Volledig scherm
Voorzitter Tanja Ineke van het COC. © anp

COC: Onderzoek discriminerende homovervolging onder oude strafwet

Het COC heeft de Tweede Kamer vandaag opgeroepen onderzoek te doen naar de vervolging van homo- en biseksuelen onder het oude 'en discriminerende' artikel 248 bis uit het Wetboek van Strafrecht. ,,Het is tijd om schoon schip te maken," zegt COC-voorzitter Tanja Ineke. 

,,Nederland zou deze episode uit de geschiedenis op waardige wijze moeten afsluiten, net zoals men dat in landen als het Verenigd Koninkrijk en Ierland probeert te doen", licht de COC-voorzitter toe op gaysite.nl.  

Artikel 248 bis van het Wetboek van Strafrecht bepaalde tussen 1911 en 1971 dat homoseksuele contacten met personen tussen de 16 en 21 jaar strafbaar waren. Heteroseksuele contacten met personen van die leeftijd waren wél toegestaan. Discriminatie, concludeert het COC. 

Ruim 5.000

In de 60 jaar dat het artikel bestond, werden volgens de belangenorganisatie ruim vijfduizend homo- en/of biseksuelen voor de rechter gebracht. Ruim de helft werd schuldig bevonden en zat gemiddeld drie tot zes maanden achter de tralies. Ook de zedenpolitie maakte het leven van personen die (mogelijk) homo- of biseksueel waren lange tijd moeilijk, zegt het COC. 

'Zo legde ze zonder rechtsgrond kaartsystemen en fotoalbums aan van vermoedelijke homoseksuelen en informeerde ze werkgevers, ouders en verhuurders over iemands (vermoedelijke) homoseksualiteit. De zedenpolitie postte ook bij urinoirs en voor woningen, won inlichtingen in bij familie of kennissen en viel huiskamerbijeenkomsten binnen. Het leidde niet zelden tot ontslag, opzegging van de huur, chantage of verstoorde familierelaties.' 

Homolijsten

Minister Ollongren (BZK) informeerde de Tweede Kamer eind augustus per brief over de uitkomsten van een vooronderzoek naar het bestaan van zogenaamde ‘homolijsten’ in gemeenten in de periode 1945 -1971. Aanleiding voor het onderzoek was het nieuws van dagblad Trouw, eind vorig jaar, over het bijhouden van zulke lijsten door de gemeente Amsterdam. 

Het Stadsarchief bleek te beschikken over namenlijsten van sollicitanten die tussen 1950 en 1958 waren afgewezen voor een baan als ambtenaar omdat ze homoseksueel zouden zijn. Het Stadsarchief sprak het vermoeden uit dat zulke lijsten ook te vinden zijn in andere gemeenten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken vond geen andere gemeenten waar lijsten werden bijgehouden van afgewezen homoseksuele sollicitanten.

Desondanks kondigde de bewindsvrouw de lancering aan van een groter wetenschappelijk onderzoek naar de 'homolijsten' bij gemeenten. Dat moet volgend jaar zomer klaar zijn.

Genoegdoening

Het COC roept het kabinet nu op om bij dat wetenschappelijk onderzoek ook de homovervolging onder het oude strafwet-artikel en de handelwijze van de zedenpolitie te betrekken. 'Er moet worden onderzocht of er nog gedupeerden in leven zijn en of zij of hun nabestaanden mogelijk een vorm van genoegdoening willen'.