Volledig scherm
© ANP Communique

De weg naar het verbod pedovereniging Martijn

Na jarenlange discussie en juridische strijd heeft de Hoge Raad de knoop doorgehakt dat pedofielenvereniging Martijn wordt verboden en ontbonden. Een overzicht van de belangrijkste wapenfeiten.

Juni 2011: Het Openbaar Ministerie concludeert uit een onderzoek dat Martijn niet verboden, vervolgd of ontbonden kan worden.

Oktober 2011: De voorzitter van Martijn, Ad van den Berg, wordt veroordeeld voor bezit van kinderporno. Het OM geeft aan mogelijkheden te zoeken om de vereniging Martijn toch te verbieden.

November 2011: Het OM kondigt aan naar de rechter te stappen om Martijn verboden te laten verklaren en te laten ontbinden.

Juni 2012: De rechtbank in Assen verbiedt pedofielenvereniging Martijn. De vereniging is ook meteen ontbonden. Volgens de rechter is wat Martijn doet, zegt en uitdraagt over seksueel contact tussen volwassenen en kinderen in strijd met de algemeen aanvaarde normen en waarden die in de Nederlandse maatschappij gelden. Martijn streeft voor de leden seksueel contact met kinderen na. De uitspraak is meteen geldig, een eventueel hoger beroep heeft geen uitstellende werking.

Juli 2012: Pedofielenvereniging Martijn gaat in hoger beroep tegen het besluit van de rechtbank in Assen.

April 2013: Het gerechtshof in Leeuwarden bepaalt in dat hoger beroep dat Martijn niet kan worden verboden. Het hof vindt dat de werkzaamheden van de vereniging wel in strijd zijn met de openbare orde, maar dat er geen sprake is van een maatschappelijke ontwrichting. Het Openbaar Ministerie stapt daarop naar de Hoge Raad.

Maart 2014: Advocaat-generaal Vino Timmerman adviseert de Hoge Raad om Martijn te verbieden. Een advocaat-generaal is de belangrijkste adviseur van het hoogste rechtscollege in Nederland.

April 2014: De Hoge Raad verbiedt pedofielenvereniging Martijn en laat de organisatie ontbinden. Volgens de raad zijn de activiteiten van de club in strijd met de openbare orde. De vereniging bagatelliseert en verheerlijkt de gevaren van seksueel contact tussen volwassenen en jonge kinderen, concludeert de raad. Ook propageert zij haar opvattingen.