Volledig scherm
PREMIUM
© AD

Laat het licht weer aan gaan

ColumnAD-columnist Thijs Zonneveld over de zwaargewonde BMX'er Jelle van Gorkom. 'De oerkreet die op de finish uit zijn tenen kwam, galmt nog steeds na in de oren van iedereen die erbij was.'

Quote

De laatste jaren is ­het bij het BMX’en steeds extremer geworden

Eerst kwam de klap. En daarna ging het licht uit. Daar, in de diepte, onderaan de startheuvel, lag een man naast zijn fiets. Bewegingsloos. Zijn armen deden niets, zijn benen bewogen niet. Jelle van Gorkom was er wel en tegelijkertijd was hij er niet.

Het gebeurde bij zomaar een training op zomaar een dinsdag. Het ene moment stond hij bovenaan de startheuvel om een run te maken, het volgende lag hij buiten bewustzijn op het zand. De reden: een ketting. Een verdomde ketting. Een ketting die hij niet had gezien. Een ketting die er eigenlijk niet meer had mogen hangen.

Nu ligt Jelle in coma in een ziekenhuis. Hij heeft van alles gescheurd, gekneusd en gebroken. Dat is niet voor het eerst. BMX is geen sport voor moederskindjes. De laatste jaren is het steeds extremer geworden. De startheuvel wordt steeds hoger, de banen moeilijker, de sprongen verder. Het moet harder en hoger.

Er zijn legio BMX’ers afgehaakt – ze reden met de angst op hun bagagedrager. Van Gorkom haakte nooit af. Ook niet toen hij in 2012 in een wedstrijd zó hard viel dat hij buiten westen werd afgevoerd. Hij lag drie dagen in coma. Of, in zijn eigen woorden: ‘het licht was uit’.

Toen hij wakker werd kon hij zich niets van het ongeluk herinneren. Praten lukte evenmin. Hij kreeg een papier en een pen. Wat hij opschreef was dit: Ik kom terug voor de Olympische Spelen.