Meer dan helft Amsterdammers ervaart etnische profilering bij politiecontact

NieuwsMeer dan de helft van de Amsterdammers die het afgelopen jaar in contact kwam met de politie, geeft aan het gevoel te hebben dat afkomst, huidskleur of uiterlijk een rol speelt bij de keuze om hen aan te spreken.

Volledig scherm
© ANP

Van de ondervraagden geeft 59 procent aan te denken dat agenten etnisch profileren bij de keuze voor aanspraak. Dat blijkt uit een enquête van de driehoek (gemeente, justitie en politie) naar de ervaringen van burgers met de politie. 750 mensen werden op straat gevraagd naar hun ‘contactbeleving’ met de politie. Dat kon gaan om politiecontroles, maar ook telefonisch contact of een gesprek aan de balie. 255 van hen waren de laatste twaalf maanden in contact geweest met de politie.

23 procent van hen zegt bovendien in het algemeen ontevreden te zijn over het contact met de politie. Zij vinden dat agenten tijdens een controle, aan de telefoon of aan de balie slecht luisterden, oneerlijk (26 procent) of onbeleefd (19 procent) waren. Het maakte wel uit of de ondervraagde zelf naar de politie was gegaan, of door de politie was aangesproken. De eerste groep was positiever over het contact. De helft van de ondervraagden vindt sowieso dat de politie vriendelijk was en juist goed luisterde.

Zuidoost

Gemiddeld geven de ondervraagden het contact met de politie een 6,5 als cijfer. Burgers met een niet-westerse migratieachtergrond geven de laagste cijfers voor politieoptredens. Zij geven vaker aan weinig uitleg te krijgen wanneer ze worden aangesproken door agenten en ze voelen zich dan ook het vaakst onterecht aangesproken. In de stadsdelen Centrum en Zuid zijn mensen het meest te spreken over hun contact met de politie, in stadsdeel Zuidoost geldt het tegenovergestelde.

Burgemeester Femke Halsema noemt de resultaten van het onderzoek in een schriftelijke reactie ‘veelzeggend’. ‘Geconcludeerd kan worden dat te veel Amsterdammers gevoelens van onrecht en discriminatie ervaren wanneer zij staande worden gehouden. Dit is zorgelijk en vereist onverminderde aandacht op alle niveaus.’

Uitsluiting

De enquête is onderdeel van een groter onderzoek naar etnisch profileren bij de Amsterdamse politie, uitgevoerd door Bureau Beke. De driehoek en het college vinden dat mensen met een niet-westerse migratieachtergrond te vaak zonder goede reden staand worden gehouden door de politie. Dit leidt volgens hen tot een gevoel van uitsluiting en pijn bij deze Amsterdammers. 

Vorig jaar presenteerde de gemeente al een plan van aanpak om etnisch profileren bij de politie tegen te gaan. Zo moet binnen politieteams op papier gezet worden hoe men etnisch profileren wil voorkomen. Ook worden er 140 speciale ambassadeurs opgeleid om het onderwerp binnen teams te bespreken en worden er bijeenkomsten met burgers gepland.

Proactieve controles

In de discussie over etnisch profileren bij de politie gaat het vaak over proactieve controles. Uit eerder onderzoek van organisaties als Amnesty International en Control Alt Delete blijkt dat achter proactieve controles vaak discriminatie schuilgaat. Zo worden Amsterdammers met een migratieachtergrond veel vaker staande gehouden dan witte stadgenoten. Vooral bij identiteitscontroles, verkeerscontroles en preventief fouilleren is er geregeld sprake van etnisch profileren.

“De plannen die de politieteams hebben gemaakt, zijn niet openbaar,” zegt Jair Schalkwijk van Control Alt Delete. “Ook blijft onduidelijk hoe wordt gemeten of de inspanningen om etnisch profileren tegen te gaan, het gewenste effect hebben.”

Halsema schrijft nu dat ‘de driehoek van mening is dat het middel van proactieve controles onmisbaar is voor het politie- en justitiewerk in Amsterdam’ en daarom gehandhaafd zal blijven.