Volledig scherm
Minder leerlingen zaten deze zomervakantie in de schoolbankjes om hun onvoldoendes weg te werken. © ANP XTRA

Aantal zomerscholen neemt af: laatste redmiddel zittenblijvers verdwijnt

Steeds minder middelbare scholen bieden leerlingen tijdens de zomer een ultieme helpende hand om zittenblijven te voorkomen. Het aantal zomerscholen daalt snel, terwijl het aantal zittenblijvers groeit. 

In de zomer van 2017 waren er op 147 plekken bijspijkerlessen, nu zijn daar nog 84 van over.  Dat blijkt uit cijfers van sectororganisatie VO-raad. 

De zomerscholen zijn in het leven geroepen om ‘onnodig zittenblijven’ te voorkomen. Relatief veel leerlingen zakken op enkele vakken en moeten vervolgens het hele schooljaar overdoen. Uit onderzoeken blijkt dat dat demotiverend werkt. Daarom brengen leerlingen sinds de zomer van 2013 een deel van de vakantie in de schoolbanken door alsnog hun onvoldoendes weg te werken. Met resultaat: uit eerder onderzoek blijkt dat de zomerscholen 88 procent van de leerlingen helpt om alsnog over te gaan. Ook het schooljaar erna doorloopt het gros succesvol. 

Quote

Een zomer­school is voor leerlingen écht de laatste kans om toch over te gaan. Bij een lente­school geldt dat niet

Carla Haelermans, Onderzoeker Maastricht University

De afgelopen jaren zijn er echter fors meer lente- in plaats van zomerscholen gekomen. Dit jaar gaven al 216 scholen extra trainingen onder meer tijdens de meivakantie. Onderzoek wijst echter niet uit dat de lentescholen zittenblijven tegengaan. ,,Een zomerschool is voor leerlingen écht de laatste kans om toch over te gaan. Bij een lenteschool geldt dat niet. Het is daardoor ook onzekerder wat de leerlingen extra moeten leren op dat moment”, verklaart onderzoeker Carla Haelermans van de Maastricht University. Bovendien duren de lentescholen vaak kort, terwijl onderzoek uitwijst dat zomerscholen effectief zijn onder andere omdat ze lang duren. 

Doubleren

Tegelijkertijd groeit het aantal leerlingen dat een klas over moet doen de laatste jaren weer. Vorig jaar doubleerde ruim zes procent van de middelbare scholieren (een kleine 60.000), terwijl dat percentage in 2015-16 was teruggedrongen naar iets meer dan 5 procent (ruim 52.000). 

Een direct verband tussen de afname van het aantal zomerscholen en het groeiende aantal zittenblijvers is echter niet te leggen. ,,Scholen doen van alles om zittenblijven te voorkomen, dus welk effect waardoor komt is lastig te meten", waarschuwt Haelermans. Bovendien trekken de lentescholen een bredere doelgroep, stelt de VO-raad. ,,Er doen ook leerlingen mee die geen of een gering risico op zittenblijven hebben. Bij zomerscholen is dat anders: je staat bij de rapportvergadering op een of enkele onvoldoendes en binnen twee weken haal je die onvoldoendes op met behulp van die gerichte interventie. Het effect is daar veel directer te zien", legt woordvoerder Linda Zeegers uit. 

Toch snapt CDA-Kamerlid Michel Rog niet waarom de zomerscholen uit de gratie raken. ,,Ze zijn bewezen effectief.” Hij vindt dat er onderzoek moet komen naar de lentescholen. Rog: ,,Misschien zijn daar ook leerlingen bij gebaat, maar dat weten we nu niet.” De CDA’er wil dat de subsidie voor zomerscholen overeind blijft en pleit ervoor dat alle leerlingen in hun eigen regio naar de bijlessen kunnen. Ook D66-Kamerlid Paul van Meenen vindt de ontwikkelingen zorgelijk. ,,We moeten onderzoeken of er in regio’s zonder zomerscholen meer zittenblijvers zijn.” 

Volledig scherm
CDA-Kamerlid Michel Rog © ANP

Onvoldoendes

Veel scholen kiezen juist voor lentescholen, omdat ze preventief aan de slag kunnen met het wegwerken van onvoldoendes. Leerlingen hebben in mei en juni nog de tijd om hun cijfers op te krikken. Bovendien zijn de lentescholen eenvoudiger te organiseren. ,,De zomerschool wordt door externe docenten gegeven en dat betekent voor de eigen leraren dat ze vlak voor de zomervakantie nog veel moeten overdragen. Terwijl een lenteschool gewoon een plek heeft in het lopende schooljaar", aldus Zeegers. 

Quote

Scholen geven aan dat er minder taboe is op zittenblij­ven en dat ouders – door ontwikke­lin­gen als prestatie­druk - soms zelfs aandringen op het zittenblij­ven van hun kind

Linda Zeegers, Woordvoerder VO-raad

Dat het aantal zittenblijvers tegelijkertijd groeit, komt volgens haar doordat steeds meer leerlingen en ouders op een zo hoog mogelijk niveau naar de middelbare school willen. Zeegers: ,,Scholen geven aan dat er minder taboe is op zittenblijven en dat ouders – door ontwikkelingen als prestatiedruk - soms zelfs aandringen op het zittenblijven van hun kind. Dat heeft de voorkeur ten opzichte van afstromen naar een andere schoolsoort of zakken voor het examen.”