Volledig scherm
Een jong meisje meet de suiker in haar bloed door middel van een vingerprik. © Shutterstock

Aantal Nederlandse kinderen met diabetes type 1 in dertig jaar tijd verdubbeld

Het aantal kinderen tussen de 0 en 14 jaar met diabetes type 1 is in dertig jaar tijd verdubbeld. Dat concludeert de Zwolse kinderarts Angelien Spaans-Hummelink in haar proefschrift. Ook ontdekte ze dat de meeste diagnoses van diabetes type 1 bij kinderen tussen de 4 en 14 in het najaar en in de winter gesteld worden. 

Spaans werkt als kinderarts op de diabetespoli van de Isalakliniek in Zwolle en voerde haar onderzoek uit in samenwerking met het UMCG. Ze studeert er morgen op af. 

Voor haar studie gebruikte ze de gegevens van kinderen tussen de 0 tot 14 jaar uit de database Vektis, waarin zorgverzekeraars informatie over diagnoses en uitgeschreven recepten voor medicatie bijhouden. ,,De toename in het aantal diagnoses is niet uniek voor Nederland’’, zegt ze in een reactie. ,,Dat beeld zien we wereldwijd.’’

Om hoeveel kinderen met diabetes type 1 het exact gaat, is niet bekend. In de samenvatting van het proefschrift komt enkel de stijging van het percentage naar voren. Hiernaast onderzocht Spaans ook in welke tijd van het jaar de meeste diagnoses worden gesteld. Hieruit bleek dat de meeste diagnoses in het najaar en in de winter gesteld worden. Een directe verklaring voor die seizoensgebondenheid is er nog niet. ,,Men vermoedt wel dat het met virussen te maken heeft, maar daar is nog geen sluitend bewijs voor. Verder is opvallend dat de diagnose bij kinderen van 0 tot 4 jaar juist vaker in het voorjaar gesteld wordt. 

Ook blijkt uit het onderzoek dat kinderen met diabetes type 1 blijken 24 keer zo vaak ook een schildklieraandoening te hebben, en is het opvallend dat pubers, naarmate ze ouder worden, steeds minder therapietrouw worden. ,,Zelf ben ik als kinderarts geneigd om de pubers zelfstandigheid te geven, de ouders er niet meer altijd bij te betrekken. Maar blijkbaar is bijsturen van ouders toch wel nodig. Er is meer onderzoek nodig om uit te zoeken wat de goede balans is tussen loslaten en toch blijven begeleiden”, concludeert Spaans.