De Wilgenlaan in MalburgenWest, na de verwoestende Amerikaanse bommen van 22 februari 1944.
Volledig scherm
De Wilgenlaan in MalburgenWest, na de verwoestende Amerikaanse bommen van 22 februari 1944. © Gelders Archief

Arnhem herdenkt slachtoffers van berucht ‘blunderbombardement’

ARNHEM Het beruchte vergissingsbombardement dat het stadshart van Nijmegen op 22 februari 1944 in de as legde werd vooraf gegaan door bommen op Arnhem. Bij elkaar 57 mensen kwamen er die dag om in de Gelderse hoofdstad. 

De Arnhemse slachtoffers worden zaterdag 22 februari om 11.00 uur herdacht bij een bescheiden monument op de hoek van de Broekstraat en de Westervoortsedijk tegenover Medisch Centrum Westerkade aan de rand van de Van Verschuerwijk.

Arnhemmer Ruud Looijaard doet al jarenlang zijn best om de slachtoffers van toen aan de vergetelheid te onttrekken. ,,Het gaat in die verhalen vaak alleen over de doden maar over de mensen toen invalide zijn geraakt en voor de rest van hun leven met trauma's kampen hoor je zelden iets.” 

86 woningen in puin

In de vroege middag van 22 februari 1944, om 13.21 uur, lieten Amerikaanse ‘Liberators’ hun bommen vallen op Arnhem. Ze troffen Rijnwijk, het industrieterrein, de gasfabriek daar en woningen Malburgen West.  Bij elkaar lagen in de stad 86 woningen in puin. In totaal werden 464 gezinnen in Arnhem door het bombardement getroffen.

Dood van drie maanden oude baby

Het Rode Kruis is nauw betrokken bij de bijzondere herdenking. Hulpverlener Szerkowski van het Rode Kruis bekommerde zich op 22 februari 1944 over de gewonden en tekende de ellende op in een ooggetuigeverslag onder de titel ‘Zij, die voor u paraat stonden’.  

Szerkowski schrijft:  ‘Wij hadden onze handen vol, moesten overal tegelijk zijn.’  Hij vertelt hoe een gewonde vrouw niet ophield haar leed uit te spreken. ‘Zij had gezien hoe haar drie maanden oude baby in het wiegje verbrandde.’

‘Man en vrouw hielden elkaar nog vast’

Szerkowski ontdekte een dode man op een acht meter hoog gebouw. De man hield een arm vast. De zoon van de dode gaf Szerkowski uitleg: ,,Het is de arm van mijn moeder. Die is gisteren al gevonden, maar zij miste een arm. Mijn vader lag ziek op bed en moeder was bij hem toen de bommen vielen. Zo zijn die twee gestorven, terwijl ze elkaar vasthielden.”

Szerkowski beschrijft hoe gewonden beklemd lagen of waren bedolven onder het puin. Zijn colonne  bestond uit drie doktoren, van wie er één een gebroken arm had, en 56 helpers. Om half vijf vertrok de colonne naar Nijmegen.  Szerkowski ‘Bij Arnhem vergeleken was de toestand van Nijmegen een uitgesproken ramp.’

Vrijwel alle sporen uitgewist

Niets herinnert meer in Arnhem aan de ramp. De gasfabriek is verdwenen, het industrieterrein van toen ook. Rijnwijk staat al jaren op de slooplijst.  In Arnhem Zuid zijn de woningen hersteld. Alleen kenners zien in de getroffen huizen nog sporen van toen. Een oude gedenksteen met namen van de slachtoffers die werkten bij de verdwenen gasfabriek  is echter wel in veiligheid gesteld. Die hangt op een monumentaal transformatorhuis tegenover Medisch Centrum Westerkade. Daar wordt de herdenking gehouden.

Afgebroken missie van bommenwerpers

Looijaard buigt zich nog altijd over de missie van de Amerikaanse vliegtuigen op die beruchte dag. ,,Ze hadden Duitse doelen op het oog, onder meer de bunkers waar ze aan het werk waren aan de geheime straaljagers van Duitsland. Totdat het slechte weer roet in het eten gooide en ze bij hun vlucht terug in Nederland hun bommen afwierpen.”

Belangstellenden zijn na afloop van de  herdenking welkom in de Kadekamer aan de Westervoortsedijk 12.

In samenwerking met indebuurt Arnhem