Volledig scherm
Hugo Schraders in het Oorlogsmuseum 40-45. © Gerard Burgers

In het museum ruikt het nog naar de oorlog

VrijwilligersARNHEM - Hugo Schraders (79) valt meteen met de deur in huis: ,,Goed dat je hier komt. Ik vind dat er wel meer aandacht mag zijn voor het museum." 

Museum 40-45

Sinds een half jaar geeft Schraders als vrijwilliger rondleidingen in het Arnhems Oorlogsmuseum 40-45 aan de Kemperbergerweg. ,,Dit museum is enig in zijn soort. Het vertelt de hele geschiedenis van WOII, van de opkomst van de NSB in de jaren 30 tot de bevrijding", vertel Schraders enthousiast. ,,En het is eerlijk, niet opgepoetst. Het ruikt nog naar oorlog, naar de olie waarmee geweren gesmeerd werden."

Het museum staat vol met allerhande rekwisieten: van een bank van Hitler tot jeeps en motorfietsen. ,,Enkele motorfietsen zijn nog uitgeleend voor de films Oorlogswinter en Zwartboek."

Oorlogskind

Vrijwilligers
Arnhem telt bijna 40.000 vrijwilligers. 'De Gelderlander' richt elke week de schijnwerper op een van hen.

Schraders' interesse voor de Tweede Wereldoorlog komt niet uit de lucht vallen: hij heeft het zelf meegemaakt. ,,Ik herinner me nog hoe de Duitsers tijdens razzia's bij ons aan de deur kwamen, toen ik een 6-jarig jongetje was. Ze vroegen mijn moeder naar mijn vader. Die werkte bij de spoorwegen, en was na de spoorwegstaking van '44 ondergedoken."

Arnhem telt bijna 40.000 vrijwilligers. 'De Gelderlander' richt elke week de schijnwerper op een van hen. Vandaag: Hugo Schraders (79).

Toen Schraders 18 werd ging hij zélf bij de luchtmacht, waar hij negen jaar diende. Daarna ging hij de handel in: hij werkte onder meer bij Koninklijke Ahrend in München. ,,Door mijn achtergrond bij de luchtmacht kijk je ook weer anders naar krijgshistorie. Je ziet de fouten die gemaakt zijn."

Het Gelderse Haagje

Voor Schraders bij 40-45 begon was hij een tijd verbonden aan het Airborne Museum, waar hij onder meer toenmalig directeur Frans Smolders adviseerde. Hij begon er in 2005, hetzelfde jaar dat hij in Arnhem kwam wonen. ,,Het Gelderse Haagje werd Arnhem vroeger genoemd. Het leek op een kleinere versie van Den Haag, met haar oude gebouwen en de rijkelijk aanwezige natuur. Ik vind het een schitterende stad."

Bij het museum kwam Schraders bij toeval terecht: tijdens een bezoek zag hij dat er vrijwilligers gezocht werden. ,,Mijn hart heeft het gestolen."

Algemeen Dagblad gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Arnhem