Parkeervergunning afstaan een brug te ver voor Amsterdammers

Van de Amsterdammers die hun auto twee maanden inleverden om uit te proberen of ze zonder kunnen, heeft dertig procent de auto de deur uit gedaan. Vooral het afstaan van hun parkeervergunning was voor de meeste proefpersonen een brug te ver.

Volledig scherm
Uit het onderzoek blijkt dat Amsterdammers vooralsnog niet van plan zijn om hun parkeervergunning af te staan. © ANP XTRA

Dat is de uitkomst van een proef van de gemeente Amsterdam onder vijftig autobezitters. Na het inleveren van hun autosleutels kregen ze vorig jaar 500 euro om te besteden aan een lange rij alternatieven, zoals deelauto’s, deelscooters, deelfietsen, taxi’s, openbaar vervoer en huurbusjes.

In een analyse van de resultaten door de Hogeschool van Amsterdam wordt dit probeeraanbod een succes genoemd. Deelnemers aan de proef gebruiken hun eigen auto nu minder. De alternatieven die ze hebben leren kennen, worden vaker gebruikt.

Maar toen ze na twee maanden mochten kiezen tussen hun parkeervergunning of nog eens zo’n tegoed van 500 euro, deden niet meer dan zestien van de vijftig deelnemers afstand van hun auto. “Autorijden is zo sterk gewoontegedrag,” analyseert HvA-onderzoeker en psycholoog Joyce van Brecht. “Het is bijna een verslaving waar we moeilijk afstand van doen.”

“In ons mobiliteitsgedrag, en voor de auto geldt dat nog meer, doen we veel op de automatische piloot,” zegt Van Brecht. Overstappen op allerlei alternatieven en de auto wegdoen, voelt als een grote stap. “Daarom moet je zorgen dat je het zo makkelijk mogelijk maakt, dat het nog maar een klein drempeltje is.”

Hoge verwachtingen

De gemeente Amsterdam heeft hoge verwachtingen van dit soort alternatieven. Er wordt hardop gedacht aan een app die voor elke verplaatsing precies aangeeft wat de snelste en goedkoopste optie is. En dat zonder dat we nog een auto in bezit hebben. Mobility as a Service, wordt dat genoemd. Dat kan zorgen voor minder drukte op de weg en veel minder geparkeerde auto’s in de stad.

Maar de alternatieven schieten nog tekort, blijkt uit de proef. De deelnemers hadden veel aan te merken op hun betrouwbaarheid en toegankelijkheid, concludeert de HvA. “Zijn in de buurt genoeg deelauto’s beschikbaar?” Ook klaagden ze dat ze voor alle aanbieders van deelvervoer een apart account moesten aanmaken.

Maar liefst 70 procent van de deelnemers hield daarom toch vast aan het gemak van een auto voor de deur. En dat terwijl het toch ging om gemotiveerde proefpersonen die zichzelf hadden opgegeven en veelal meededen uit milieu-overwegingen.

De auto is een sterk symbool van vrijheid en autonomie, zegt Van Brecht. “Symbolische en emotionele aspecten wegen veel zwaarder dan de praktische kant. Beleidsbepalers denken vaak makkelijk dat mensen wel uit de auto stappen als we de alternatieven maar goedkoper maken en zorgen voor betere verbindingen, maar het is een complex vraagstuk.”

“De auto is een statussymbool en een privéplekje waar we ons lekker bij voelen.” Dat laten we niet zomaar los, zelfs niet als de alternatieven dik voor mekaar zijn. “Alleen faciliteren is niet genoeg.”

Te groot risico

In de afweging om de auto helemaal weg te doen, kwam daar nog bij dat de proefpersonen twee jaar lang geen nieuwe parkeervergunning mochten aanvragen. Dat werd gevoeld als een te groot risico, volgens Van Brecht. “We weten niet wat er in de toekomst gebeurt. Wie weet krijg je een andere baan en je hebt daar echt de auto voor nodig,” zei een van de deelnemers aan de proef.

“Ik heb op een lange wachtlijst gestaan voor mijn parkeervergunning,” zei een andere deelnemer. “Als ik ooit weer een auto wil dan moet ik weer helemaal opnieuw beginnen.” Weer een ander koppel voorzag dat hun auto op den duur toch weer van vitaal belang kon worden als hun ouders wellicht mantelzorg nodig hebben.

Zo houden veel Amsterdammers hun parkeervergunning aan, terwijl ze de auto op de keper beschouwd weinig gebruiken. In de psychologie wordt dat ook wel verliesaversie genoemd: ze houden vast aan wat ze hebben, omdat ze een eventueel verlies zwaarder laten wegen dan wat ze er potentieel mee opschieten. “Een parkeervergunning kost ook bijna niks, dus er staat weinig op het spel.”

Overigens was het aantal deelnemers dat de auto de deur uitdeed net iets groter dan de proefpersonen zelf op voorhand hadden verwacht. Van tevoren dachten veertien deelnemers hun auto weg te doen. Dat werden er zestien.

De HvA-onderzoekers schrijven zelf al dat de proef te weinig deelnemers had om daar statistisch gezien conclusies aan te verbinden voor de hele stad. De gemeente kan nog niet zeggen of de proef een vervolg krijgt.