Nabestaanden in rechtszaak Sjonny W.: ‘Voor ons is duidelijk wie de dader is’

De nabestaanden van de in Amsterdam vermoorde prostituees Mirela Mos (2004) en Monique Roossien (2003) en de nog altijd vermiste Sabrina Oosterbeek (sinds 2017) legden in de zaak tegen verdachte Sjonny W. (46) emotionele slachtofferverklaringen af.

Volledig scherm
Rechtbanktekening van Sjonny W. © ANP Graphics

De moeder van de Roemeense Mirela Mos, wier lichaam in zeven stukken is teruggevonden, liet advocaat Wendy van Egmond voorlezen dat ‘wat Mirela is aangedaan, en wat met haar lichaam is gebeurd, zo verschrikkelijk is dat ik me bijna niet kan voorstellen dat het een mens is geweest die dit heeft gedaan’. “Trillend van verdriet bezoek ik nog dagelijks haar graf.”

De moeder van Sabrina Oosterbeek, Marion, vertelde dat het leven een nachtmerrie is sinds ‘Sappie’ verdween. “Natuurlijk was het leven met een kind dat leed aan borderline en verslaafd was, ook niet zo makkelijk, maar ondanks dat had ik met Sabrina een innig contact. Ze was meer dan een verslaving alleen. Sabrina had humor en was lief, ze belde me elke dag en bekommerde zich om haar omgeving.”

Witte kist

Sabrina’s leven was ‘moeilijk en soms donker’. Daarom hoopt haar moeder haar ooit te begraven in een witte kist. “Sinds ze verdwenen is, kijk ik overal in het water. Soms, als het water helder is, denk ik haar te zien. Sinds ze verdwenen is, kan ik niet meer over een vernieuwde snelweg rijden zonder me af te vragen of ze er onder ligt. Sinds ze verdwenen is, denk ik aan de andere meisjes die vermoedelijk door jou vermoord zijn, de lichamen die je zo verminkt hebt, en vraag ik me af wat je ons meisje hebt aangedaan. Sinds ze verdwenen is, denk ik haar te herkennen op straat, denk ik haar te horen praten of verwacht ik nog steeds dat ze me belt om te zeggen om een kus te geven, een mop te tappen en om een tientje te vragen.”

Sabrina’s zus Kim vertelde dat geen dag meer normaal is verlopen, omdat de telefoon roodgloeiend staat door mensen die melden haar zus nog te hebben gezien. Omdat ze werd beschouwd als – zoals haar moeder het had geformuleerd – ‘die zus van die verslaafde hoer’, mochten haar kinderen niet meer bij vriendjes spelen en trokken de ouders hun kinderen weg uit haar goedlopende kinderopvang.

“Het was niet makkelijk te leven met mijn zus, maar sinds we begrepen dat haar verslaving kwam door haar ziektebeeld, hebben we geprobeerd daarmee te leven. We hopen op antwoorden zodat we verder kunnen met onze levens.”

‘Zwartste dag’

Zus Linda van de Groningse Monique Roossien verhaalde over de schok toen de politie zestien jaar geleden kwam vertellen dat Monique niet meer leefde. “Niet door een overdosis, maar doordat ze was vermoord.”

“Wat is er die dag gebeurd? Waarom? Voor wat? Wie doet dit een jonge, kwetsbare vrouw aan? Konden we de tijd maar terugdraaien, dan was ze nooit naar Amsterdam gegaan.”

Roossiens vader en zijn vrouw noemen 27 april 2003, toen Roossien verminkt werd gevonden aan de Uitdammerdijk in Amsterdam-Noord, ‘de zwartste dag uit hun levens’. Ze vragen zich af ‘hoe een monster een mens zoiets kan aandoen’. “Voordat je in deze wereld belandde, was je een prachtige, goede meid. Het zou toch wat zijn als degene die jou dit heeft aangedaan, dat zou zeggen. Voor ons is duidelijk wie de dader is, hij hoeft alleen maar te bekennen.”

Rechtbankvoorzitter Eli Gabel merkte op dat verdachte Sjonny W., die de nabestaanden alleen op de rug zagen, ‘zich met moeite staande houdt’. “Hier zit een grote bal emoties.”

Alles over de rechtszaak tegen Sjonny W.

Onder grote belangstelling van nabestaanden zette de rechtbank zich dinsdagmorgen aan de strafzaak tegen Amsterdammer Sjonny W. (46), die de verslaafde vrouwen Sabrina Oosterbeek, Mirela Mos en Monique Roossien zou hebben omgebracht. Inmiddels zijn we op dag twee in het proces. Dit is wat we tot nu toe weten.