Volledig scherm
Een medewerker van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden vorig jaar bij de expositie Het Egypte van Hollywood. © ANP

Convenant moet cultuuronderwijs verbeteren

Leraren die cultuuronderwijs geven, worden daar beter voor toegerust. Het ministerie van Onderwijs gaat ervoor zorgen dat ze bijgeschoold kunnen worden.

Dat is een van de afspraken die de bewindslieden van Onderwijs, minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker, vandaag maken met de PO-raad (de organisatie van het basisonderwijs) en een groot aantal provincies en gemeenten. Ze zetten hun handtekening onder een overeenkomst waarin staat hoe scholen, overheden en culturele instellingen er de komende tien jaar samen voor zorgen dat leerlingen goed cultuuronderwijs krijgen.

Met de uitgangspunten die de partijen vastleggen, kunnen gemeenten, scholen, musea, theaters en allerlei andere culturele instellingen afspreken hoeveel tijd, geld en middelen ze in de cultuurlessen stoppen. Voorbeeld is de samenwerking in Leiden tussen twaalf musea zodat leerlingen van de basisschool elk schooljaar één museum bezoeken. In Den Haag geven 19 erfgoedinstellingen samen museumlessen in het basisonderwijs.