Rechtbank ‘kan niet uitsluiten’ dat klusjesman Zimame Baquah doodstak uit zelfverdediging

De voornaamste reden dat de rechtbank klusjesman Amza G. (25) niet straft voor het doden van opdrachtgever Younes Zimame Baquah, is dat ‘niet valt uit te sluiten’ dat die hem met een mes ‘seksueel had belaagd’ en met de dood had bedreigd.

Volledig scherm
Familieleden van het slachtoffer vonden diens lichaam in de woning in de C.J.K Van Aalststraat in Zeeburg. © Google Streetview

Dat staat in het vonnis dat de rechtbank vrijdag heeft uitgesproken. Die volgt het beroep op ‘noodweerexces’ (doorgeschoten zelfverdediging) van advocaat Anis Boumanjal.

Dat G. kort na de behandeling van zijn strafzaak al uit voorarrest was gelaten, wees al in die richting, maar de motivering volgt pas nu in de uitspraak. G. verbleef illegaal in Nederland en wordt uitgezet naar Marokko.

Bloedbad

Zijn vrouw en twee van zijn jonge kinderen troffen Zimame Baquah na een vakantie dood aan in een bloedbad in hun huis aan de C.J.K. van Aalststraat in het Oostelijk Havengebied. Klusjesman G. had Zimame Baquah met met dertig messteken en een snee omgebracht, was gevlucht en had zijn bebloede kleren in de woning achtergelaten. Hij werd in december 2018 gearresteerd in Frankrijk.

Aanvankelijk beriep G. zich op zijn zwijgrecht, maar uiteindelijk vertelde hij dat zijn opdrachtgever hem met een mes was aangevallen. ‘Je gaat me zuigen, of anders ga ik het mes in je nek steken,’ zou hij hebben geroepen. Toen G. weigerde hem oraal te bevredigen, zou Zimame Baquah de druk verder hebben opgevoerd. ‘Je gaat het huis niet levend uit, anders ga ik je in stukjes snijden en in zakjes doen en ergens weggooien.’

G. zegt dat hij probeerde te vluchten, maar werd vastgepakt, ook bij zijn keel. Hij kreeg het mes naar eigen zeggen te pakken en stak zijn belager in zijn zij. Die gaf hem een kopstoot, waardoor hij wazig zag. In doodsangst zou hij in een worsteling zijn blijven steken.

‘Geen eenduidige conclusie’

Officier van justitie Anneloes Lobregt noemde G.’s verklaring in een rechtszaal vol nabestaanden twee weken geleden ongeloofwaardig. Ze eiste twaalf jaar cel voor doodslag.

De rechtbank stelt vast dat uit het onderzoek ‘geen eenduidige conclusie’ getrokken kan worden. De lezing van de verdachte is daardoor niet te weerleggen. Ook andere door de aanklager aangevoerde omstandigheden ‘doen onvoldoende af aan de aannemelijkheid van de verklaring’.

Niet justitie, maar de verdachte krijgt zo het voordeel van de twijfel. Het Openbaar Ministerie overweegt hoger beroep.