Volledig scherm
© anp

Broers krijgen celstraf voor fikse belastingfraude

De broers Jos (60) en Joop (52) G. zijn vandaag veroordeeld omdat zij belastingfraude pleegden met een nep-miljoeneninvestering in een vakantieresort in Montenegro. Zo wisten ze een hoge belastingaanslag te voorkomen. De rechtbank in Breda veroordeelde de twee tot respectievelijk 2,5 en 2 jaar cel. Een accountant uit Breda die voor hen werkte, kreeg 240 uur werkstraf opgelegd en een half jaar voorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank in Breda vindt bewezen dat de broers circa 10 jaar geleden een onjuiste belastingaangifte hebben gedaan. Die was dus gebaseerd op een miljoeneninvestering in een project dat er nooit kwam. Die zogenaamde investering was bedoeld om uitstel van belastingbetaling te krijgen.

Een vennootschap waarbij de broers betrokken waren, ondertekende in 2001 een koopovereenkomst voor het vakantieresort. Daarin stond dat ze bereid waren miljoenen te investeren in het vastgoed, als dat eenmaal was gebouwd. Maar er werd nooit een steen op de andere gestapeld. Het project bleef steken in de planfase.

Met die overeenkomst wist de vennootschap uitstel van belastingbetaling te krijgen. Omdat de rechtspersoon later failliet ging, kwam van uitstel afstel. Volgens de rechtbank is het nadeel voor de fiscus niet precies vast te stellen. Het Openbaar Ministerie denkt dat de Belastingdienst 18 miljoen euro is misgelopen. De eis van de officier van justitie tegen de jongste broer was 4 jaar cel, 5 jaar cel tegen de oudste en 4 jaar tegen de accountant.

De naam van Jos G. prijkte ooit op de Quote 500, een lijst met de vijfhonderd rijkste Nederlanders uitgegeven door het zakenblad Quote. Ook is hij bekend van de feesten op zijn landgoed Kooilust, waar altijd veel bekende Nederlanders aanwezig waren.

  1. Nobelprijswinnaar én regeringsleider verweert zich tegen klacht Rohingya-genocide

    Nobelprijs­win­naar én regerings­lei­der verweert zich tegen klacht Rohingya-genocide

    De Myanmarese regeringsleider Aung San Suu Kyi heeft bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, waar Gambia en Myanmar vandaag voor de tweede dag op rij tegenover elkaar staan, het beleid van haar land met betrekking tot de islamitische minderheid van de Rohingya hoogstpersoonlijk verdedigd. De beschuldigingen van Gambia aan het adres van Myanmar geven volgens haar een ‘volstrekt onvolledig en misleidend beeld’ van de situatie.