Rembrandt ondanks exportverbod toch te zien in Rijksmuseum

Het liefst zou het Rijksmuseum Rembrandts De vaandeldrager kopen, maar de Franse overheid heeft een exportverbod afgekondigd. Toch hangt het schilderij nu − even − in het museum.

Volledig scherm
De Vaandeldrager, Rembrandt van Rijn (ca. 1936). © Rijksmuseum

Het zelfportret van de meesterschilder, uit circa 1636, hangt in de eerste zaal van Rembrandt-Velázquez, de tentoonstelling met ruim zestig schilderijen van Nederlandse en Spaanse meesters die vrijdag opent.

De aanwezigheid van De vaandeldrager, waarop Rembrandt zelf te zien is in een kostuum, is enigszins verrassend. Het kunstwerk is eigendom van de Franse familie Rothschild, die eerder Rembrandts fameuze dubbelportret van Marten en Oopjen aan de Nederlandse én Franse staat verkocht met de bedoeling ze afwisselend in het Rijksmuseum en het Louvre tentoon te stellen.

165 miljoen euro

Het gerucht ging dat het Amsterdamse museum ook De vaandeldrager van de familie wil kopen. Daarop heeft de Franse staat in april dit jaar besloten voorlopig geen exportlicentie voor het schilderij af te geven, waardoor Franse musea het recht op eerste koop verwerven. Het Louvre heeft nu dertig maanden, tot januari 2022, de tijd om de vraagprijs van 165 miljoen euro te verzamelen.

Het Rijksmuseum reageerde eerder niet op de speculaties, maar directeur Taco Dibbits zegt nu tegen de Volkskrant dat het ‘een prachtige toevoeging zou zijn aan wat we nu hebben’. “Iedere Rembrandt die op de markt komt moet je als Rijksmuseum zijnde serieus bekijken. En ja, De vaandeldrager is een fantastisch schilderij. Het is zeker niet zo van: och ja, nóg een Rembrandt.”

Toch is het museum niet druk bezig om fondsen te werven, zo laat Dibbits aan de krant weten. “Met het oog op het exportverbod zou dat prematuur zijn.”