Volledig scherm
Haga Lyceum © ANP

Vernietigende uitspraak: Slob mocht bestuur Haga Lyceum niet wegsturen

Er is onvoldoende reden om het voltallige bestuur van het islamitische Cornelius Haga Lyceum weg te sturen. Dit heeft de Amsterdamse rechtbank maandag bepaald.

Het vonnis is een klap voor onderwijsminister Arie Slob. Volgens de rechters had hij in september vorig jaar onvoldoende redenen om het schoolbestuur tot aftreden te manen. Toen dat een maand later nog niet was gebeurd, kondigde de minister aan de financiering van de school te staken. De rechtszaak draaide om deze ‘aanwijzing’, die het einde van de school had kunnen inluiden.

Volgens de rechtbank was de minister op zich gerechtigd tot een aanwijzing, omdat er enkele uitgaven waren gedaan door de school waarbij sprake was van zelfverrijking en wanbeheer. Maar die waren te beperkt om tot de meest ingrijpende maatregel over te gaan: het afzetten van bestuurder Soner Atasoy. Daarom is de aanwijzing nu door de rechtbank vernietigd.

‘Grote mate van vrijheid’

Slob greep in bij de school uit Nieuw-West mede op basis van vermeende tekortkomingen bij burgerschapskundelessen. Volgens de rechtbank was daar onvoldoende reden voor en heeft een school een grote mate van vrijheid bij het invullen van de burgerschapsopdracht. Omdat in bijvoorbeeld de geschiedenis- en biologielessen hieraan aandacht wordt besteed, voldoet het Haga Lyceum aan de wettelijke eisen.

De rechtbank vindt dat Slob ook te ver gaat met zijn eis dat het Haga Lyceum openlijk afstand moet nemen van een vijftal personen rond de school, die door de AIVD zijn aangeduid als ‘salafistische aanjagers’, die radicaal-islamitisch gedachtegoed zouden promoten. Volgens het vonnis spelen sommigen van de vijf slechts een beperkte rol en is van geen van hen vastgesteld dat ze omstreden ideeën zouden hebben verspreid op de school. Daarmee valt hun aanwezigheid binnen de vrijheid van onderwijs, aldus de rechtbank.

De rechtbank hecht ook waarde aan het feit dat de Onderwijsinspectie eind 2018 een positief conceptrapport gereed had over de school. Dat ging van tafel toen begin 2019 de AIVD in een zogenaamd ambtsbericht de autoriteiten waarschuwde over radicalisering rond de school.

Vorige maand concludeerde de toezichthouder op de inlichtingendiensten, de CTIVD, dat een paar zware beschuldigingen onvoldoende waren onderbouwd door de AIVD. Dat geldt echter maar voor enkele onderdelen van het ambtsbericht, zo stelde de rechtbank maandag. Daarom was er genoeg reden voor de inspectie om begin 2019 het onderzoek naar de school te hervatten. Dat nadere onderzoek mondde in mei 2019 uit in een voor het Haga Lyceum vernietigend rapport, met name over financieel wanbeheer.

‘Te zwaar middel’

De rechtbank tilt daar minder zwaar aan dan de minister, ook al omdat de inspectie in november vorig jaar oordeelde dat de financiën van de school juist op orde waren. Daar komt bij dat de externe accountant de jaarrekening heeft goedgekeurd. Daarom vindt de rechtbank dat de minister een te zwaar middel heeft ingezet met het wegsturen van het schoolbestuur.

‘Het door de rechtbank vastgestelde wanbeheer is aanzienlijk minder omvattend en minder ernstig dan de verwijten die de minister aan SIO (het schoolbestuur – red.) heeft gemaakt.’

Advocaat Wouter Pors sprak namens het Haga Lyceum van een ‘principiële uitspraak die de vrijheid van onderwijs markeert’.

Minister Slob heeft op Twitter gemeld dat hij in hoger beroep gaat tegen de uitspraak.