Moshé Zwarts (1937-2019) was een van de kleurrijkste architecten van Amsterdam

Ten slotteEen enorme wapperende krullenbos met daaronder een lichaam als dat van Obelix; Moshé Zwarts was een van de markantste verschijningen in de Amsterdamse kunst- en architectuurwereld. Vorige week woensdag is de immer vrolijke bohemien op 81-jarige leeftijd overleden.

Volledig scherm
Moshé Zwarts, eerder dit jaar. © Wouter le Duc

Zwarts richtte in 1990 met Rein Jansma het bureau Zwarts & Jansma op, dat na zijn terugtreden in 2010 verderging onder de naam ZJA Architecten. Zwarts laat met zijn bureau een keur aan infrastructurele topstukken na.

In, maar ook buiten Amsterdam, was Moshé Zwarts verantwoordelijk voor gezichtsbepalende gebouwen en grote infrastructurele projecten. Tunnels, viaducten, bruggen maar ook abri’s – voor de gemeente Den Haag – vloeiden uit zijn computer. Hightech-architectuur, waarbij het Zwarts vooral te doen was om een lichte, bijna transparante constructie. Denk aan de grootste kas van de Hortus, uit 1993, waar de plantenwereld aan de hand van verschillende serres met klimaatzones wordt belicht.

‘Niets met voetbal’

ZJA kwam het afgelopen jaar in het nieuws door de instorting van een tribunedak van het AFAS-stadion van de Alkmaarse voetbalclub AZ. Vermoedelijke oorzaak was niet zozeer de architectuur als wel de verzwaring van het dak met zonnepanelen en onoordeelkundig werk van de aannemer. 

Moshé Zwarts tekende aan uiteenlopende stadions, hoewel hij bekende ‘niets met voetbal te hebben’. Onder meer de skybox van Ajax staat in zijn portfolio. De lijst sportcomplexen is imposant en eindeloos. Niet alleen ontwierp ZJA het stadion van AZ maar ook het dak van de Kuip, Galgenwaard in Utrecht, het Kasteel van Sparta, ADO Den Haag, de skybox van Ajax en Thialf in Heerenveen. 

Transparante infrastructuur

Infrastructuur met een lichte toets, zo valt een groot deel van het oeuvre van Zwarts het beste te omschrijven. Bijvoorbeeld de brug over de Lek bij Vianen: als automobilist heb je amper het gevoel dat je over een brug rijdt – het rivierlandschap glinstert door de brugleuning heen. En een prijswinnaar was de ‘netkous’ aan de Beatrixlaan in Den Haag, waar de Randstadrail doorheen zoeft.

Bij het grote publiek werden Zwarts en Jansma bekend met het paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Sevilla in 1992. Opnieuw was het een transparant, technisch gebouw met loopbruggen, rolpaden en trappen waar de bezoeker een beeld kreeg van het Nederlandse (water)landschap. De gevels van het paviljoen waren van geweven doek waarop continu water werd gesproeid. Zo wilden de architecten verbeelden hoe het water in de woestijn verdampt – en met welke middelen de verdroging van het klimaat kan worden tegengegaan.

Sparringpartners

Hoewel hij in 2010 terugtrad als partner en naamgever van ZJA, dook Moshé Zwarts nog regelmatig op bij presentaties, lezingen en openingen. Zwarts en Jansma waren sparringpartners voor wie het leeftijdsverschil (de twee scheelden 22 jaar) er niet toe deed, zeiden ze in een interview in Trouw in 1997. “Het is een samenspel waarin we elkaar uitdagen.” Eindeloos puzzelen aan een lichte overkapping, zoals die van het Feijenoord-stadion, dat was hun uitdaging. Om te voorkomen dat er dikke bonken staal boven het veld zouden hangen. “Dat spel vinden we leuk – al is het lastig voor constructeurs.”