenis, maar destijds het laatste nieuws in Amsterdam. Van Mozart tot de eerste stempelautomaat: wat gebeurde er vroeger in de stad?

Volledig scherm
De voorpagina van Het Parool van 22 januari 1963. © Het Parool

21 januari 1963: de grootste brand in Amsterdam van na de oorlog

“Dit is de grootste brand in de stad van na de oorlog. Een vol­komen en onaangename verrassing.” Brandweercommandant P.A. Riedel lijkt er beduusd van als op maandag 21 januari 1963 drie tegen elkaar gebouwde bedrijfs­panden tussen de Spuistraat en het Singel in vlammen opgaan: de firma Wester (groothandel in rijwiel en bromfietsonderdelen), confectiebedrijf Weco en advertentiebureau Poen. Op het hoogtepunt van de brand laat Riedel veertig vrije brandweermannen met taxi’s van huis halen. Ook wordt een autospuit vanuit Zaandam naar Amsterdam gedirigeerd. Toch weet de brandweer niet te voorkomen dat ook een belendend woonhuis aan het Singel wordt verwoest. 

Het is koud die dag: ‘De enorme watermassa’s die in het vuur werden gespoten veranderden spoedig in groteske ijspegels,’ aldus Het Parool een dag later. In het verslag valt te lezen dat de burgemeester, de hoofdcommissaris, officieren van justitie, talloze politie-officieren, wethouders en gemeenteraadsleden urenlang toekijken hoe het vuur voor minstens anderhalf miljoen gulden aan schade aanricht. Loco-burgemeester F. van Wijck vertrekt als een van de eersten naar huis. Drijfnat en met een kapotte bril, aldus de verslaggever, nadat hij in de Spuistraat uitglijdt midden in een grote plas ijswater. 

Een paar dagen later richt een andere grote brand, in de Warmoesstraat, forse schade aan in de eeuwenoude pakhuizen Oost Friesland en De Eenhoorn.

Volledig scherm
De voorpagina van Het Parool van 22 januari 1963. © Het Parool
Volledig scherm
Rechts: commandant P.A. Riedel. © Nationaal Archief

1907: experimenten met kleurenfotografie

De Franse gebroeders August en Louis Lumière, de ‘vaders van de cinema’, ontwikkelden in 1907 ook een procedé voor het maken van kleurenfoto’s. Met gebruik van hun speciale autochroomglasplaten konden glasdia’s in kleur worden gemaakt. Die konden alleen tegen het licht of met een toverlantaarn worden bekeken, afdrukken konden er nog niet van worden gemaakt. De welgestelde Amsterdamse textielagent en amateurfotograaf Jan Zeegers (1872-1937) was een van de eersten in Nederland die met kleur experimenteerden. Voor een geslaagde kleurenopname was een extreem lange sluitertijd vereist, stillevens waren daarom populair. Het Stads­archief bezit maar liefst tachtig autochromen van Zeegers.

Volledig scherm
Autochrome-opname van de zitkamer van Jan Zeegers’ woning op de Brouwersgracht (1908). © Nationaal Archief / Jan Zeegers

10 januari 1989: hofmeester luidt laatste scheepsbel van de Pollux

Voor de laatste maal luidt hofmeester Willem Hulskamp in het Oosterdok op 10 januari de scheepsbel van de Pollux. Maar bij gebrek aan een kiel kan het opleidingsschip van de Lagere Zeevaartschool de nieuwe thuishaven IJmuiden niet op eigen kracht bereiken. “Dat was wel een desillusie,” vertelde oud opvarende Hein Visbeek ooit aan Ons Amsterdam. Voor Visbeek ging er een wereld open toen hij in 1952 als 14-jarige straatschoffie uit Kattenburg aanmonsterde. “Op de Pollux leerde ik dat je een maaltijd kunt beginnen met een soepje en afsluiten met een toetje.” Aan boord ontdekte hij ook dat de wereld groter was dan Amsterdam: Amsterdammers zijn er in de minderheid. De Pollux keerde in 2012 terug naar de NDSM-werf, als horecaschip.

Volledig scherm
De Pollux rond 1931. © Stadsarchief

1905: de eerste ambulance in Amsterdam

In 1905 importeerde de Amsterdamse apotheker dr. C.W.A. Essers een Duitse paardenambulance. De wagen werd gebruikt voor ziekenvervoer, maar kon ook worden ingezet bij ongevallen. Een jaar later kocht hij als eerste ziekenvervoerder van Nederland een met benzinemotor voortgestuwde automobiel van het Haarlemse merk Altena. Deze auto was speciaal gebouwd voor ziekenvervoer: voorzien van gummibanden, een brancard op veersysteem, een medicijnkast en elektrisch licht. De wagen, die 50 kilometer per uur haalde, kon ook goed gereinigd en gedesinfecteerd worden. In 1908 liet Essers bij de Amsterdamse Firma Trompenburg een Spyker-ambulance bouwen. Met deze Spyker reed Essers van Amsterdam naar Frankfurt am Main, waar hij met de Spyker in de prijzen viel op het Eerste Internationale Congres en Tentoonstelling voor Reddingswezen. De Witte Kruis-afdelingen in Schagen, Hoogkarspel en Zandvoort sloten contracten met hem af voor het ziekenvervoer naar Amsterdamse ziekenhuizen.

Volledig scherm
Dr C.W.A. Essers uit Amsterdam (Nederland) neemt in augustus 1907 de eerste particuliere ambulance aangedreven door een benzinemotor van het merk Altena) in dienst. © -

1 januari 1964: de eerste vrouwelijke politiecommissaris

Al tijdens haar rechtenstudie aan de Gemeentelijke Universiteit toont Tetje de Jong (1918-1999) interesse in criminaliteit en opsporing. Na haar weigering in 1943 om de loyaliteitsverklaring te ondertekenen mag ze geen colleges meer volgen. Uit geldnood gaat de Jong aan de slag als typiste bij de gemeentepolitie, waarvoor ze wel de loyaliteits- en ariërverklaring tekent. Na de bevrijding speurt ze als rechercheur bij de politieke opsporingsdienst ‘foute’ Nederlanders op. Haar benoeming tot commissaris van politie in Amsterdam op 1 januari 1964, waarbij ze twee mannelijke collega’s passeert, haalt de landelijke pers: nog niet eerder was een vrouw zo hoog gestegen binnen het politieapparaat. De Jong zal nooit een uniform dragen. Bij haar overlijden in 1999 is de eerste vrouwelijke politiecommissaris nagenoeg vergeten: op een kort bericht in het korpsblad na verschenen er geen necrologieën van haar in de pers.

Volledig scherm
Tetje de Jong. © Wim van der Linden / MAI

1 januari 2008: grachtenpand in de as door een vuurpijl

Tijdens de afgelopen jaarwisseling vloog een vuurpijl de bovenste verdieping van het pand van de Chicago Social Club binnen, waarna brand ontstond en omliggende panden moesten worden ontruimd. Het was niet voor het eerst dat een vuurpijl voor brand in een Amsterdams pand zorgde: het grachtenpand op de Herengracht 132 brandde op nieuwjaarsdag 2008 grotendeels uit nadat het dak door een vuurpijl was getroffen. De twee bovenste etages gingen verloren. ‘Een dag na de brand is het sloopwerk nog in volle gang. Zachtzinnig gaat het niet. Stukken gevelsteen vliegen de toeschouwers om de oren,’ schreef Het Parool een dag later. ‘Dat het pand zal worden herbouwd, is niet zeker,’ schreef de verslaggever. In 2011 werd de uitgebrande ruïne uiteindelijk verkocht aan Groeneweg Projekten BV in Velsen-Zuid, terwijl de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad de brand blijft aanhalen om te pleiten voor een vuurwerkvrije zone in de binnenstad. 

28 december 1982: André Hazes triomfeert in het Concertgebouw

‘Triomf van André Hazes in Concertgebouw’, kopt Het Parool op de voorpagina na het grote theaterdebuut van Nederlands best verkopende platenartiest van 1982. Op pagina 7 schrijft verslaggever Theo Gerritse dat ‘nogmaals bewezen werd dat Hazes een fenomeen is’. “Dit maak ik van mijn leven nooit meer mee,” aldus Hazes na afloop tegen Gerritse.  

Om goed voor de dag te kunnen komen in het uitverkochte Concertgebouw is de zanger 16 kilo afgevallen, onthult De Telegraaf: ‘Hazes, die als Amsterdamse volksartiest enorm geniet van zijn succes, heeft tijden achter de rug dat hij de verleidingen, die het succes met zich meebrengt, moeilijk kon weerstaan.’ De tijd dat hij alle biertjes die hem werden aangeboden achterover sloeg, ligt volgens de krant achter hem. ‘Bovendien besteedt hij nu aandacht aan zijn figuur. André heeft allemaal body building-apparatuur gekocht en traint nu elke dag een uur met halters en gewichten.’

Volledig scherm
Hazes op de voorpagina van Het Parool. © Het Parool
Volledig scherm
De voorpagina van Het Parool op 29 december 1982, de dag na het concert van Hazes in het Concertgebouw. © Het Parool
Volledig scherm
Het stuk op pagina 7 van Het Parool. © Het Parool

Bekijk het concert van Hazes in het Concertgebouw terug:

December 1967: introductie van de huisvuilzak

Tot ver in de vorige eeuw beschikte elke Amsterdamse woning over een kloeke zinken vuilnisemmer, die op vuilnisophaaldagen buiten moest worden gezet. Maar met de komst van de plastic huisvuilzak, in december 1967, was de tijd van gezeul met die zware vuilnisemmer in trappenhuizen en over galerijen voorbij. Althans, voor de bewoners van de Westelijke Tuinsteden. Daar biedt de stadsreiniging na een jaar proeftesten de vuilniszak als eerste te koop aan, een primeur voor Nederland. Aanschaf en gebruik van de zilvergrijze vuilniszakken, bedrukt met het stadswapen, is niet verplicht. De reinigingsdienst lanceert de zak met duidelijke instructie. Het is de bedoeling dat de zakken in de lege vuilnisbakken worden gedaan, en buiten worden gezet als de vuilnisman langskomt. De stadsreiniging hoopt op een forse reductie van de personeelskosten: de zinken vuilnisemmers vormen een zware belasting voor de rug van vuilnismannen.

Archief

Lees hier alle updates van ons vorige geschiedenisblog terug.