Volledig scherm
PREMIUM
Özcan Akyol © Joost Hoving

Als we nu niet ingrijpen, krijgen we straks tientallen terroristen terug

columnÖzcan Akyol schrijft drie keer per week over wat hem bezighoudt.

In een indringende reportage van het televisieprogramma EenVandaag viel deze week te zien hoe mannelijke IS-terroristen welhaast opeengestapeld bij elkaar gevangen zitten. Allemaal droegen ze oranje pakken en loensten ze schichtig naar de camera, vermoedelijk bevreesd dat hun aandeel in de oorlogsmisdaden aan de oppervlakte zou komen.

Verslaggever Hans Jaap Melissen liet Ibrahim uit Delft en Abdellah uit België aan het woord, twee jongens die zich jaren geleden bij de misdadigers hadden aangesloten. Laatstgenoemde staat bij onze zuiderburen bekend als Abu Jihad Al-Belgiki. Op de Belgische televisie, in het programma Terzake TV, hoorde ik zijn stem op een oude opname, waarin hij zelfgenoegzaam zegt: ,,Dit is een oorlogsverklaring en de plannen zijn al gesmeed. Alles gaat de lucht in in België (...) Alles waar een ongelovige is, een kafir natuurlijk, die worden vermoord.’’

Diezelfde jongen stond nu, vier jaar later, te stamelen tegen de verslaggever: hij zou niets hebben misdaan en verrichtte louter hand- en spandiensten. Alleen de grote leiders mochten onthoofden. Maar wat vindt hij zelf van die gruweldaden? Zijn antwoord: ,,Als je hoofd eraf gaat, niemand vindt het leuk.’’ En daar moesten we het mee doen.